Terug naar resultaten

De Vihren of Vichren-top in Pirin Nationaal Park in Bulgarije

Tekst en beeld Jessica Lokker

Moesala mag dan wel de hoogste piek van Bulgarije zijn, de top van Vihren (of Vichren) is een stuk uitdagender. Ieder jaar klimmen Bulgaren in het holst van de nacht naar de top van Vihren om het begin van de zomer te vieren en van een prachtige zonsopkomst te genieten.

Het is zwart als inkt als we de auto parkeren bij de Vihren Hut. Enkel het licht van de sterren en een volle maan zorgen voor verlichting als we naar boven wandelen. Mijn zusje en ik lijken de enigen te zijn die naar boven gaan. Jaarlijks klimmen veel Bulgaren op 1 juli naar boven als een traditie om het begin van de zomer te vieren. Wij hebben besloten om een paar dagen eerder te gaan, hopend dat we de bergtop van Vihren in Bulgarije voor onszelf hebben.

We gebruiken de hoofdlampen en de zaklampen op onze telefoon om ons een weg door het donker te banen. Het eerste stuk is goed te doen. Hier en daar moeten we over wat grote rotsen klimmen, maar de route spreekt voor zich. We twijfelen even als we een half gesmolten ijswand moeten oversteken. Onder ons hoor ik het geluid van het stromend smeltwater.

Ik heb mijn zusje een onvergetelijke wandeltocht beloofd, maar ik krijg toch zweethanden bij het idee dat we door het smeltende ijs heen zakken. Gelukkig steken we veilig over en beginnen de contouren van de omringende bergen langzaam zichtbaar te worden.

Magische zonsopgang op de top van de Vihren

Mysterieuze sfeer

Het laatste stuk is een stuk steiler. Twee stappen omhoog, een naar beneden. We zigzaggen over de rotsachtige bergpunt, richting de top. Als we eenmaal naast de paal met het naambord staan, merken we pas hoe koud het is. Niet voor niets betekent Vihren “wind” of “wervelwind”. Tot 1942 had de Vihren-piek zelfs de naam Eltepe, wat “piek van de stormen” betekent. Gelukkig hebben we vier lagen kleding én een thermosfles om onszelf op te warmen met hete koffie. De zon breekt door de mist en de lucht verandert in een kleurenpalet. Van roze en paars gaan we langzaam naar rood, oranje en kanariegeel. De hangende mist geeft het geheel een mysterieuze sfeer.

Jessica Lokker met zus
Jessica Lokker (rechts) met zus: enjoying the view

Na ons koffiemoment is er inmiddels genoeg daglicht om een paar foto’s te maken. We leggen onszelf vast naast het naambordje en besluiten dat we genoeg wind door onze haren hebben laten waaien. We wandelen dezelfde weg terug naar de Vihren Hut. Normaal gesproken houd ik niet zo van point-to-point-wandelingen, maar de terugweg is een totaal andere ervaring dan de heenweg in het donker.

Panorama tijdens de afdaling van de Vihren in Bulgarije

We zien de bergmeren, de bergtoppen om ons heen. Sommige zijn nog steeds versierd met een laagje sneeuw. Wanneer we afdalen, begroeten enkele berggeiten ons. De omgeving lijkt kaal en rotsachtig, maar als je let op de details zie je veel moois om je heen. De witte edelweissbloemen, gele klaprozen en paarse viooltjes sieren het landschap.

Pas na een uur afdalen komen we de eerste wandelaars tegen. Het blijft bijzonder dat we vrijwel de hele berg urenlang voor onszelf hadden. Na zo’n 1000 meter klimmen én dalen in dezelfde ochtend hebben we wel een goed ontbijt verdiend. Gelukkig is de Vihren Hut net geopend voor bezoekers als we de parkeerplaats bereiken. Een ontbijt heeft nog nooit zo goed gesmaakt!

Info over Vihren in Pirin Nationaal Park

Met 2.914 meter hoogte is Vihren een van de hoogste bergtoppen in Bulgarije. Enkel Moesala met 2.925 meter hoogte is hoger gelegen. Bovendien is het de hoogste bergtop in Pirin Nationaal Park. Het dichtstbijzijnde dorp is Bansko.

De meeste mensen starten de wandeling naar de top van Vihren vanaf de Vihren Hut, op 1950 meter hoogte. Vanaf deze berghut wandel je in 2,5 à 3,5 uur naar de piek van Vihren. Het eerste deel gaat geleidelijk omhoog, de laatste kilometers is het flink klimmen. Tijdens deze wandeling van 7 kilometer klim en daal je meer dan 950 meter.

Je kunt ook vanaf Bansko starten, maar houd er wel rekening mee dat je dan nog eens 1.000 meter moet klimmen van het dorp naar de Vihren Hut. Het is dan beter om de wandeling over twee dagen te verdelen en in de Vihren Hut te overnachten.

Veel mensen combineren het beklimmen van de piek van Vihren met andere pieken van de Koncheto-bergrug. Je wandelt dan van de Vihren Hut naar de Yavorov Hut. Deze wandeltocht van 14 kilometer over de bergkam van Koncheto is zeker een volle dag wandelen, dus vertrek het liefst vóór de zonsopkomst zodat je genoeg tijd hebt.

De markering is een rode markering, maar in principe kun je eigenlijk niet verdwalen. De wandelroute spreekt voor zich. Als je vanaf Bansko vertrekt volg je de gele markering tot de Vihren Hut.

Het is mogelijk om bij de Vihren Hut te eten en te drinken, maar van de berghut naar de piek is er geen mogelijkheid om iets te kopen. Neem dus zelf voldoende water en eten mee.

Zie ook: Visit-bansko.bg.

Andere hikes in Pirin

De wandeling naar de Vihren-top is prachtig, maar er zijn nog meer wandelingen in Pirin Nationaal Park waar je je dagen mee kunt vermaken. Ben je op zoek naar een stevige kuitenklimmer? Wandel dan bijvoorbeeld vanaf Bansko naar de Demyanitsa Hut, richting de bergkam van Todorka. Vanaf de bergkam heb je een prachtig uitzicht op vele bergtoppen, waaronder die van Vihren. Tot slot eindig je bij de piek van Todorka. Dit is de iconische bergpiek die veel wintersporters zullen herkennen. De piek is vanaf Bansko (zo’n 1800 meter lager gelegen) al duidelijk te zien. Tijdens deze wandeling klim je zo’n 1500 meter.

Een andere mooie wandeling in Pirin Nationaal Park gaat naar Sinanitsa. Dit is vanaf Bansko een van de verst gelegen pieken in het nationaal park. Je start deze wandeling bij de Vihren Hut en wandelt via Muratov naar de Sinanitsa Gate. Dit is een van de meest pittoreske bergtoppen. Aan de voet van deze piek vind je een kleine berghut aan een helder bergmeer. Een prachtige plek om in de bergen te overnachten! De klim naar de Sinanitsa-piek gaat via grote rotsen, dus trek stevige schoenen aan en neem wandelstokken mee voor extra stabiliteit.

Tot slot kun je vanaf de Bezbog Hut veel mooie wandeltochten maken. Deze berghut ligt ook in Pirin, maar is het beste te bereiken vanaf het dorp Dobrinishte, enkele kilometers van Bansko vandaan. Ook de Bezbog Hut ligt aan een bergmeer en is het startpunt van wandelingen naar bijvoorbeeld de piek van Bezbog, Popovo Lake of de bergtop van Polezhan. De Bezbog Hut is gemakkelijk te bereiken met een skilift, al loopt er ook een wandelpad vanaf de parkeerplaats naar de berghut.

portret Jessica Lokker

Jessica Lokker

De Brabantse Jessica Lokker is het gelukkigst als ze wandelend verhalen en foto’s kan maken in de natuur, het liefst in de bergen. Inmiddels heeft ze in heel wat landen de wandelpaden ontdekt. Op Corners of the World laat ze zien wat voor moois de wereld te bieden heeft en dat er veel meer mogelijk is dan dat mensen soms denken.

Terug naar resultaten

Blogger Nick Roodenburg op het bloemeneiland Madeira

Tekst en beeld Nick Roodenburg

Of het nu de ziltige geur is van de golven die tegen de metershoge kliffen klotsen, het fenomenale uitzicht over een diep uitgesneden groene vallei, of de smaak van een vers gevangen zwarte haarstaartvis bedekt met een saus van een lokale passievrucht; op het Portugese Madeira worden je zintuigen optimaal geprikkeld. En ben je graag actief in de natuur, dan kun je je geluk op dit prachtige eiland al helemaal niet op.

Op een zonovergoten novemberdag lopen we door de hoofdstad Funchal richting onze gereserveerde tafel op het buitenterras van een lunchtent. Enkele uren geleden stonden we in alle vroegte nog in een grijs, koud en vooral regenachtig Amsterdam; een weerbeeld dat in Nederland al sinds de intrede van de astronomische herfst domineert. Dergelijke seizoenwisselingen zijn op Madeira nauwelijks waar te nemen. Met temperaturen die in de verschillende seizoenen niet veel afwijken van het jaargemiddelde van 20 graden, kun je gerust spreken van een gematigd en constant klimaat. Niet voor niets heeft Madeira als bijnaam het ‘eiland van de eeuwige lente’. Het is weliswaar Portugees grondgebied, maar kijk je op de topografische kaart, dan zal je zien dat het dichter is gelegen bij de kust van Marokko. De warme Noord-Afrikaanse wind- en zeestromingen maken van Madeira dan ook het hele jaar door een aantrekkelijke vakantiebestemming.

Smaakvolle keuken

We nemen uitgebreid de tijd om de lunchkaart door te nemen die bol staat van gerechten met bijzondere productcombinaties. Volgens Maria José, die ons vandaag in de stad als gids vergezelt, serveert het restaurant alleen verse streekproducten. En daar is een logische verklaring voor. Madeira is ontstaan door vulkanische activiteit die gepaard gaat met een uiterst vruchtbare bodem. Het geeft niet alleen de lokale boeren op hun landbouwgrond, maar zelfs burgers in hun eigen voedingsrijke achtertuin de gelegenheid diverse gewassen te verbouwen; soms op een hellinggraad die kan oplopen tot maar liefst 40%. Koppel dat aan een groeizaam klimaat en een traditionele keuken die door de eeuwen heen is verfijnd, en het fundament voor een ijzersterke gastronomie is gelegd. Probeer dan de verleiding van een driegangenmenu maar eens te weerstaan.

groente en fruit op Madeira

Stadswandeling

Na een glaasje typische Madeira-wijn als toegift, maken we ons op voor een stevige stadswandeling. Maria leidt ons langs historische bouwwerken, botanische parken, en pleinen die geplaveid zijn met zwart-witte kasseien in artistieke patronen. In Mercado dos Lavadores, een semi-overdekte markt, zijn we getuige van marktkooplui die de meest exotische fruit-, groente- en bloemsoorten aan de man proberen te brengen. Samen zijn ze goed voor een breed palet aan kleuren, dat vooral opvalt als je vanaf de balustrade op de 1e verdieping op de kramen uitkijkt.

