Terug naar resultaten

Kling-Klang, neanderthalers en Cyclingworld Europe

Tekst en beeld Stefan Maas

Op zo’n 3 uur treinen van Utrecht ligt Düsseldorf, een stad die een ontdekkingstocht te voet of per fiets meer dan waard is. Zeker als je het combineert met een bezoekje aan Cyclingworld Europe.

kroegentocht in de Altstadt van Düsseldorf

Als een prinsesje laat de dove bull terriër Rousey zich die avond in een fietszijspan vervoeren in de Altstadt. Ze is van het ras dat vervaarlijke vechthonden voortbrengt met gestaalde kaken. Honden waar je graag met een overdreven grote boog omheen loopt, waarbij het niet eens bij je opkomt om ze te gaan aaien. Maar in haar roze bodywarmertje en met haar vragende ogen ziet ze er net zo gevaarlijk uit als een meisje van elf met vlechtjes in het haar.

Haar baasje, een Amerikaan die in Duitsland werkt, glimlacht als hij wordt aangesproken. “Ze houdt er niet van om naar het park te lopen”, legt hij uit. “Vandaar de zijspan.” We zullen niet de eerste zijn die hem aanspreekt en zeker niet de laatste. In no time staat er weer iemand anders bij Rousey die via haar smartphone de hond aan weer iemand anders laat zien. Ga met een pitbull in een roze bodywarmer in een winkelstraat lopen en je hebt gegarandeerd aanspraak.

Drinken met neanderthalers

Maar hoe cute Rousey ook is, we zijn hier niet speciaal voor de Düsseldorfer honden. Hoog tijd om wat cultuur op te snuiven. Natuurlijk duiken we daarom enkele brouwerijen in om het lokale Altbier te proeven. Dit donkere bier van hoge gisting wordt al eeuwen in het Rijnland en Düsseldorf gebrouwen. Aan cafés overigens geen gebrek hier. De Altstadt heeft meer dan 260 cafés en pubs in de aanbieding. Die verzameling horeca wordt ook wel aangeduid als de ‘langste bar ter wereld’. Je kunt er dan ook makkelijk een dagenlange kroegentocht houden zonder ooit 2 x hetzelfde café binnen te waggelen. Zo je dat zou willen, uiteraard.

Het is nog vroeg in de middag, zodat het niet erg druk is in de cafés. Maar dat verandert in de weekends, als de neanderthalers – zo horen we – soms de binnenstad overnemen om er te gaan slempen en te zwelgen. Met name bij vrijgezellenfeesten. Deze oermensen zijn dus toch niet helemaal uitgestorven. Na de nachtelijke zuippartij gaan ze wellicht weer terug naar het Neanderthal Museum in Mettmann, niet ver van Düsseldorf. Bij Mettmann werden 160 jaar geleden de fossielen opgegraven van oermensen die toen – voor het eerst – het etiket van ‘Neanderthalers’ kregen opgeplakt.

Urban art is een van de bezienswaardigheden van Düsseldorf

Urban art in Düsseldorf

En wat de kunst betreft in Düsseldorf, die ligt op en vooral aan de straat. Overal zie je fascinerende muurschilderingen opduiken: van simpele graffiti tot urban art van gerenommeerde kunstenaars. De overtreffende urban art-trap is de Kiefernstraße, waar een artistieke explosie heeft plaatsgevonden. Huis na huis is voorzien van kleurrijke schilderingen; soms grappig, soms met een achterliggende politieke gedachte.

Het is allemaal ver verwijderd van de pubers die decennia geleden in het donker hun primitieve tags aanbrachten op muurtjes. Toen stond graffiti gelijk aan vervuiling, waar de lokale politie streng tegen optrad. Ik hoor met stijgende ontzetting dat er in de eighties torenhoge boetes aan Düsseldorfers zijn uitgedeeld vanwege graffiti.

Düsseldorfer straatkunst: de pilaarheiligen

Tijdens de urban art-tocht kijken ook de Säulenheiligen kijken op ons neer. Beelden op zuilen van ‘doodgewone mensen’ die ‘doodgewone dingen’ doen, creaties van de kunstenaar Christoph Pöggeler. Deze werd ongetwijfeld geïnspireerd door de legendarische pilaarheiligen, of stylieten. Asceten die hun leven als boetedoening doorbrachten op een pilaar.

Een punkrockband oefent in de Altstadt.

De kraamkamer van techno

Stilzitten op een zuil gaat ons te ver, wij kiezen voor wat meer beweging en lopen verder. In de straatjes waaien flarden punkrock ons tegemoet. Een band test zijn apparatuur voor een concert vanavond. Düsseldorf heeft meer op muziekgebied te bieden dan je wellicht zou denken. De muziekscene van Düssel is fameus en was vaak voorzien van een avant-gardistisch sausje. Zo renden de synthesizer-heren van Kraftwerk er ooit als jochies rond en legden in hun Kling-Klang-studio de basis voor de latere techno. Maar ook bekende bands als Die Toten Hosen en DAF, ofwel Deutsch-Amerikanische Freundschaft, komen uit Düsseldorf.

Kling-Klang was ooit gevestigd in een onopvallend pand bij de Hauptbahnhof, en dan is het niet vreemd dat de band een album als ‘Trans Europa Express’ produceerde, gebaseerd op dat kenmerkende ritme van een treinrit. “From station to station. Back to Düsseldorf City. Meet Iggy Pop and David Bowie.” Tegenwoordig is vooral de Salon des Amateurs, onderdeel van de Kunsthalle, het episch centrum van de Düsseldorfer sound.

Little Tokyo

Razendsnel verplaatsen we ons in hartje Düsseldorf met onze huurfietsen. In Little Tokyo, een wijk rond de Immermannstraße met veel Japanse en ook Koreaanse immigranten, slurpen we pittige Japanse noedelsoep op. Je waant je even niet in het land van bier, sauerkraut und bratwurst, maar in een stukje Japan waar je Aziatische gerechten kunt eten. Düsseldorf kent de grootste Japanse gemeenschap van Europa, wat het gevolg is van de vele Japanse bedrijven die hier zijn of waren gevestigd.

Beeld van Cyclingworld Europe in het Areal Böhler

Cyclingworld Europe

Met de fiets kunnen we makkelijk alle highlights in het centrum bezoeken. Het gaat nog sneller als we de (deels bovengrondse) metro nemen naar de andere kant van de stad voor Cyclingworld Europe in het Areal Böhler. De namen van de 6 hallen van het Areal verraden de historie van deze bijzondere locatie: Alte Schmiedehalle, Kaltstahlhalle, Alte Federnfabrik, Altes Kesselhaus, Halle am Wasserturm en Glühofenhalle. Dit was tussen 1915 en 1993 een hotspot van de Duitse staalindustrie, waar circa 2500 arbeiders ploeterden tussen de ovens.

Het vuur van de ovens is dus al een tijd geleden gedoofd en de arbeiders zijn verdwenen, maar de industriële uitstraling van Areal Böhler is intact gebleven. En dat maakt het tot een karaktervolle locatie voor een event als Cyclingworld Europe. We kijken onze ogen uit. 6 hallen tot de laatste vierkante meter bezet met fietsen in allerlei soorten en maten. Kinderfietsen, cargobikes, gravelbikes, e-bikes, toerfietsen, racefietsen, fatbikes; de halve fietswereld heeft zich hier verzameld. En buiten is een groot testterrein met pop-uptenten van de deelnemende merken en een groot parcours waar je veel vaart kunt maken.

Collage van diverse foto's van Cyclingworld Europe in Düsseldorf

Met 300 fietsexposanten en ruim 400 merken is er voor ‘iedereen’ wel wat te vinden. En dat is ook te merken aan het volk dat Cyclingworld trekt. Niet alleen de afgetrainde fietser die rondsnuffelt naar het allerlichtste materiaal om nog harder te gaan, maar ook de 50-plusser die op zoek gaat naar een elektrische fiets om met een bedaagde hartslag rustiek te peddelen. Later horen we dat er zo’n 25.000 fietsliefhebbers op het event in Düsseldorf zijn afgekomen. En dat was geen verrassing, gezien de drukte in de hallen van Areal Böhler.

Info Düsseldorf

Toerisme algemeen
Urban art
Cyclingworld Europe
Altbier safari

Terug naar resultaten

Blogger Nick Roodenburg op het bloemeneiland Madeira

Tekst en beeld Nick Roodenburg

Of het nu de ziltige geur is van de golven die tegen de metershoge kliffen klotsen, het fenomenale uitzicht over een diep uitgesneden groene vallei, of de smaak van een vers gevangen zwarte haarstaartvis bedekt met een saus van een lokale passievrucht; op het Portugese Madeira worden je zintuigen optimaal geprikkeld. En ben je graag actief in de natuur, dan kun je je geluk op dit prachtige eiland al helemaal niet op.