Deurschildering in hartje Funchal, de hoofdstad van Madeira

Openluchtmuseum

Niet ver hiervandaan eindigen we de stadstoer in Largo do Poço. Een tekst op de gevel van een metalen poort aan het begin van deze oudste en tevens langste straat van Funchal, verraadt wat we hier zullen aantreffen: de zogenoemde Portas com Arte, ofwel ‘deuren met kunst’, die uit vervallen winkels en verlaten wijken komen. Op de eerste de beste deur die we passeren, is een meisje geschilderd dat al zittend op een rotsblok de zee overziet. In haar rechterhand houdt ze een bloem vast die op zee in dezelfde vorm en kleur het zeil van een bootje moet voorstellen. Naast haar dobbert een origami-boot, het universele symbool voor hoop. Haar gelaat is niet zichtbaar, maar aan het algehele schouwspel kunnen we aflezen dat er een diepere betekenis achter de schildering zit.

Maria José legt uit dat deze is gemaakt ter nagedachtenis van een watersnoodramp die in het verleden op het eiland heeft plaatsgevonden. Door hevige regenval zijn landstreken ondergelopen en rivieren buiten hun oevers getreden. Een vloed aan regenwater sleurde alles op zijn weg mee, en liet veel huizen in Funchal onder water lopen. Zo schuilt er achter elke deurschildering in dit langgerekte openluchtmuseum een verhaal. De straat kenmerkt zich verder door zijn ongedwongen sfeer en de aanwezigheid van gezellige cafés, restaurants en boetiekjes.

Wandelparadijs

Tik ‘Madeira’ in als trefwoord in je zoekmachine, en de term ‘wandelparadijs’ verschijnt gegarandeerd als een van de eerste resultaten op je beeldscherm. Tegenwoordig misschien een ietwat afgesleten woord, maar met een totale lengte van circa 3.000 kilometer aan bewegwijzerde wandelroutes, is het in dit geval zorgvuldig gekozen. Het routenetwerk op Madeira is onderverdeeld in twee niveaus: Levadas, de wandelingen zonder al te veel hoogteverschillen, en Veredas, de wat zwaardere tochten in de hoger gelegen gebieden. Binnen laatstgenoemde categorie zijn de Caminhos Reais het populairst. Deze ‘koninklijke paden’ zijn ooit uit opdracht van gouverneurs en andere prominente personen aangelegd om dorpen onderling én met Funchal te verbinden. De meest iconische ‘royal hike’ is Caminho Real N 23. Dit pad loopt langs de volledige omtrek van het eiland over hoge kliffen en als een spelonkachtige voetgangerstunnel dwars door steile rotswanden heen. Tijdens deze reis houden wij het echter bij een Levada-wandeling, waarvan het startpunt op zo’n 800 meter boven zeeniveau ligt in het noordelijke dorpje Ribeiro Frio.

Beeld van het binnenland van Madeira

Woud met vele gezichten

De autorit naar Ribeiro Frio is een traktatie op zich. Niet ver buiten de stadsgrenzen van Funchal belanden we in het ongeveer 20 miljoen jaar oude Laurissilva-woud, een subtropisch regenwoud dat qua oppervlakte een vijfde van het eiland beslaat. De herfstkleuren zijn nog volop aanwezig; het felle zonlicht geeft de geel-, rood-, en oranjekleurige bladeren aan de loofbomen een mooie, warme gloed. Regelmatig vragen we de chauffeur voor ons te stoppen om beelden te schieten van de fotogenieke plekken die we onderweg tegenkomen. Volgens hem zien veel toeristen gelijkenissen met een woud uit het land waaruit zij afkomstig zijn. Onze oosterburen bijvoorbeeld met het Zwarte Woud, de Fransen met het regenwoud in het departement Réunion midden in de Indische Oceaan, en Amerikanen met het Hoh-regenwoud in de staat Washington. Laurissilva blijkt een woud met meerdere gezichten.

Wandelen langs een van de levadas op Madeira

Wandelen langs irrigatiekanalen

Eenmaal gearriveerd in Ribeiro Frio volgen we de houten wegwijzers waarin de naam van het eindpunt Balcões en routenummer PR11 zijn gegraveerd. De route is daarmee uitstekend bewegwijzerd, al zou je die evengoed kunnen uitlopen door enkel de ‘levadas’ aan te houden. Deze smalle irrigatiekanalen zijn in de 15e eeuw door de eerste eilandbewoners gebouwd om water van het noorden naar het drogere zuiden te geleiden. Voor een lange tijd waren de levadas eigendom van privépersonen en moesten eilandgenoten hen betalen voor het gebruik van water. Pas vanaf begin 20e eeuw kwamen de levadas in handen van de overheid en werd de watervoorziening centraal gereguleerd. Maar wiens bezit de kanalen ook zijn of waren; de bladeren van de laurierbomen spelen allicht de belangrijkste rol in de wateraanvoer op Madeira. Het woud bevindt zich namelijk grotendeels in het mistgebied. Het water van de mist condenseert op de laurierbladeren en vult zo de bronnen en beken aan. Dit proces voorziet niet alleen 60% van het eiland van drinkwater, het levert ook nog eens schitterende wandelroutes langs de kanalen op.

uitzichtspunt op Madeira

Magisch landschap

Het onverharde pad is prima begaanbaar en hoofdzakelijk vlak. Zo nu en dan vinden we voorbijgaande voetreizigers op onze weg, maar van drukte is geen sprake. Voor wie graag meditatief wandelt, lijkt dit de ideale plek; je kunt volledig in jezelf en de omgeving opgaan. Naast laurierbomen, wandelen we langs een scala aan plantsoorten dat elders in Europa moeilijk kan gedijen. Een opvallende verschijning is de baardkorstmos, bijgenaamd Old Man’s Beard, die groeit als ministruik of een soort kwastje aan de schors van boomstammen en takken. De baardkorstmos voelt als een zacht tapijt aan en is vrij elastisch. Vroeger werd die onder andere gebruikt voor het filteren van water en het maken van vuur. Nu hangen ze tijdens de kerst als versiersels in huizen en winkelstraten. Het ‘magische gevoel’ dat deze periode bij mensen kan oproepen, welt op dit overwegend dichtbegroeide wandelpad ook bij ons op. Af en toe duikt er plots een doorkijkje op dat een fenomenaal vergezicht geeft. Het landschap dat zich dan ontvouwt, doet met landbouwterrassen die zich uitstrekken over de grillige berghellingen meer Aziatisch dan Europees aan.

Het Balcoes utizichtspunt

Balcões

Eersterangs plekken aan de reling van het balkon bij het Balcões-uitkijkpunt bieden ons een panoramisch uitzicht over de diepgroene Ribeira da Metade-vallei. Boven een dun laagje sluierbewolking steken spitsige bergtoppen uit, waaronder die van het hoogste punt van het eiland op 1.862 meter: de Pico Ruivo. Op melodieuze klanken van diverse inheemse vogelsoorten na, heerst er een serene rust. Dankzij een kraakheldere lucht aan de kustzijde kunnen we vanaf een verhoogd rotsplateau in de verte de azuurblauwe oceaan zien liggen. Dit sprookjesachtige decor nodigt uit om uren voor ons uit te staren en onze gedachten de vrije loop te laten.

Mountainbiken op Madeira in een landschap vol struikgewassen

Uitdagend

Voor wie nog net even wat meer uitdaging zoekt, is een ‘downhill’ met een elektrische mountainbike een absolute aanrader. Op 1.412 meter hoogte in de bergpas van Poiso dalen we in eerste instantie geleidelijk af richting zeeniveau. Vanuit een dichtbeboste omgeving komen we ineens op een uitgestrekte vlakte bezaaid met laag struikgewas terecht. Sporadisch fietsen we kuddes schapen tegemoet die wat verdekt staan opgesteld achter zwerfkeien en liggende boomstammen. Nadat we onszelf zonder al te veel inspanning hebben voortbewogen door de pedalen telkens licht aan te duwen, zorgt een steile afdaling over een smal, modderig en slingerend paadje voor de ultieme adrenalinekick.

Een canyoning-toer markeert het slotstuk van de reis. In een strak wetsuit trekken we door een kloof waar ijskoud bergwater doorheen stroomt. Na ruim twee uur klauteren, springen, glijden, zwemmen en abseilen denken we heel wat kilometers te hebben afgelegd. Het blijken ‘slechts’ 700 meters te zijn. Canyoning kun je op Madeira al bestempelen als een activiteit voor de ware sensatiezoeker, laat staan in Brazilië, waar je volgens de instructeurs krokodillen en slangen van je af moet slaan om de finishlijn te bereiken.

Waterval aan de kust van Madeira

Perfectie

Bij aankomst op de luchthaven vangen we, tussen een grote schare mensen die zich voor de vertrekhal heeft verzameld, een glimp op van het marmeren standbeeld van Cristiano Ronaldo. De van Madeira afkomstige topvoetballer en het eiland hebben iets gemeen. Ze stijgen letterlijk en figuurlijk tot grote hoogte en naderen de perfectie; Ronaldo op het voetbalveld, Madeira op het gebied van natuur en recreatie. Ronaldo mag dan wel een wereldster zijn, Madeira heeft zijn beroemdheid niet nodig om zichzelf als reisbestemming op de kaart te zetten.

Informatie Madeira

Vervoer
Vanuit Amsterdam vertrekken dagelijks vluchten via Lissabon naar Madeira met TAP Air Portugal: www.flytap.com

Verblijf
Hotel Quintinha de S. João: www.quintinhasaojoao.com

Meer reisinformatie
Toerisme Portugal: www.visitportugal.com
Toerisme Madeira: www.visitmadeira.com

Terug naar resultaten

Jessica Lokker in Buila Vanturarita NP in Roemenië

Tekst en beeld: Jessica Lokker

Op een paar wandelaars en een groep monniken na kom ik drie dagen lang niemand tegen. Buila-Vânturarita Nationaal Park in Roemenië is een onbekende parel, waar zelfs veel Roemenen nog niet op ontdekkingstocht zijn geweest.

Buila-Vânturarita in Roemenië is het kleinste nationale park van het land, en daarom misschien ook wel een stuk minder toeristisch. Roemenië heeft redelijk wat nationale parken: Piatra Craiului, Retezat en Cheile Nerei zijn slechts een paar prachtige plekken die je wilt ontdekken als natuurliefhebber.

Stuk voor stuk een uniek landschap, en Buila-Vânturarita is geen uitzondering. Om de grillige bergkam te bereiken wandel je door bossen, open vlaktes, kloven en via rivieren. De historische kloosters – waar monniken vandaag de dag nog steeds leven – die je onderweg tegenkomt maken het bijzondere plaatje compleet. Het feit dat je deze kloosters alleen na een wandeling kunt bezoeken, maakt het extra bijzonder.