Op een zonovergoten novemberdag lopen we door de hoofdstad Funchal richting onze gereserveerde tafel op het buitenterras van een lunchtent. Enkele uren geleden stonden we in alle vroegte nog in een grijs, koud en vooral regenachtig Amsterdam; een weerbeeld dat in Nederland al sinds de intrede van de astronomische herfst domineert. Dergelijke seizoenwisselingen zijn op Madeira nauwelijks waar te nemen. Met temperaturen die in de verschillende seizoenen niet veel afwijken van het jaargemiddelde van 20 graden, kun je gerust spreken van een gematigd en constant klimaat. Niet voor niets heeft Madeira als bijnaam het ‘eiland van de eeuwige lente’. Het is weliswaar Portugees grondgebied, maar kijk je op de topografische kaart, dan zal je zien dat het dichter is gelegen bij de kust van Marokko. De warme Noord-Afrikaanse wind- en zeestromingen maken van Madeira dan ook het hele jaar door een aantrekkelijke vakantiebestemming.

Smaakvolle keuken

We nemen uitgebreid de tijd om de lunchkaart door te nemen die bol staat van gerechten met bijzondere productcombinaties. Volgens Maria José, die ons vandaag in de stad als gids vergezelt, serveert het restaurant alleen verse streekproducten. En daar is een logische verklaring voor. Madeira is ontstaan door vulkanische activiteit die gepaard gaat met een uiterst vruchtbare bodem. Het geeft niet alleen de lokale boeren op hun landbouwgrond, maar zelfs burgers in hun eigen voedingsrijke achtertuin de gelegenheid diverse gewassen te verbouwen; soms op een hellinggraad die kan oplopen tot maar liefst 40%. Koppel dat aan een groeizaam klimaat en een traditionele keuken die door de eeuwen heen is verfijnd, en het fundament voor een ijzersterke gastronomie is gelegd. Probeer dan de verleiding van een driegangenmenu maar eens te weerstaan.

groente en fruit op Madeira

Stadswandeling

Na een glaasje typische Madeira-wijn als toegift, maken we ons op voor een stevige stadswandeling. Maria leidt ons langs historische bouwwerken, botanische parken, en pleinen die geplaveid zijn met zwart-witte kasseien in artistieke patronen. In Mercado dos Lavadores, een semi-overdekte markt, zijn we getuige van marktkooplui die de meest exotische fruit-, groente- en bloemsoorten aan de man proberen te brengen. Samen zijn ze goed voor een breed palet aan kleuren, dat vooral opvalt als je vanaf de balustrade op de 1e verdieping op de kramen uitkijkt.

Deurschildering in hartje Funchal, de hoofdstad van Madeira

Openluchtmuseum

Niet ver hiervandaan eindigen we de stadstoer in Largo do Poço. Een tekst op de gevel van een metalen poort aan het begin van deze oudste en tevens langste straat van Funchal, verraadt wat we hier zullen aantreffen: de zogenoemde Portas com Arte, ofwel ‘deuren met kunst’, die uit vervallen winkels en verlaten wijken komen. Op de eerste de beste deur die we passeren, is een meisje geschilderd dat al zittend op een rotsblok de zee overziet. In haar rechterhand houdt ze een bloem vast die op zee in dezelfde vorm en kleur het zeil van een bootje moet voorstellen. Naast haar dobbert een origami-boot, het universele symbool voor hoop. Haar gelaat is niet zichtbaar, maar aan het algehele schouwspel kunnen we aflezen dat er een diepere betekenis achter de schildering zit.

Maria José legt uit dat deze is gemaakt ter nagedachtenis van een watersnoodramp die in het verleden op het eiland heeft plaatsgevonden. Door hevige regenval zijn landstreken ondergelopen en rivieren buiten hun oevers getreden. Een vloed aan regenwater sleurde alles op zijn weg mee, en liet veel huizen in Funchal onder water lopen. Zo schuilt er achter elke deurschildering in dit langgerekte openluchtmuseum een verhaal. De straat kenmerkt zich verder door zijn ongedwongen sfeer en de aanwezigheid van gezellige cafés, restaurants en boetiekjes.