Meerdaagse wandeling in Buila-Vânturarita

Vanaf Boekarest is het zo’n 3 uur rijden naar Bărbătești, het startpunt van mijn meerdaagse wandeltocht door Buila-Vânturarita. Op de onverharde weg naar de parkeerplaats komen we een moeder met een klein kind tegen. Het meisje is niet ouder dan 6 jaar. “Is het een probleem als we ze meenemen naar het startpunt?” vraagt Dan, een Roemeense vriend en een fanatieke berggids. Ik schud mijn hoofd en de vrouw knikt dankbaar wanneer ze instapt met haar kind.

“Als we ze niet hadden meegenomen, hadden ze nog 7 kilometer moeten lopen tot het startpunt. Ze wonen in het dorp, maar gaan iedere week naar het klooster in de bergen”, legt Dan uit. Ik ben onder de indruk. Dat is een pittige tocht voor een klein kind en een jonge moeder. Maar nadat we afscheid nemen, klimt het meisje als een behendige berggeit omhoog en niet veel later verdwijnt de moeder ook uit ons gezichtsveld.

Het spierwitte Patrunsa-klooster

We komen ze een uur later weer tegen bij het Patrunsa-klooster. We rusten uit in het zonnetje en ik bewonder de monikken die in hun zwarte kledij voorbijlopen richting het spierwitte klooster.

We lopen verder via open vlaktes en paden van platgetrapt gras. Dit is wat ik zo geweldig vind aan Roemenië: het is veel ongerepter dan de meeste Europese landen en je moet soms goed zoeken naar de wandelpaden. Sprinkhanen in alle maten en kleuren springen voor mijn voeten uit terwijl we door het hoge gras richting het beboste deel lopen. Niet ver van ons vandaan rent een hert met een gigantisch gewei moeiteloos in de steile bossen omhoog.

Wat klimuren en heel wat foto’s later komen we aan bij de eindbestemming voor vandaag: Cabana Cheia. Vanaf hier wandelen we morgenochtend naar de hoogste pieken van Buila-Vânturarita, via de grillige bergrug.

Berghutje in Buila-Vanturarita in Roemenië

Moed indrinken voor de bergrug

Op twee Roemeense veteranen na zijn we de enige gasten in Cabana Cheia. Het is eind oktober en de herfst kleurt de bossen in alle kleuren van de regenboog. De eigenaar van de berghut heeft Dan verteld dat we contant geld kunnen achterlaten voor de overnachtingen en eventuele producten die we willen gebruiken in de koelkast. Hoe geweldig is het dat alles in de bergen gebeurt op basis van vertrouwen?

De twee Roemeense mannen nodigen ons uit voor een drankje. “Zelf gemaakt. Om goed te slapen”, lachen de mannen genaamd Vio en Laur. Het smaakt naar whisky met een fruitige nasmaak; het is verrassend goed.

De mannen blijken schoonbroers te zijn en ze maken dit soort trips ieder jaar samen. “Maar zo oud zijn ze toch nog helemaal niet?” vraag ik Dan. “Klopt, maar in het leger in Roemenië gaan mensen vaak al met pensioen als ze een jaar of 40 zijn. Daarom hebben ze nu veel tijd om de bergen van Roemenië te ontdekken”, legt hij uit. We nemen allemaal nog een paar slokken van de zelfgebrouwen drank en duiken daarna ons bed in. Morgen willen we zo vroeg mogelijk de bergrug beklimmen.

Uitzicht over de bergen in Roemenië

Bergtoppen & kloosters

We starten de ochtend met broodjes en zacuscă; een Roemeense spread gemaakt van paprika, aubergine en ui. Ik heb er direct een nieuwe verslaving bij. We wandelen in ongeveer drie uur omhoog. Er hangt nog wat mist rondom de bergtoppen, wat het uitzicht extra mysterieus en bijzonder maakt. In de verte kunnen we langzaam maar zeker de bergtoppen van Bucegi en Fagaras zien.

De rest van de dag brengen we door op de bergrug. De herfstkleuren zijn heerlijk om te fotograferen en het is heerlijk om vrijwel de hele berg voor onszelf te hebben. ’s Avonds maken we zelf pizza in de steenoven bij de berghut en ook de zelfgebrouwen drank wordt er weer bijgehaald.

We vullen de avond met gesprekken en muziek. Over het algemeen versta ik er weinig van, maar ik vermaak me prima. Vio zingt een vrolijk nummer. “Dit liedje gaat over een man die samen is met een hele mooie vrouw. Hij vergelijkt haar geslachtsdeel met een kachel waar hij geen hout in mag stoppen”, legt Dan uit tijdens het gezang. En ik maar denken dat dit een vrolijk berglied is.

De volgende ochtend nemen we afscheid van de schoonbroers en wandelen we door een kloof langs een rivier. Hier en daar moeten we door dichtbegroeide natuur en via rotsen langs de rivier klimmen. Gelukkig heb ik waterdichte schoenen aan.

Een van de laatste stops van onze meerdaagse wandeling is het Pahomie-klooster; een klooster dat is gebouwd in de rotsen. Dit klooster is, in tegenstelling tot de meeste kloosters in Buila-Vânturarita, wel te bereiken met een auto. Althans, in de zomermaanden.

Ik sla een sjaal om mijn hoofd heen en bewonder de kleurrijke wandtekeningen. De mannen doen hun best om mij niet aan te kijken en ik probeer zo onopvallend mogelijk door het kloostercomplex te wandelen. Vrouwen zijn toegestaan in het klooster, maar ik merk dat de monniken het niet echt gewend zijn.

Het is interessant hoe deze mensen hun hele leven wijden aan dit klooster in de bergen, ver weg van alles. Het enige ‘uitje’ dat ze hebben is een wandeling naar het nabijgelegen dorp, om boodschappen te doen. Zo ook een van de monniken die voor ons uit wandelt, terug naar de parkeerplaats waar we drie dagen geleden onze wandeltocht in Buila-Vânturarita zijn gestart.

Wandelaar op pad in Buila Vanturarita NP

Info

De beste manier om wandelingen in Buila-Vânturarita in Roemenië te starten, is om naar het dorp Bărbătești te rijden. Nadat je een onverharde weg volgt naar de parkeerplaats bij Le Crac Shelter, kom je aan bij het startpunt van veel wandelingen in Buila-Vânturarita. Vanaf hier wandel je geleidelijk omhoog door de bossen en kom je al snel de eerste kloosters van Buila-Vânturarita tegen.

Je kunt echter niet makkelijk met het openbaar vervoer in Bărbătești komen. Er gaan wel bussen vanaf Boekarest naar het nabijgelegen dorp Cheia. Vanaf hier kun je ook jouw wandeltocht in Buila-Vânturarita starten.

Houd er rekening mee dat je onderweg niet de mogelijkheid hebt om eten of drinken te kopen. Als je geluk hebt is er wel iets in de berghut Cabana Cheia. Maar in principe neem je genoeg eten mee voor drie dagen wandelen. Er zijn onderweg wel enkele plekken waar je jouw waterfles kunt bijvullen met water. Zie ook de site van het NP (in het Roemeens): Valceaturistica.ro.

Bomen in prachtige herfstkleuren in Buila-Vânturarita

Driedaagse wandeltocht in Buila-Vânturarita

Het is mogelijk om deze wandeltocht in twee dagen te doen, maar ik zou je aanraden om de wandeling in drie dagen te doen, zodat je genoeg tijd hebt voor de bergrug. Je kunt beide nachten terecht in de berghut genaamd Cabana Cheia. De totale wandeling is 45 kilometer.

De wandeltocht van de parkeerplaats bij Bărbătești naar Cabana Cheia via het Patrunsa-klooster is 12 kilometer, maar reken hier een volle dag voor. Tijdens de eerste wandeldag klim je meer dan 1.100 meter.

Ook op dag twee, de wandeltocht via de bergrug, klim je meer dan 1.200 meter, via pieken zoals Vânturarita Mare (1.885 meter), Stevioara (1.835 meter), Buila (1.848 meter) en Albu (1.658 meter). Een circulaire wandeltocht van Cabana Cheia via de bergrug terug naar de berghut is zo’n 17 kilometer.

Tot slot wandel je op dag drie van de berghut terug naar het startpunt, via het Pahomie-klooster. Deze wandeldag is ongeveer 16 kilometer, waarbij je ongeveer 700 meter klimt en 1000 meter daalt.

Jessica Lokker

De Brabantse Jessica Lokker is het gelukkigst als ze wandelend verhalen en foto’s kan maken in de natuur, het liefst in de bergen. Inmiddels heeft ze in heel wat landen de wandelpaden ontdekt. Op Corners of the World laat ze zien wat voor moois de wereld te bieden heeft en dat er veel meer mogelijk is dan dat mensen soms denken.

Terug naar resultaten

Waterplas bij Stokkem in Belgisch Limburg

Tekst Stefan Maas

In het droogste en warmste stukje van de Benelux, de Maasvallei, ontstaat volop nieuwe natuur. Reden genoeg voor een tweedaagse verkenningstrip in Belgisch Limburg, een fiets- en wandelprovincie bij uitstek.

Het Maaswater kolkt onder de veerboot door terwijl ze de Nederlands-Belgische grens bij Berg passeert. En op het moment dat de oprijklep van het veer neerdaalt op de Belgische oever, bekruipt me het gevoel van déjà vu. Ben ik hier al eens eerder geweest? De kans is groot. Herinneringen aan de Maasfietsroute en de Grensroute, van het Drielandenpunt naar de Noordzee, passeren de revue. Met de ritten direct langs de Maas als een van de highlights. Mooie dorpjes, leuke veerpontjes, lekkere vlaaien en natuurlijk prachtige uitzichten over het water.

Maar ik ben hier niet om half-vervaagde herinneringen op te halen. Het gebied aan weerszijden van de Grensmaas of Gemeenschappelijke Maas, tussen Maastricht en Stevensweert, werd in 2023 door de Vlaamse regering officieel erkend als ‘landschapspark’. Sinds 2015 is hier een groot grensoverschrijdend herstelproject gaande, waarbij de rivier opnieuw de ruimte krijgt. Daartoe zijn onder meer oevers en uiterwaarden verlaagd. Het voordeel ervan ligt voor de hand; de kans op overstromingen neemt hiermee af en de Maas krijgt weer de gelegenheid te meanderen. In het 40 kilometer lange RivierPark MaasVallei ontstaat zo ook nieuwe natuur.

De schachtbokken van de mijn bij Eisden

De terrils van Eisden

Maar eerst leidt de route naar een merkwaardige site even buiten het RivierPark. Twee monumentale schachtbokken domineren in Eisden, gemeente Maasmechelen, de omgeving. Kompels, ofwel mijnwerkers, daalden hier ooit af tot maximaal 900 meter onder het aardoppervlak. Hard labeur in donkere omstandigheden, in opdracht van de Société Anonyme des Charbonnages Limbourg-Meuse. Kolen waren toen nog het zwarte goud, al staat het toch wat raar als je het als sierraad gaat dragen. Maar die historie is eigenlijk nog vrij recent, want pas in 1987 werd de mijn in Eisden gesloten.

En wat die kompels naar boven haalden, is deels in de omgeving van Eisden achtergebleven. Bergen steenafval, een onvruchtbaar, stoffig restproduct van steenkool. De Fransen en Walen noemen deze terrils, ofwel bergen van ‘zieke aarde’. Veel terrils zijn kale, zwarte puisten, maar bij Eisden zijn ze groen en licht bebost omdat er een laagje gelei-achtig spul overheen is gespoten. We beklimmen een van de terrils en worden beloond met een wouw-ervaring. Groene heuvels en bossen, en diep onder ons blauwe meren, die ontstaan zijn door grindwinning. Het is een machtig panorama. Was dit écht ooit een mijnlandschap?

Vrouw op de terril van de oude mijn van Eisden

Het recreatiepark ‘Terhills’ maakt dankbaar gebruik van het getransformeerde mijnbouwterrein. Beneden ligt het Terhills Resort, met fraaie villa’s aan de meren. Ook is er een wellness-center en een cableparc voor watersporten. Wie wil gaan shoppen, kan terecht in het outletdorp Maasmechelen Village, op slechts een boogscheut afstand. Maar de natuurliefhebbers zullen vooral het aangrenzende Nationaal Park Hoge Kempen bezoeken, het eerste nationaal park van België. Tientallen fiets- en wandelroutes kronkelen door de dennenbossen, over de duinen en langs de grote waterplassen in het nationaal park.

Nieuwe natuur

Alles ligt in Limburg op een zakdoek. Voor ik het weet, sta ik opnieuw vlak bij de Maas, voor een wandeling bij Stokkem. Het is een van de vele Maasdorpjes die als een snoer langs de rivier liggen. Of lagen, in het geval van Stokkem, want in de loop der jaren is de Maas ‘weggewandeld’ naar het oosten, naar Nederland toe. En aangezien de rivier hier de grens vormt tussen België en Nederland, kregen de Belgen er een paar hectaren bij.

De Maas zoekt nu eenmaal zijn eigen weg. Mix dat grillige riviergedrag met de grindwinning langs de rivier in de afgelopen decennia, en je krijgt een landschap van plassen, doodlopende rivierarmen, stukjes weiland en de snelstromende Maas. En juist in dit soort gebieden krijgt de natuur nu de kans om zich te herstellen. De eerste resultaten zijn al zichtbaar. In het RivierPark MaasVallei bouwt de bever opnieuw zijn burchten, groeien er bijzondere planten, bloemen en kruiden en patrouilleren er ‘s zomers libellen langs de oevers. Maar de argeloze wandelaar zal vooral de grote grazers opmerken die hier vrij rondlopen: de Konikpaarden en Galloway-runderen.

Wandelaars in natuurgebied Negenoord
Op pad in natuurgebied Negenoord

Ook kom je er MaasVerkenners in groene fleecejassen tegen, die excursies verzorgen en hele schoolklassen door het gebied loodsen. Wij volgen een van deze verkenners naar een lemen toren die uitkijkt over het nieuwe natuurgebied Negenoord. Trots vertelt de verkenner over de geschiedenis van Stokkem en het rivierherstelproject aan weerszijden van de grens. De Belgen zijn daarmee veel eerder begonnen dan de Nederlanders. “Voor een keer lopen wij voor op de Nederlanders”, constateert hij met een glimlach.

wandelaars op een plattelandspad in Belgisch Limburg

Wijndomein Thilesna

We verlaten de Maasoever en lopen verder door de velden. Een man op een speedpedelec staat ons op te wachten. Het is Johan Jacobs, die samen met zijn vrouw Carmen Janssen het wijndomein Thilesna runt. Even later leidt hij ons rond door zijn wijngaard bij Dilsen. Dat is geen straf. Het is hartje oktober, stralend zonnig en we genieten van temperaturen van boven de 20 graden.

Uiteraard zijn die hoge temperaturen in oktober het gevolg van de klimaatopwarming. Voor noordelijk gelegen wijndomeinen moet dit een gunstige ontwikkeling zijn, toch? Johan knikt. Maar ook zijn de weersomstandigheden onvoorspelbaarder geworden, vertelt hij. Met soms zeer natte en dan opeens weer zeer droge perioden. En het kan ook weer te warm en te zonnig worden, zelfs voor druiven. Dan krijgen ze, net als mensen, last van zonnebrand.

Wijndomein Thilesna in Belgisch Limburg

Aan alles merk je dat Johan verknocht is aan de regio en wijn. De oude Sint-Martinuskerk van Dilsen prijkt trots op zijn logo en Thilesna is een oude benaming voor… Dilsen. In feite is Johans wijndomein een ernstig uit de hand gelopen hobby. Hij vertelt enthousiast over het knippen van de trossen, het proces van het wijn maken en het karakter van de Dilse bodem. Die bestaat uit een toplaag van leem en zandleem, met daaronder dikke grindpakketten. In combinatie met het microklimaat van de Maasvallei, het droogste en warmste gebied van de Benelux, creëert dat goede omstandigheden voor wijnbouw. De druivenrassen Pinot Auxerrois, Pinot Gris, Pinot Blanc en Riesling gedijen hier dan ook uitstekend en leveren wijn op met een minerale smaak en fijne zuren.

BOB Maasvallei Limburg

De wijnmaker uit Dilsen spreekt met veel respect over Karel Henckens van ‘Wijndomein Aldeneyck’ bij Maaseik. Die gaf het wijnbouwvirus ooit aan hem door. Bij Karel was Johan ook een tijd in de leer. Een samenwerking tussen Thilesna, Aldeneyck en Wijngoed Thorn, leidde uiteindelijk tot het grensoverschrijdende erkend herkomstgebied ‘BOB Maasvallei Limburg’. BOB, niet te verwarren met de bekende stapavond-chauffeur, betekent Beschermde OorsprongsBenaming. Dat is een soort regionaal keurmerk, naar het voorbeeld van het Franse Appellation d’Origine Protégée (AOP).

Een fietstocht over het befaamde Limburgse knooppuntennetwerk, eindigt de volgende dag bij het wijndomein Aldeneyck, dat veel groter is dan Thilesna. Van Karel Henckens zien we maar een glimp. Een rondleiding op Aldeneyck wordt traditioneel afgesloten met een proeverij, waarbij de Pinot Gris, Pinot Blanc, Pinot Purnot, de Chardonnay Heerenlaak en Riesling Brut de smaakpapillen strelen. Limburgers uit beide landen heffen er elke week het glas. De Maas mag dan als grensrivier Limburg in tweeën delen, voor de Limburgers is de Maas nooit een echte grens geweest.

In de wijnlounge van Aldeneyck

Info

De Lange Afstandswandeling in het RivierPark MaasVallei, 137 km lang en Wandelroute van het Jaar 2021, is dé manier om de natuur aan weerszijden van de Grensmaas te ontdekken.

In het Nationaal Park Hoge Kempen zijn 88 luswandelingen uitgezet tussen 3 en 17 km. Ook kun je dit park verkennen via het fietsknooppuntensysteem van Regionaal Landschap Kempen en Maasland.

Voor meer info over Terhills en RivierPark MaasVallei, kijk Terhills.be en op Rivierparkmaasvallei.eu.

En voor meer info over wijndomein Thilesna en wijndomein Aldeneyck, zie Wijndomein-thilesna.be en Wijndomein-aldeneyck.be.

Met NS International kun je makkelijk en comfortabel naar Vlaanderen reizen.

Terug naar resultaten

Solohiker Shanna Bussink bezig bij een kampvuurtje
Foto: ©Jennifer Windl

Tekst: Shanna Bussink

Is dat niet heel spannend? Vind je het niet heel eng? Ben je nooit bang? Bijvoorbeeld dat je verdwaalt of dat er iets gebeurt? De meeste solowandelaars zullen deze vragen in meer of mindere mate hebben gekregen en ook voor mijzelf is het een van de meest gehoorde vragen. Het stut het idee dat je als solohiker onvermurwbaar, onbevreesd en onvoorstelbaar dapper zou moeten zijn om een meerdaagse trektocht te volbrengen. Maar is dat echt nodig? En kun je je daarin ontwikkelen?

Diagonaal dwars door Estland werd ik op een van de eerste nachten, al wildkamperend, overvallen door een situatie waarvan de uitkomst niet te voorspellen was. En niet alleen niet te voorspellen; ik had het ondanks mijn talloze solokilometers met alle creativiteit van de wereld niet eens kunnen verzinnen. Het voelde bedreigend en het raakte een zorg van een solohikende vrouw.

Ik had mijn tentje in het lage struikgewas tussen de bomen geplaatst. Niet heel comfortabel, maar de schemer begon inmiddels flink door te zetten. Het was veiliger om mijn hoofdlampje niet te gebruiken om te voorkomen dat ik er aandacht mee trok. Inmiddels had ik het vinden van een goede wildkampeerplek tot een kunst verheven. En hoewel deze plek niet in mijn top 10 zou belanden, was het met tientallen meters van een inmiddels overwoekerd pad vandaan beschut genoeg. Dacht ik.

Solohiker Shanna Bussink slaat haar tent op in de nacht
Foto: ©Wanda Catsman

Zware mannenstem

Tot ik de volgende ochtend ruw gewekt werd door een zware mannenstem met Russisch klinkend accent. Zo luid, dat het niet anders kon dan dat het binnen een meter van mijn tent moest zijn. Mijn ogen sperden zich wijd open. Wat was dit, wat gebeurde er? Hoe was dit mogelijk? Welke idioot loopt zóver de bosjes in? Wat zei hij en wat was slim om te doen?

Muisstil bleef ik liggen. Ik hoopte dat mijn bonzende hart niet te horen zou zijn door het tentdoek en probeerde de situatie te bevatten. Was ik gepakt? Was dit politie? Een griezel? Zou hij weer weglopen als ik maar lang genoeg mijn adem inhield? En als dat niet zo zou zijn, ik kon hier toch niet een dag blijven liggen? Mijn tent was een duidelijke eenpersoonstent. Mijn stem gebruiken of mijn hoofd buiten de tent steken zou meteen duidelijk maken dat ik vrouw alleen was. En in deze situatie had ik geen enkele aanwijzing om zijn intenties te peilen.

Wat was wijsheid? De stem verdween niet. De man bleef om mijn tent heen hangen. Zolang ik geen geluid maakte, was het in ieder geval onduidelijk of er iemand in de tent lag. Dat zou ‘m niet per se weerhouden van het openritsen van de tent, bedacht ik me. Maar ik had nog wat tijd nodig om de meest logische verklaring te bedenken van de situatie waarin ik beland was. Die kwam niet.

Heel voorzichtig ritste ik een paar centimeter van mijn tent open. Net genoeg om er doorheen te loeren. Daar stond hij. Een reusachtige man. Voorovergebogen, vlak naast mijn tent. Met in zijn hand een rieten mandje waar Roodkapje nog jaloers op zou zijn: hij was besjes aan het plukken.

De meest logische verklaring van wat hij had gezegd met zijn Russische accent was waarschijnlijk zoiets als ‘welke idioot zet híer zijn tent op?’ al dan niet gevolgd door ‘op mijn besjes’. Ik wachtte nog even af, begon toen langzaamaan mijn spullen in te pakken. Toen ik klaar was om in volle glorie uit de tent te stappen, was hij al verdwenen.