Wandelparadijs

Tik ‘Madeira’ in als trefwoord in je zoekmachine, en de term ‘wandelparadijs’ verschijnt gegarandeerd als een van de eerste resultaten op je beeldscherm. Tegenwoordig misschien een ietwat afgesleten woord, maar met een totale lengte van circa 3.000 kilometer aan bewegwijzerde wandelroutes, is het in dit geval zorgvuldig gekozen. Het routenetwerk op Madeira is onderverdeeld in twee niveaus: Levadas, de wandelingen zonder al te veel hoogteverschillen, en Veredas, de wat zwaardere tochten in de hoger gelegen gebieden. Binnen laatstgenoemde categorie zijn de Caminhos Reais het populairst. Deze ‘koninklijke paden’ zijn ooit uit opdracht van gouverneurs en andere prominente personen aangelegd om dorpen onderling én met Funchal te verbinden. De meest iconische ‘royal hike’ is Caminho Real N 23. Dit pad loopt langs de volledige omtrek van het eiland over hoge kliffen en als een spelonkachtige voetgangerstunnel dwars door steile rotswanden heen. Tijdens deze reis houden wij het echter bij een Levada-wandeling, waarvan het startpunt op zo’n 800 meter boven zeeniveau ligt in het noordelijke dorpje Ribeiro Frio.

Beeld van het binnenland van Madeira

Woud met vele gezichten

De autorit naar Ribeiro Frio is een traktatie op zich. Niet ver buiten de stadsgrenzen van Funchal belanden we in het ongeveer 20 miljoen jaar oude Laurissilva-woud, een subtropisch regenwoud dat qua oppervlakte een vijfde van het eiland beslaat. De herfstkleuren zijn nog volop aanwezig; het felle zonlicht geeft de geel-, rood-, en oranjekleurige bladeren aan de loofbomen een mooie, warme gloed. Regelmatig vragen we de chauffeur voor ons te stoppen om beelden te schieten van de fotogenieke plekken die we onderweg tegenkomen. Volgens hem zien veel toeristen gelijkenissen met een woud uit het land waaruit zij afkomstig zijn. Onze oosterburen bijvoorbeeld met het Zwarte Woud, de Fransen met het regenwoud in het departement Réunion midden in de Indische Oceaan, en Amerikanen met het Hoh-regenwoud in de staat Washington. Laurissilva blijkt een woud met meerdere gezichten.

Wandelen langs een van de levadas

Wandelen langs irrigatiekanalen

Eenmaal gearriveerd in Ribeiro Frio volgen we de houten wegwijzers waarin de naam van het eindpunt Balcões en routenummer PR11 zijn gegraveerd. De route is daarmee uitstekend bewegwijzerd, al zou je die evengoed kunnen uitlopen door enkel de ‘levadas’ aan te houden. Deze smalle irrigatiekanalen zijn in de 15e eeuw door de eerste eilandbewoners gebouwd om water van het noorden naar het drogere zuiden te geleiden. Voor een lange tijd waren de levadas eigendom van privépersonen en moesten eilandgenoten hen betalen voor het gebruik van water. Pas vanaf begin 20e eeuw kwamen de levadas in handen van de overheid en werd de watervoorziening centraal gereguleerd. Maar wiens bezit de kanalen ook zijn of waren; de bladeren van de laurierbomen spelen allicht de belangrijkste rol in de wateraanvoer op Madeira. Het woud bevindt zich namelijk grotendeels in het mistgebied. Het water van de mist condenseert op de laurierbladeren en vult zo de bronnen en beken aan. Dit proces voorziet niet alleen 60% van het eiland van drinkwater, het levert ook nog eens schitterende wandelroutes langs de kanalen op.

uitzichtspunt op Madeira

Magisch landschap

Het onverharde pad is prima begaanbaar en hoofdzakelijk vlak. Zo nu en dan vinden we voorbijgaande voetreizigers op onze weg, maar van drukte is geen sprake. Voor wie graag meditatief wandelt, lijkt dit de ideale plek; je kunt volledig in jezelf en de omgeving opgaan. Naast laurierbomen, wandelen we langs een scala aan plantsoorten dat elders in Europa moeilijk kan gedijen. Een opvallende verschijning is de baardkorstmos, bijgenaamd Old Man’s Beard, die groeit als ministruik of een soort kwastje aan de schors van boomstammen en takken. De baardkorstmos voelt als een zacht tapijt aan en is vrij elastisch. Vroeger werd die onder andere gebruikt voor het filteren van water en het maken van vuur. Nu hangen ze tijdens de kerst als versiersels in huizen en winkelstraten. Het ‘magische gevoel’ dat deze periode bij mensen kan oproepen, welt op dit overwegend dichtbegroeide wandelpad ook bij ons op. Af en toe duikt er plots een doorkijkje op dat een fenomenaal vergezicht geeft. Het landschap dat zich dan ontvouwt, doet met landbouwterrassen die zich uitstrekken over de grillige berghellingen meer Aziatisch dan Europees aan.

Het Balcoes utizichtspunt

Balcões

Eersterangs plekken aan de reling van het balkon bij het Balcões-uitkijkpunt bieden ons een panoramisch uitzicht over de diepgroene Ribeira da Metade-vallei. Boven een dun laagje sluierbewolking steken spitsige bergtoppen uit, waaronder die van het hoogste punt van het eiland op 1.862 meter: de Pico Ruivo. Op melodieuze klanken van diverse inheemse vogelsoorten na, heerst er een serene rust. Dankzij een kraakheldere lucht aan de kustzijde kunnen we vanaf een verhoogd rotsplateau in de verte de azuurblauwe oceaan zien liggen. Dit sprookjesachtige decor nodigt uit om uren voor ons uit te staren en onze gedachten de vrije loop te laten.

Mountainbiken in een landschap vol struikgewassen

Uitdagend

Voor wie nog net even wat meer uitdaging zoekt, is een ‘downhill’ met een elektrische mountainbike een absolute aanrader. Op 1.412 meter hoogte in de bergpas van Poiso dalen we in eerste instantie geleidelijk af richting zeeniveau. Vanuit een dichtbeboste omgeving komen we ineens op een uitgestrekte vlakte bezaaid met laag struikgewas terecht. Sporadisch fietsen we kuddes schapen tegemoet die wat verdekt staan opgesteld achter zwerfkeien en liggende boomstammen. Nadat we onszelf zonder al te veel inspanning hebben voortbewogen door de pedalen telkens licht aan te duwen, zorgt een steile afdaling over een smal, modderig en slingerend paadje voor de ultieme adrenalinekick.

Een canyoning-toer markeert het slotstuk van de reis. In een strak wetsuit trekken we door een kloof waar ijskoud bergwater doorheen stroomt. Na ruim twee uur klauteren, springen, glijden, zwemmen en abseilen denken we heel wat kilometers te hebben afgelegd. Het blijken ‘slechts’ 700 meters te zijn. Canyoning kun je op Madeira al bestempelen als een activiteit voor de ware sensatiezoeker, laat staan in Brazilië, waar je volgens de instructeurs krokodillen en slangen van je af moet slaan om de finishlijn te bereiken.

Waterval aan de kust van Madeira

Perfectie

Bij aankomst op de luchthaven vangen we, tussen een grote schare mensen die zich voor de vertrekhal heeft verzameld, een glimp op van het marmeren standbeeld van Cristiano Ronaldo. De van Madeira afkomstige topvoetballer en het eiland hebben iets gemeen. Ze stijgen letterlijk en figuurlijk tot grote hoogte en naderen de perfectie; Ronaldo op het voetbalveld, Madeira op het gebied van natuur en recreatie. Ronaldo mag dan wel een wereldster zijn, Madeira heeft zijn beroemdheid niet nodig om zichzelf als reisbestemming op de kaart te zetten.

Informatie Madeira

Vervoer
Vanuit Amsterdam vertrekken dagelijks vluchten via Lissabon naar Madeira met TAP Air Portugal: www.flytap.com

Verblijf
Hotel Quintinha de S. João: www.quintinhasaojoao.com

Meer reisinformatie
Toerisme Portugal: www.visitportugal.com
Toerisme Madeira: www.visitmadeira.com

Terug naar resultaten

fietser op de Central Lapland Gravel Loop

Tekst en beeld: Stefan Maas

Sneeuw, Santa Claus en sauna’s. Fins Lapland staat erom bekend. Minder bekend is dat je er ook geweldig kunt fietsen. Over gravelwegen welteverstaan.

Enkele decimeters boven de Scandinavische bosvloer, licht het display van mijn phone op. ‘Is dit wel echt Lapland?’ appt een fietsmaat me. ‘Ik dacht dat het allemaal open en vlak zou zijn, een soort toendra.’
Ik had hem nét een foto doorgestuurd van mijn Santos in een dennenbos. ‘Ja, dit is toch echt Lapland’, tik ik in. ‘De bossen gaan hier eindeloos door. Je kunt hier weken door uitsluitend bossen fietsen.’