Shanna Bussink op een boomstambruggetje tijdens een van haar solo-wandeltochten

Leven zonder angst?

Ik heb er nog vaak om gelachen. Maar ook heb ik de situatie geanalyseerd. Hoe was mijn reactie? Was die terecht, had ik anders kunnen of moeten reageren? Hoewel het ideaal klinkt om zorgeloos door het leven te gaan, heeft het hebben van zorgen of zelfs stress ook een functie. Het zet je op scherp. Als je niet weet wat de uitkomst gaat zijn, is het verstandig alle uitkomsten voor mogelijk te houden. In een acute situatie houdt het de focus op je veiligheid. Mensen zonder angst leven doorgaans het kortst. Het gaat er dus niet om dat je angstvrij kunt leven, het gaat erom je zorgen de baas te blijven. Want ben je moedig als je niet bang bent? Of juist als je iets doet waar je bang voor bent?

Directe omgeving

De zorgen die je kan hebben om als solohiker op pad te gaan, zijn vaak gebaseerd op je directe omgeving. Waar je in een dorp of stad nog borden, wegwijzers of gsm-bereik hebt, heb je dat op het pad wellicht niet. Waar je in een dorp of stad nog snel medische hulp kan inschakelen, kan dat in het buitengebied veel lastiger zijn. Waar je in de stad elkaar nog amper begroet, is dit tijdens een wandeling de normaalste zaak van de wereld. En andersom; als je elkaar tegenkomt tijdens een meerdaagse wandeling is de vraag welke kant je opgaat, of welke route je loopt, niet vreemd. Maar als iemand je in een grote stad vraagt waar je heen gaat, wordt het ineens obscuur.

Er gelden dus andere regels. Het is als reizen naar een ander land met een cultuur die ver van de jouwe afligt of je verpozen in een andere sociale klasse dan de jouwe. Je kent de regels niet, de gebruiken niet. Het maakt het inschatten van situaties en het lezen van signalen lastiger. En ook op de trail, het bos of in afgelegen gebieden heerst een cultuur die je je wellicht nog eigen moet maken.

Dat kan onwennig aanvoelen of de stap groot maken. Maar wanneer je eenmaal die stap zet, zal je merken dat de gebruiken in de natuur of onder andere wandelaars er vooral een is van vriendelijkheid en hulpvaardigheid. Van samen dingen delen, van een gemene deler. Tijdens een wandeling in het buitengebied is je omgeving veel meer gericht op samenwerken. Heb je hulp nodig? Heb je genoeg te eten, drinken? Heb je een slaapplaats? Je zal leren dat mensen vooral je verhaal willen horen, je willen helpen, bewondering voor je hebben en je motiveren.

Rotte appels

Zijn er dan nooit rotte appels? Zoals in alle lagen van de bevolking, alle culturen, alle omgevingen; ze zullen er ongetwijfeld zijn. De kans dat je er één treft op je pad is echter wel zó klein, dat het in het niet valt met de risico’s die je iedere dag in je leven aangaat… En eerlijk, heeft de gedachte aan je dagelijkse risico’s weerhouden om uit je bed te komen en je leven aan te gaan?

Angst is een goede raadgever, maar wel een slechte beslisser. En al weet je rationeel dat je zorgen soms niet terecht zijn, dan kun je je nog steeds bezorgd voelen. Dat ontneemt natuurlijk wel het plezier van je wandeling. In plaats van het proberen te negeren of weg te drukken, kun je het beste jezelf overtuigen door het verzamelen van positieve ervaringen en leren dat het het waard is om de paden te betreden. Het beter afstemmen van je alarmsysteem is trainbaar. Laat daarom al die bijzondere wandelbelevingen niet aan je voorbijgaan; buiten is immers óók voor jou. Of je dapper of dom was in een situatie, dát leer je doorgaans pas naderhand, als de uitkomst bekend is.

Shanna Bussink, ofwel Rayu, genietend van de zonsondergang op een bergtop
Foto: ©Nicky Brouwer

Klein beginnen

Tijd om alleen op pad te gaan dus. Begin klein. Blokjes om, een tochtje door het park. Het lokale bos, een meerdaagse wandeling in Nederland. Bouw het stap voor stap uit. Verzamel positieve ervaringen, die vanzelf komen als je de paden betreedt in omstandigheden die voor jou nog onder controle voelen. Het hebben van een vangnet is wel fijn, zeker in het begin. Weten wat en dat je iets kan doen als je tóch wordt overvallen door je zorgen. Of het nu verdwalen, zelfredzaamheid, medische omstandigheden of veiligheid betreft.

Kies bijvoorbeeld een route waar je gsm-bereik hebt of schaf een gps-apparaat aan, download kaarten op je mobiele telefoon, leer kaartlezen. Volg een EHBO-cursus of wilderness first aid, iets wat je hele leven je van pas zal komen. Vertel vrienden, familie waar en wanneer je ergens heen gaat, wat je plannen zijn (of je nu beginner of gevorderd bent, dit zou je altijd moeten doen). Deel eventueel je locatie via een app of met de volgfunctie van je gps. Formuleer zinnen die je kunt uitspreken als je hulp nodig hebt of bij vreemden moet aankloppen. Oefen ook zinnen die je uit kunt spreken als je tóch in een ongewenste situatie met iemand anders komt, zodat je adequaat je grenzen kunt aangeven en het de kans op bevriezen verkleint. Maak een plan van aanpak wat je gaat doen wanneer je zorgen bewaarheid worden.

Kansloos knietje

En als de zorgen je persoonlijke veiligheid betreft; gooi alle clichés direct overboord. Vergeet het kansloze knietje, het dubieuze mes, de illegale pepperspray of de deobus. Zie je wel eens een wandelaar met een deobus in zijn hand lopen? Precies. En als ie in je rugzak zit, kun je er niet bij als je ‘m nodig hebt.

Het probleem met veel goedbedoelde adviezen en materialen, is dat ze je continu vals herinneren aan Hoe Gevaarlijk Het Is Wat Je Doet. Maar dat is het niet. Het is vooral fantastisch wat je doet, en dát gevoel wil je vasthouden. Het enige wat je verder wil, is zorgen voor jezelf en je veiligheid en het hebben van een vangnet.

Leer dus vaardigheden waar je altijd wat aan hebt in het leven en neem spullen mee die vooral van nut zijn. Neem in plaats van een mes of deobus liever een zaklampje mee. Altijd handig als de schemer valt en in het geval van een vervelende ontmoeting kun je iemand schadevrij afleiden door in zijn ogen te schijnen. Je kunt ook denken aan een stijlvol en neutraal armbandje als de Sarando (voor diabetici) of de Invi waarmee je hulp kunt inschakelen als het nodig is.

Een zelfverdedigingscursus kan handig zijn, maar zorg ervoor dat je de technieken ook kunt toepassen in een stresssituatie. Een veel beter idee is het integreren van een sport in je leven zoals (Brazilian) Jiu Jiutsu, waarbij het veel meer om stoeien gaat. In een vrolijke situatie zou je dit ook thuis met kinderen, partner of vrienden kunnen oefenen onder het mom sport of spel, terwijl je tegelijkertijd vaardigheden leert om je uit benarde posities te manoeuvreren.

En laat je inspireren! Lees of luister boeken van de andere sologangers zoals ‘Fulltime Avonturier’ van Tamar Valkenier of ‘Alleen’ van Tim Voors. Of ‘De meeste mensen deugen’ van Rutger Bregman voor meer vertrouwen en ‘Alles onder controle’ van Roanne van Voorst, waarin de grootste durfals júist angst kennen en ontdek hoe ze ermee omgaan.

Solohikster Shanna Bussink doorkruist een dor en droog gebergte

Trailmagic

Dus ja, ook ik maak me wel eens zorgen op mijn solotochten en vraag me af of een bepaalde keuze handig of verstandig is. Maar óók of het de zorgen waard zou kunnen zijn. Want de positieve ervaringen overtreffen vrijwel altijd in ruime mate de negatieve en leveren uiteindelijk de mooiste belevingen, verhalen en ervaringen op.

Zo had ik halverwege een van mijn solotochten er al een ruime 300 koffieloze kilometers opzitten. Ik drink op lange tochten doorgaans geen koffie om zo beter mijn eigen ritme aan te voelen en meer met het licht te leven, maar ik wil er ook niet heel rigide in zijn. Over drie kilometer zou er een kleine supermarkt zijn. Als ze daar, zoals ik al eerder had gezien, verse koffie hebben, dan neem ik vandaag een bakje, besloot ik.

Maar ze hadden geen koffie.

Ik vervolgde mijn etappe. De hele dag had ik nog geen wandelaar gezien, maar net nadat ik mijn wandelstokken tegen een boom had geplaatst en naast het pad mijn broek naar beneden wilde stropen om te plassen, hoorde ik een stem. Een langeafstandwandelaar, zag ik direct aan zijn rugzak. Ik begroette hem en vroeg of hij ook de hele trail liep. “Helaas niet, alleen maar 200 kilometer. Zullen we koffie drinken?”

Ik glimlachte om de toevalligheid en knikte.

Hij vulde mijn mok met gezoete zwarte koffie uit zijn thermoskan, gaf wat chocola en vertelde honderduit over het pad. Ik leerde meer over het gebied, de pareltjes die ik in de komende etappes niet mocht missen en laafde me aan grappige anekdotes van zijn afgelopen wandeldagen. Trailmagic. Het mooiste wat je kan overkomen als solohiker.

portret van solohiker Shanna Bussink met verrekijker
Foto: ©Ad Snelderwaard


Shanna Bussink is wildernisgids en heeft als solohiker vele paden betreden. Onder haar trailnaam Rayu bereid ze hikers fysiek en mentaal voor op hun trektocht. Ze organiseert sinds 2019 samen met Wanda Catsman het ‘Sterker in je Wandelschoenen’-evenement voor wandelaars die wegwijs en vol vertrouwen alleen op pad willen gaan.

Kijk voor meer informatie op hikenbeginthier.nl en sterkerinjewandelschoenen.nl.

Terug naar resultaten

De SkyBridge 721, de langste hangbrug ter wereld

Tekst Stefan Maas beeld Stefan Maas/Czech Tourism

Kastelen, bossen, bergen, kunst, architectuur, natuurgebieden en de langste hangbrug ter wereld. Oost-Bohemen in Tsjechië heeft veel te bieden aan fietsers en wandelaars die een trip graag combineren met cultuur.

Oost-Bohemen: het zal de meeste Nederlanders waarschijnlijk niets zeggen. Wie heeft er bijvoorbeeld wel eens gehoord van Toulovcovy Maštale, ofwel ‘Toulovecs Stallen’, op een halfuurtje rijden van Litomyšl? Een mystiek en weinig bekend bosgebied met ‘rotssteden’; op elkaar gestapelde rotsblokken die als grijs-bruine eilanden in het groen liggen, en vreemd gevormde rotsformaties die namen dragen als De Preekstoel, het Muizenhol, het Ei van Columbus, het Vossenhol, de Paraplu of het Kasteel.

Zo’n rotsstad is een labyrint van rotsformaties, spleten, gangenstelsels en gaten. Boomwortels slingeren er alle kanten uit, op zoek naar voeding en houvast, zodat je steeds moet blijven uitkijken waar je loopt. De naamgever van het gebied, roofridder Vavřinec Toulovec, heeft er in de loop van de 14e eeuw rondgereden. Het was een perfecte uitvalsbasis voor strooptochten. De paarden en de buit kon je na afloop makkelijk verbergen in een van de vele spleten en kloven.

De rotsstad van Toulovcovy Maštale in Oost-Bohemen

Pokdalige wanden

We lopen langs enkele rotsformaties, klimmen er soms bovenop. De wanden van die zandstenen formaties zijn pokdalig; overal zie je gaten waar je je hand in kunt steken. Weer en wind boetseren elke dag het aangezicht van de ‘Stallen’. Af en toe voert het pad je tussen twee rotsformaties door; een soort rots-steegje als het ware. Niet alleen wandelaars kunnen deze rotssteden overigens verkennen. Door het gebied zijn voor 150 km aan fietsroutes uitgezet, die over bospaden en onverharde weggetjes lopen. Perfect voor wie graag door de natuur fietst.

Roofridder Toulovec mag dan een vermeende middeleeuwse crimineel zijn; hij is wel populair onder de Tsjechen. Onder meer een herberg, een restaurant, een uitkijktoren en een plein dragen zijn naam. In de 21e eeuw leidt hij je desgewenst en tegen betaling rond in Litomyšl, in vol roofridderornaat. Maar met alleen de omschrijving roofridder doe ik hem tekort. Hij zou als een Tsjechische Robin Hood gestolen hebben van de rijken en gegeven hebben aan de armen. Blijkbaar had Vavřinec op latere leeftijd spijt van zijn daden, want hij zou toen een aanzienlijk geldbedrag hebben geschonken voor de bouw van een hospitaal voor de armen in Litomyšl. Roofridder of weldoener; Toulovec lijkt beide types in één persoon te combineren.

Het kasteel van Litomysl

Litomyšl

Litomyšl is een provinciestadje dat niet op een Oost-Boheems must-visit-lijstje mag ontbreken. Het prachtige renaissanceslot in die plaats, dat op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat, is het toeristische hoogtepunt van het historische centrum. We lopen een rondje rond het pronkgebouw. De talloze versieringen op de gevel met de Italiaanse sgrafitto-techniek, de balustrades, het open karakter… het lijkt zo uit de Zuid-Europa te zijn getransporteerd. De Zuid-Europese touch is geen toeval, want Vratislav van Pernštejn gaf het kasteel ooit als een geschenk aan zijn Spaanse vrouw: Maria Manrique de Lara.

Het kasteel bevat nog een klein, authentiek en zeldzaam baroktheater uit 1798, met handbeschilderde decors en doorleefde houten stoelen. Gedurende 50 jaar speelden leden van de adellijke familie Waldstein-Wartenberg hier komedies en andere toneelstukken voor kleine gezelschappen. En vlak bij het kasteel staat een huisje, een voormalige brouwerij, waar componist Bedřich Smetana werd geboren. Het kasteel is ook het hart van het Smetana-festival, een van de grootste festivals in zijn soort in Tsjechië, dat in juni en juli plaatsvindt.

In de kelders onder het kasteel is een expositie met beelden van Albram Zoubek en een 'hart' voor oud-president Havel, gemaakt van was.

Maar de grootste verrassing, zit onder de grond. Daar bevinden zich enorme kelders, met tientallen levensgrote beelden van kunstenaar Olbram Zoubek en een ‘hart’ voor Václav Havel, de beroemde oud-president, dissident en auteur. Het hart is gemaakt van de was van honderden en misschien wel duizenden kaarsjes die ter ere van Havel zijn aangestoken na diens overlijden. Aan de muur hangen honderden briefjes in de vorm van hartjes met persoonlijke boodschappen van bezoekers.

Het kinderspeelpark in Dolni Morava, inclusief supersized mammoet

Sportresort Dolní Morava

De volgende dag laat de Tsjechisch-Poolse grensstreek een totaal ander gezicht zien. We belanden in sportresort Dolní Morava aan de voet van de berg Králický Sněžník. Een XXXL-mammoet bewaakt daar een gloednieuwe mega-speeltuin voor kinderen. Ook voor sportieve 12-plussers is het hier een speeltuin. Ik stort me met opengesperde ogen over een metalen zomerrodelbaan naar beneden, onderweg prevelend dat ik niet aan de remmen mag komen van het rodelkarretje. De man van het rodelstation had me immers verteld dat dit echt niet nodig is. Hij heeft gelijk. Als door een wonder raakt het karretje niet van de rodelrail; de G-krachten drukken me stevig in het stoeltje als het gevaarte zich door de bochten wringt bij een topsnelheid van 50 km/u.

Op gehuurde mountainbikes nemen we als onzekere groentjes de makkelijkste downhill-trail die we maar kunnen vinden, en die trail nemen we dan ook nog eens met een slakkengangetje. Het personeel van de plaatselijke mountainbikezaak keek ons terecht wat vreemd aan toen we om tips vroegen om zo’n downhill te overleven. Als we op die bikes nog een onverhard rondje maken door het gebergte, ontvouwen fabelachtige uitzichten zich richting Polen. We knijpen vaak in de remmen om het op beeld vast te leggen. Zelfs in miezerweer is de route te mooi om snel af te leggen.

Skybridge 721, de langste hangbrug ter wereld

SkyBridge 721

Veel bezoekers komen echter met een ander doel naar het sportresort. Naar boomkroonpad SkyWalk met een 55 meter hoge toren en bovenal naar ‘s werelds langste hangbrug: de SkyBridge 721. De brug werd in mei 2022 geopend, is 721 meter lang, hangt 95 meter boven de grond en fungeert als een toeristenmagneet. Na een ritje met de skilift tot zo’n 1100 meter hoogte, kun je een wandeling over deze attractie maken met prachtige 360-graden-uitzichten. Het zijn 721 bijzondere meters: de Tsjechische bergwereld ligt even aan en onder onze voeten. Uiteraard zijn we niet alleen. Hele pelotons dagjesmensen marcheren over deze mega-luchtbrug, die tussen twee bergkammen is gespannen.

Stevige kost en cultuur

We trekken weer verder Oost-Bohemen in. De streek is een bonte verzameling van weilanden, bossen, bergen, kastelen en goed onderhouden dorpjes en steden met onuitspreekbare namen. De cuisine is er stevig en volumineus: knoedels, geroosterde eend, visgerechten, zuurkool, altijd overdadig overgoten met saus. Natuurlijk ontbreekt het bier niet. De Tsjechen zijn onbetwist Europees kampioen bierdrinken en slaan per jaar gemiddeld 143 liter achterover. Een getal dat je doet duizelen, ook zonder alcohol.

En Oost-Bohemen heeft volop cultuur in de aanbieding. Chateau Častolovice is een romantisch renaissancekasteel waar je de oude interieurs van vervlogen tijden kunt bewonderen. We krijgen er zelfs een hand van de huidige bewoners, leden van de familie Sternberg. Deze familie raakte het kasteel in WO II kwijt aan de Duitsers en kreeg het pas in 1992 weer terug. In Hradec Králové beklimmen we hijgend de 72 meter hoge Witte Klokkentoren in het centrum en genieten daarna volop van de architectuur in de stad. Ook de bedevaartkerk van de Hemelvaart van de Maagd Maria in Neratov is een bezoekje waard, vanwege het zeldzame glazen dak. Op paaszondag valt het zonlicht daardoor precies op het middaguur op het heiligdom in de kerk.

Vrouw loopt over de smokkelaarsbrug in Oost-Bohemen

Adelaarsgebergte

Ons busje stopt bij de rivier Divoká Orlice, ofwel Wilde Orlice, in het Adelaarsgebergte langs de grens met Polen. Dit gebergte is een glooiend fiets- en wandelwalhalla dat buiten Tsjechië weinig bekend is. Wij beperken ons tot een korte educatieve route en klauteren langs de Orlice over een spekglad, doorweekt pad naar de zogenoemde ‘smokkelaarsbrug’. In deze grensstreek werd vroeger van alles illegaal de grens overgebracht. Smokkelaars verstopten de waar in huisjes en gingen ‘s nachts de brug over.

Het altaar in de merkwaardige kerk in Vrchni Orlice, in Oost-Bohemen

Ook de kerk van Sint Jan van Nepomuk in het nabije Vrchní Orlice getuigt van het roerige verleden van het grensgebied. Het gebouw staat eenzaam tussen de velden, een vreemde locatie om een kerk te bouwen. Maar dat is schijn. Ooit stonden er huizen rond de kerk, bewoond door overwegend Sudeten-Duitsers. Na de nederlaag van nazi-Duitsland vertrokken die uit deze grensstreek van Tsjechië; vrijwillig of weggejaagd. En ook hun huizen zijn uiteindelijk met de grond gelijkgemaakt. De half-vervallen kerk is nog steeds in gebruik; er vinden missen, exposities en concerten in plaats. Filmmakers gebruiken het gebouw soms als ze een wat griezelig decor nodig hebben. Het verleden van deze merkwaardige kerk is maar een van de talloze verhalen die verbonden zijn aan Oost-Bohemen.

Meer info:

Over vakantieland Tsjechië: Visitczechrepublic.com/nl-nl

Oost-Bohemen: Oost-bohemen.info
Dolní Morava: Dolnimorava.cz
Hradec Králové Regio: Hkregion.cz
Adelaarsgebergte: Eaglemountains.cz

Terug naar resultaten

Wie Tirol bezoekt, geniet van een adembenemend berglandschap en een fantastisch en afwisselend aanbod op het gebied van cultuur, natuur en sport. Deze hoogtepunten mag je niet missen.

Innsbruck

Als deelstaathoofdstad en centrum van Tirol combineert Innsbruck natuur en cultuur, traditie en trends. Van het oude centrum met het “Goldende Dachl” tot de Hungerburgbahn die bezoekers naar de Nordkette brengt en weer terug naar beneden naar de Alpenzoo: om maar één perfecte Innsbruck-tour te noemen.

Hotel Entners, Pertisau am Achensee
Hotel Entners, Pertisau am Achensee

Achensee

Te midden van het adembenemende berglandschap van het Karwendel- en Rofangebirge ligt het grootste meer van Tirol- de Achesee. Op nog geen uur van Innsbruck biedt het een enorme sport- en cultuuraanbod: zwemmen, boottochten, kitsurfen, wandelen en nog veel meer.

KAT Walk Family

In de Kitzbüheler Alpen kunnen zich zowel volwassenen als kinderen verheugen op een meerdaagse langeafstandswandeling – inclusief bagagevervoer. Klimparken, raadseltochten, Alpenbloementuinen, mountaincarts, reuzenschommels, avonturenspeeltuinen… bieden boordevol actie en plezier.