Het zonlicht speelt tussen de takken door. Ik koester me in een waterig zonnetje, op slechts een paar honderd meter van een Laplands dorp. Mijn Santos is mijn trouwe reisfiets, een overbodige toevoeging overigens voor de fietsreisincrowd. En alsof het zo is geregisseerd, stapt een groot dier met een imposant gewei het decor binnen. Het briest als het mij in de gaten krijgt. Ik blijf als bevroren zitten. Na een paar tellen stapt het weer rustig verder.

‘Je zult het niet geloven, maar er passeert hier net een eland’, app ik weer. Meteen daarna twijfel ik. Of is het nu gewoon een groot hert? Geen beest in ieder geval om ruzie mee te krijgen. Ik blijf nog even roerloos zitten. Adieu fietsmaat; de phone gaat weer uit om energie te sparen. Er zijn nu eenmaal weinig laadpalen in de Finse bossen.

Sale Savukoski

Het dorpje vlakbij heet Savukoski. Het is een thuis voor zo’n 1.000 zielen. De gelijknamige gemeente is de dunbevolktste gemeente van Finland. Op 6.421 km2 wonen slechts 1.009 Savukoskiërs. Die hebben dus alle ruimte, ofwel 6,3 km2 per inwoner. Maar ik ben vooral geïnteresseerd in Sale Savukoski, de lokale supermarkt. Deze is cruciaal voor mijn fietstocht over de Central Lapland Gravel Loop. De komende 480 km zou ik langs de route geen supermarkt tegenkomen. Dé plek dus om proviand in te slaan en zeker geen super die je wilt missen. Vandaar dat ik thuis al keurig de openingstijden had genoteerd op een briefje.

Maar die ochtend kon ik mezelf wel voor het hoofd slaan. Twee uur eerder was ik al bij de Sale gearriveerd. De super was gesloten en het dorp uitgestorven. Ik greep mijn telefoon… inderdaad, het was zondag. De enige weekdag dat ik níét in Savukoski wilde arriveren. Blijkbaar had ik me verrekend. Dat betekende dus twee uur wachten in het bos en wat appen om de tijd te doden. Gelukkig is de Sale ook op zondag, na 12.00 uur, open. De financiële schade aan de kassa bedraagt uiteindelijk zo’n 37 euro voor een hoop chocoladerepen, koekjes en wat volkorenbrood. 6 luxe vriesdroogdiners en 11 pakjes fruitkeks had ik al vanuit Nederland meegenomen. Bij elkaar opgeteld is het meer dan voldoende om de komende vijf dagen te overleven.

Over gravel langs de Finse bossen in Lapland

Finland gravelland

Die 480 supermarktloze fietskilometers waren ook een belangrijkste reden om juist deze route uit te kiezen. Witte kronkellijntjes door dunbevolkte gebieden, weggetjes doorheen de middle of nowhere, ze fascineren me. En Finland heeft daar geen gebrek aan. Zo’n 100.000 kilometer gravelroads hebben ze aangelegd, alsof ze wisten dat gravelbiking en bikepacking ooit een trend zouden worden. Het Finse centrum voor fietstoerisme (Pyörämatkailukeskus) maakt daar dankbaar gebruik van bij het uitzetten van regionale en nationale routes, met als een van de vlaggenschepen het Arctic by Cycle Bikepacking Route Network. Dat omvat nu zo’n 3.000 km aan gravelwegen, quad-tracks, en single-track bikepacking routes. En het opvallende is dat deze routes bij de Nederlandse en Vlaamse fietsers welhaast onbekend zijn. Fietsen in Finland, het is iets dat zich onder de radar afspeelt. Nog wel in ieder geval.

Niet te vermijden zijn de rendieren op de Finse gravelwegen

Rendieren op de weg

Tien banden knarsen over het gravel, inclusief twee van mezelf. Twee auto’s passeren me, daarna blijft het heel lang stil. Tientallen kilometers is er – afgezien van de weg en allerlei zij-weggetjes – niets aanwezig dat op menselijke activiteit wijst. Savukovski doet zijn reputatie als dunbevolkte gemeente eer aan. Misschien zijn er Savukovski zelfs nog wel meer wegen dan inwoners.