Neustift im Stubaital, Nähe Franz Senn Hütte
Neustift im Stubaital, Nähe Franz Senn Hütte

Bergsportweken in het Brixental

Een hoogtepunt voor recreatieve sporters en actieve vakantiegangers die het Brixental bij de Wilder Kaiser bewust op een gezonde manier willen beleven.

Wildschönauer Höhenweg

Wandel na een rit met de gondelbaan tussen het Markbachjoch en de Schönangeralm over een route van 14 km van alm naar alm en geniet van de heldere berglucht, het geweldige uitzicht en de Tiroolse gastvrijheid.

Neuhogenalm
Neuhogenalm

Etappewandelroute “Grenzgänger”

Deze hoogalpiene wandelroute bij de Beierse grens die door de lezers van het trekking-Magazin in 2019 werd uitgeroepen tot de mooiste wandelroute, vormt een bijzonder avontuur. Als bezoeker in het Tannheimer Tal kun je bovendien kosteloos gebruik maken van de vier bergbanen en krijg je onbeperkt toegang tot het openluchtzwembad in Haldensee.

Great Trails Kirchberg
Great Trails Kirchberg

Herfst in Paznaun

Met de Golden Summits biedt Paznaun in september en oktober een bont weekprogramma voor herfstfans in de bergen. De nieuwe Silvretta Therme in Ischgl met een wateroppervlak van 1.000 m2, binnen- enbuitenzwembad, 1.500 m2 saunagedeelte, 320 m2 fitnesscenter, evenementen en restaurants completeert het programma.

Terug naar resultaten

Hiken in Oman op slippers

Tekst en beeld Sybylle Kroon

Bij het Midden-Oosten denk je misschien niet meteen aan een stevige wandeling, laat staan een hike. Te heet, te kaal, te veel zand. Wie verder kijkt, ziet een avontuurlijke uitdaging. Neem Oman. Van de 300.000 vierkante kilometer is het grootste deel woestijn. Blijft over: nog héél veel vierkante kilometers waar het natuurschoon je zal overrompelen. Waar de mooiste outdooravonturen te beleven zijn. En waar je nog niet struikelt over de toeristen.

Oman – meer dan woestijn alleen

Maak kennis met Hamid, hij is eigenaar van Enjoy Oman. Hij verzorgt avontuurlijke tochten en trekkings door zijn land. Een dag, een paar dagen, een week, wat jij wil. Hij neemt ons een paar dagen op sleeptouw en gidst ons door het noordoostelijke deel van Oman. Daar vind je niet alleen woestijn, maar ook woeste bergen en wonderbaarlijke wadi’s. Een gids is overigens niet verplicht, je kunt natuurlijk ook zelf op pad gaan, zoals het Belgische en Nederlandse stel dat we onderweg tegenkwamen. Zorg dan in elk geval voor genoeg proviand en een goede kaart en/of gps-tracker, want internet is niet overal aanwezig en op veel bergpaden kom je soms urenlang niemand tegen, dus ‘even naar de weg vragen’ gaat dan niet. O ja, de beste reistijd is de winter, dan zijn de temperaturen – tussen 20 en 30 graden – prima te doen. Let wel op, want vooral in de bergen, op hoogte, kan het opeens venijnig kouder zijn.

De Via Ferrata in het Hadjargebergte in Oman

Walhallah in de bergen

Na een rit van een paar uur komen we vanuit de hoofdstad Muscat aan in Al Jabal Al Akhdar, een deel van het Hadjargebergte. We zijn op meer dan tweeduizend meter hoogte en dat voel je meteen; het is fris als we uit de fourwheeldrive klauteren waarmee Hamid ons door het land taxiet. Even later schuif ik de gordijnen van mijn hotelkamer in het Al Jabal Al Akhdar Resort open en bam! Wat. Een. Uitzicht. Bergen. Woeste bergen. Een walhallah voor bergbeklimmers. Net buiten het resort hangt iemand aan een rotspunt, hij volgt een via ferrata. Zou hij af en toe om zich heen kijken hoe overweldigend mooi de omgeving is? Geen boom te zien, alleen maar bergformaties, de een nog fraaier dan de ander. Wij gaan niet klimmen, maar hiken.

Via kleuren wordt de moeilijkheidsgraad van de hike aangegeven

Hiken over een falaj

‘Een niet al te moeilijke wandeling’ noemt Hamid de bewegwijzerde route die langs drie bergdorpen leidt. Al Aqr, Al Ayn en Ash Shirayjah liggen bij de berg Guru. De geel-wit-rode wegwijzers leiden de weg. Elke kleur heeft een betekenis. Wit bovenaan betekent: eenvoudige route. Geel bovenaan betekent: gemiddeld. En rood bovenaan staat voor moeilijk parcours. De kleuren variëren in het parcours en daar komen we al snel achter. Het ‘wandelpad’ bestaat dan weer uit een gemakkelijke trap, dan weer een rotsachtig parcours maar ook moeten we hele stukken over ‘falaj’ lopen. Dat is het historische irrigatiesysteem dat nog steeds in gebruik is in de bergen. Je loopt dan over de – soms smalle – rand van de betonnen goot die water uit de bergen leidt naar de dorpen, de plantages en de akkers die als ‘hangende terrassen’ uit de rotsen zijn gehouwen.

Overal in Oman biedt de bevolking je dadels aan

Welkom in Oman – koffie en dadels staan klaar

Falaj zijn dus de ware levensaders voor de Omani en in sommige delen van het land zelfs werelderfgoed. Goede schoenen zijn heel handig op dit traject, maar Hamid dartelt bijna op zijn open sandalen onder zijn witte dishdasha. Af en toe staat hij glimlachend toe te kijken hoe we over de rotspartijen klauteren en via de ‘evenwichtsbalk’ heelhuids de overkant proberen te halen. In het begin is het ook best eng. De falaj liggen soms hoog, met links en rechts een afgrondje waar je liever niet in valt. De route voert door drie dorpjes, waar geen sterveling te zien is. Toch wonen hier mensen. Je hoort een baby huilen, ergens staat een radio aan en op een hoekje staat een koffiepot met een bakje dadels klaar voor de voorbijgangers. ‘Waar je ook komt in Oman, er staan altijd gratis koffie en dadels klaar, dat hoort nu eenmaal bij onze cultuur’, legt Hamid uit.

De sterrenhemel van Oman

Na een paar uur hiken, balanceren, klauteren en heel veel foto’s maken komen we aan bij een tussenstation, waar chauffeur Almundhir ons op staat te wachten. De route gaat veel langer door, maar ondanks dat het nog niet heel laat is, gaat de zon al bijna onder. Het is dan snel donker en onherbergzaam in de bergen. Iets om rekening mee te houden als je gaat hiken. Bergen zijn mooi, maar de natuur en de (koude) nachten zijn hier onverbiddelijk. Met een berg aan foto’s komen we even later aan bij ons hotel. Het is inmiddels aardedonker en aan het firmament is de Melkweg zichtbaar.

Het ontvangstcomité bestaat uit een kudde geiten bij Wadi-al-Shab

Hiken door de canyons

Een paar dagen later rijden we terug naar de kust. De hoge bergen laten we achter ons, maar langs de kustweg tussen Muscat en Sur blijven bergen en uitgedoofde vulkanen ons volgen. Dit is de regio waar je tal van wadi’s kunt vinden. Kloven, in miljoenen jaren uitgesleten door rivieren. En nog steeds stroomt hier water, afkomstig uit de bergen of van regenbuien. Dan is het oppassen geblazen in een wadi, houd dus wel het weerbericht in de gaten als je gaat hiken door een wadi. Door al dat water is een wadi een groene kloof, waar palmbomen en andere tropische planten welig tieren. Hamid en Almundhir parkeren de fourwheeldrives bij het parkeerterrein van een van de mooiste wadi’s: Wadi al Shab. Een kudde geiten vormt het ontvangstcomité. Het weer is goed, dus we kunnen op pad voor een bijzondere hike door deze Omaanse canyon.

Overzicht van de Wadi-al-Shab in Oman

Hiken op sandalen – Omani kunnen dat

Met een bootje (kosten: 1 rial per persoon, zorg er dus voor dat je geld bij je hebt) worden we naar het beginpunt van de hike gebracht. Daar ligt een goed begaanbaar pad omzoomd met palmbomen. Langzaam maar zeker wordt het parcours uitdagender. Soms is het pad niet meer duidelijk; dan is het een kwestie van je voorgangers volgen en hopen dat het meevalt. Op de droge plekken loop je over de bedding van de wadi waar enorme rotsblokken liggen en kleine stroompjes bergafwaarts gaan. Af en toe leidt het pad je naar smalle, hoger gelegen richels en over een falaj. Ook hier zijn goede schoenen geen overbodige luxe, omdat het op bepaalde stukken glad kan zijn. Hoewel Hamid en Almundhir weer rustig op sandalen de wadi doorkruisen. We staan af en toe even stil om van de natuurschoon te genieten; enorme rotspartijen worden afgewisseld met palmbomen. En dan moet de bonus nog komen.

Zwemmen in een natuurlijk zwembad in de canyon

Natuurlijk zwembad

Na ongeveer een uurtje hiken kom je op een punt dat je niet verder kunt. Althans: als je geen ezel bent, want die zagen we als ware klimgeiten samen met hun begeleiders langs een halsbrekende richel lopen. Nee, hier gaan wij, gewone stervelingen, geen held worden. Hier kun je niet verder hiken, maar wel verder zwemmen. Een natuurlijk zwembad ligt hier te fonkelen. Dus de kleren uit en de waterschoenen en zwemkleren aan. Dat mag hier. In andere wadi’s met natuurlijke zwembaden moet je namelijk decent gekleed het water in. We zwemmen door, glibberen over gladde stenen en komen uiteindelijk via een nauwe doorgang – niet geschikt voor mensen met claustrofobie – in de rotsen bij een poel met een waterval. Het is diep hier en je kunt er niet staan. Het is dus watertrappelen of houvast zoeken langs de rotsen. Durfallen klauteren via het touw dat er hangt naar boven en springen in de poel.

Heen-en-weer-hike

Het is een heen-en-weer-hike, want verder dan die poel kan je niet. En toch is het niet erg om dezelfde route terug te lopen, want je ziet weer andere hoeken van de wadi en loopt ook niet over precies dezelfde route terug. Ondertussen is het beetje bewolkt geraakt en Hamid benadrukt dat we moeten doorlopen. Als het gaat regenen – en dat doet het écht wel eens in Oman – dan wordt de route een stuk gladder en gevaarlijker. We komen droog aan bij de auto. Nog een tiental minuten later komt de regen met bakken uit de lucht. Weer hebben we geluk; we zien een volmaakte regenboog voor ons. Mooier kan ons outdooravontuur in Oman niet eindigen.

Gastblogger Sybylle schrijft over haar reisavonturen op het online reismagazine My Yellow Suitcase.

Terug naar resultaten

Headerfoto van de Anaga hike op Tenerife, een doorkijkje naar de oceaan
Tekst en beeld Sybylle Kroon

Denk je aan Tenerife, dan zie je misschien hordes overwinteraars op een strand of op een ligbedje aan een zwembad liggen. Daar is natuurlijk helemaal niks mis mee. Maar dat imago doet het Canarische eiland in de Atlantische Oceaan geen recht. Het noorden van dit eiland heeft namelijk een totaal ander gezicht. Hier geen massatoerisme maar rust, ruimte en groen. Heel veel groen mét bijzondere wandelpaden. En onder deze ‘groenstrook’ zit ook nog eens een vulkanisch gebergte verstopt.

De vulkaan El Teide is al van veraf te zien
De vulkaan El Teide in de verte

Tenerife – één brok lava

Tenerife is namelijk, net als de andere eilanden in de Canarische archipel, ontstaan uit vulkanische activiteiten die zo’n 180 miljoen jaar geleden begonnen. Eigenlijk is het één grote brok gestold lava en as. De mix van vruchtbare grond, een vulkaan – El Teide, met 3715 meter het hoogste punt van Tenerife en zelfs de hoogste berg van Spanje – die wolken tegenhoudt en de geïsoleerde ligging van Tenerife vormen de basis voor het groene noorden.

Anaga – in de groenstrook van Tenerife

In het noordelijkste puntje van Tenerife ligt een van de beschermde natuurgebieden van Tenerife: Anaga. Samen met gids Jaime van Feel Tenerife gaan we vanaf uitkijkpunt Pico del Inglés de PR TF2-route bewandelen. Eindpunt: Taborno. Een korte route, zo’n vijf kilometer. Ik ontdek al snel dat ‘kort’ niet gelijk staat aan ‘snel’, daarvoor is de route eenvoudigweg te rijk, te interessant en te fraai. Dat krijg je ervan als je met een gids op pad gaat: Jaime weet werkelijk álles van dit ‘botanische en geologisch juweel’, zoals het hij prozaïsch verwoordt.

Groen dankzij de wolken

We hebben geluk: tijdens onze hike zien we een blauwe lucht, terwijl tweehonderd dagen in het jaar een wolkendek het uitzicht belemmert. Die wolken zijn voor bezoekers misschien lastig, het is voor de natuur hier nu juist een zegen. “We noemen het horizontale regen”, legt Jaime uit. “Zonder deze wolken zou het hier niet zo groen zijn.” Vochtige lucht wordt (normaal gesproken) vanuit het noorden over de Atlantische Oceaan aangevoerd. Vulkaan El Teide, die midden op het eiland ligt, zorg er echter voor dat de mistige massa wordt tegengehouden en voor de noordelijke ‘groenstrook’ van Tenerife zorgt. Kijk maar eens naar dit plaatje:

Kaart van Tenerife met de noordelijke groene punt Anaga

Microklimaten op Tenerife

Tenerife kenmerkt zich door de vele microklimaten, zo ook in het noorden van het eiland. “Neem daarom zonnebrand en regenkleding mee, kleed je in laagjes en draag stevige wandelschoenen”, adviseert Jaime voorafgaand aan onze hike in Anaga. Op deze zonnige dag valt het reuze mee, maar op mistige dagen kan het op het pad verraderlijk glad zijn. Dat pad ligt hier trouwens al eeuwen: ze werden vroeger al gebruikt om van A naar B te komen. Dat waren tochten van soms vele dagen. Men overnachtte dan in uit de rotsen gehouwen grotten. Die komen we af en toe tegen. Ook nu nog een prima plek om de vermoeide benen even rust te geven.

Op Tenerife groeien allerlei prehistorische planten dankzij de geïsoleerde ligging van het eiland

Prehistorische planten

Het vochtige klimaat en vruchtbare grond vormen de perfecte ingrediënten voor een vegetatie die bestaat uit laurierboombossen (laurisilva) met daaronder fossiele varens, heide (erica) zo groot als bomen, gigantische paardenbloemen, inheemse geraniums, drakebloedbomen in allerlei formaten, enorme vetplanten en ‘oudemannenbaard’-mos dat aan de boomtakken hangt. (Madeiragangers zal dit bekend voorkomen, want daar tref je min of meer deze vegetatie aan.) Jaime: “Prehistorische planten doen het prima op Tenerife, die hebben van alles overleefd, dankzij de geïsoleerde ligging van het eiland in de oceaan. Hier vind je levende fossielen.”

Panorama tijdens de Anaga hike op Tenerife

Hiken over een ruggengraat

We lopen over de top van een vulkanisch gebergte richting Taborno. Het goed bewegwijzerde pad is net een ruggengraat, met beboste afgronden links en rechts van ons. We lopen onder mysterieuze boomgangen door, klauteren over eeuwenoude brokkelige traptreden maar staan ook om de haverklap stil. Omdat Jaime weer iets vertelt over die ene fossiele varen, de groeiwijze van de laurierbomen, de enorme vetplanten of de geologische bijzonderheden die we langs het pad tegenkomen. En natuurlijk om van de uitzichten op de omgeving en de Atlantische Oceaan te genieten. We zitten inmiddels ruim boven de 1200 meter en de doorkijkjes laten zien dat we boven de wolken zitten die op de oceaan drijven. De fotocamera maakt overuren, maar kan de overweldigende schoonheid van de omgeving nooit helemaal goed in beeld brengen. Dat zal je toch echt met eigen ogen moeten zien.

De schoorsteen van Anaga, een uitgedoofde vulkaan
Taborno met de kenmerkende ‘schoorsteen’ op de achtergrond

Slow hike in Anaga

Vijf kilometer en drie uur later – ik weet het, de gemiddelde snelheid is niet om over naar huis te schrijven – komt het eindpunt van onze slow hike in zicht: Taborno. Een klein dorpje aan de voet van een niet te missen grote ‘schoorsteen’, een restant van een vulkaan. Bij een van de restaurantjes vullen we het vocht weer aan. Jaime heeft vervoer terug naar het begin van onze hike geregeld, maar we hadden ook met de bus kunnen gaan. Die gaat echter maar twee keer per dag, dus je moet geluk hebben om die te kunnen pakken. En anders zit er niks anders op: terughiken. Ongetwijfeld dat de terugtocht net zo mooi is als de heenweg, ook al loop je dezelfde route. Er is gewoonweg te veel te zien in deze groenstrook van Tenerife.

Info Tenerife en Anaga:

Om meer over de geologie en landschap van Anaga en/of Tenerife te weten te komen, doe je er goed aan een officiële en professionele gids zoals Jaime in de arm te nemen. Ze kennen de meest bijzondere plekken en wandel- en hikeroutes beter als geen ander. Gidsen zijn te boeken via Visit Tenerife (www.webtenerife.com) of boek Jaime rechtstreeks via Feel Tenerife (www.feeltenerife.com).

Lees meer over Tenerife in het online reismagazine My Yellow Suitcase van onze gastblogger Sybylle.

Terug naar resultaten

Hombres in La Plata, Colombia
Tekst en foto's Kees Lucassen

Kees Lucassen is een reisjournalist die per fiets en te voet heel wat beleefde. In eigen land en verder weg. Zo ook in Colombia…

“En, voel jij je nu onveilig?” vraagt Tjeerd.
“Geen moment!” reageer ik resoluut.
Reisgenoot Tjeerd en ik zwerven ­– zowel lopend als met het openbaar vervoer −door Colombia. Voor een goed verhaal én om twee fabels door te prikken:
1: Reizen in Colombia is gevaarlijk.
2: In Colombia, het land van de grote verteller Gabriel García Márquez, gebeuren dingen die helemaal niet kunnen.

Inmiddels zijn we in La Plata, een stipje op de kaart, duizend meter hoog aan een hobbelweg die langs huiveringwekkende kloven kronkelt. Hier, in stoffige straten, knipogen schonkige paarden en zingen hombres met 1 hoed en 1 oog. Tussen waar onze bus is gestopt en de fruitvliegrijke markt schotelt een hooggehakte fee ons kip met gebakken banaan voor. Een glimlachende fee, zonder vleugels maar met reebruine ogen, Beyoncébenen, neonroze hotpants en een zuigende baby aan haar linkerborst.
“Is er een hotel in La Plata?” vraagt Tjeerd.
“Jazeker señor. In Carrera 4, hier om de hoek,” kraait de baby.
Helaas, het hotel blijkt completo. Maar aan de overkant van de straat knippert ‘Hotel Noches Plateñas’ en daar is nog plek. “Uit Hollanda?” kirt de receptionist, een nichterige trol met een sikje. “Ah, Amsterdam, de Stad der Godenzonen”, overact hij, zoals een slecht actrice doet. Prompt knalt de spaarlamp boven ons in duizend stukjes en staan we in het pikkedonker.
“In het duister beleef je zoveel meer”, giechelt Sikkemans.
“Nu voel ik me toch wel wat onveilig”, fluistert Tjeerd.

Impressie van rondreizen Colombia

De volgende ochtend rijden we per collectivo (verzameltaxi) naar Tierradentro. Maar voor we daar zijn, stapt al in La Plata een kaboutervrouwtje in. Luz-Amalia Peña: 1,3 meter groot en uitbundig ratelend, terwijl de collectivo grommend over een puinpad langs een brulrivier door de montañas jakkert. “In Tierradentro tegenover El Refugio, dat is een tophotel met zwembad, staat mijn huisje. Zonder zwembad, maar daar kunt u ook slapen. Kijk maar of u het iets vindt. Zo niet, even goede vrienden, okay?”
In de Tierradentro-vallei zien we huizen van leem en bamboe, met daken van stro, half verstopt tussen paarse bougainville en rode flamboyants. Pal voor El Refugio stappen we uit. Wit hotel, groen gazon, blauw zwembad. “Kom!” gebaart Luz-Amalia. Aan de andere kant van de weg staat haar huisje: Posada Fliar. In de bontgebloemde tuin piepen en kakelen kalkoenen, kaketoes en ara´s. Terwijl een eekhoorn op mijn schouder klautert, tel ik vier raampjes en een deur, en daaruit stapt een aardmannetje. “Fabian, mijn man”, zegt Luz-Amalia. Fabian toont ons een kraakhelder kamertje met twee opgemaakte bedden. “24.000 pesos per nacht, met eten.” Nog geen 10 euro. “Gusto café?” vraagt Luz-Amalia. We knikken ja en zetten onze tassen in het kamertje.

Het kaboutervrouwtje Luz-Amalia Peña met haar parkiet
Luz-Amalia voor haar huisje

Na de koffie wandelen we door werelderfgoed: de grafkamers van Tierradentro. In deze vallei, ver van de rest van de wereld, gapen gaten in de rotsbodem. Met uitgehakte wenteltrappen naar, acht meter diep, catacomben met zuilen, tombes en muren vol tekeningen. Reptielen, kometen, gezichten en geometrische figuren, gemaakt in de zesde eeuw, zo denken de geleerden. “Maar waarom en door wie, dat is nog een raadsel”, fluistert Princesa, de enige andere bezoeker vandaag, met wie ik zo’n donkere grafkamer bewonder. Princesa komt uit Cali, de stad van de mooiste vrouwen. Als haar zaklamp staakt, grijpt ze mijn hand vast.
Denkend aan wat de hoteltrol in La Plata giechelde, schuif ik het doorprikken van fabel 2 op de lange baan.