De enige levende wezens die ik zie, zijn voornamelijk rendieren. Die zijn hier net zo gangbaar als wolkjes aan de hemel. Er stappen er zo’n 200.000 rond in Fins Lapland, levend op een gevarieerd dieet van 350 plantensoorten. Het kost zeer veel moeite om ze niét tegen te komen. Dat komt ook door hun gedrag; ze hangen vaak doelloos rond op wegen, weg van de muskieten in het bos. En, zo vertelde een Fin me, waarom zou je door een bos rennen als iemand de moeite heeft genomen om een weg aan te leggen?

Intieme zone

Auto’s lijken deze dieren niet te interesseren. Maar bij fietsers ligt dat anders. Verbaasd kijken ze naar dat mannetje dat op een rijwiel zit en hen zo langzaam nadert. Net als ik op foto-afstand kom, doorbreek ik hun intieme-zone-cirkel. De paniek slaat toe. En in rendierenland is er dan maar één reactie mogelijk: rennen! De staart gaat van schrik omhoog en onthult een witte kont. Een paar seconden later slalommen al die witte konten met opgeheven staartjes tussen de dennenbomen door.

Je zou denken dat het om wilde dieren gaat, maar dat is vaak niet het geval. Sommige dragen een halsband met gps en veruit de meerderheid heeft een oormerk, ofwel een oor waaruit een aantal stukjes zijn gekerfd. Elke eigenaar heeft zijn of haar eigen oormerk. Een getraind oog kan dan ook snel herkennen van wie het rendier is. Of ze zoeken de vorm op in het grote oormerk-handboek.

De bruine beer, de eland en wolven struinen ook in Lapland rond, maar die zul je niet zo snel ontmoeten. “De beren zijn zo bang van mensen, dat je er waarschijnlijk nooit één zult zien”, zei Taneli Roininen, manager van de overkoepelende Arctic Bikepacking Trail Projects, nog tegen me. “Ik heb zeeën van tijd outdoors doorgebracht, en er zelf ook nooit één gespot.” Hetzelfde geldt voor wolven, waar we inmiddels ook in Nederland mee bekend zijn. “De laatste vermelding van een aanval door een wolf dateert van 100 jaar geleden,” meldde Taneli geruststellend. Ook de eland, lynx en veelvraat zijn moeilijk op te sporen. Er is in Lapland simpelweg genoeg natuur voorhanden om je te kunnen verstoppen.

Kamperen bij een laavu in Fins Lapland

Kampvuurcomfort

‘s Avonds, bij een heldere hemel en een briesje uit het noorden, zakt de temperatuur naar een graad of zes. Je belandt opeens van de zomer in de winter. Een reminder dat ik toch echt boven de poolcirkel zit en dat de herfst zich al aandient. Een ondershirt, T-shirt, sweater, trui, windjack en regenjack blijken niet voldoende om me warm te houden. Gelukkig zijn er heel veel restanten van kampvuurtjes langs de weg, een hobby van recreërende Finnen. Als je genoeg droog hout kunt vinden, dan is zo’n kampeersessie opeens heel comfortabel.

De gedachten borrelen al snel op bij zo’n vuurtje. ‘Wat een dag’, schiet het vaak door mijn hoofd. ‘Nee echt: wat een dag!’ Niet zozeer vanwege spectaculaire gebeurtenissen, maar vanwege de schijnbaar eindeloze opeenvolging van verkeersluwe gravelroads. En wat een route! Wie graag elke dag café lattes drinkt in historische stadjes en graag in comfi-hotels overnacht, heeft hier weinig te zoeken. De gravel loop is voor fietsers die tegen eenzame bossen kunnen, tegen sobere bivakken en tegen primitief badderen in een riviertje of beekje.

Ik begin ook de laavu’s (lean-to’s) steeds meer te waarderen. Hutjes met drie wanden, een open zijde en een schuin dak. Voor de open zijde is doorgaans een vuurpit gepositioneerd. En vaak is er ook een buiten-wc en een schuurtje met brandhout aanwezig. Bovendien staan ze altijd bij een rivier, meertje of een beekje, zodat je makkelijk water kunt halen. Slapen in of bij zo’n laavu kost geen euro. Een budget-walhalla dus. En elke laavu die ik aandoe, is verlaten en bovendien ook verrassend netjes, alsof de laavu-schoonmaakdienst pas is langsgeweest.

Bootje in de jachthaven van Lokka

De honden van Lokka

Lokka 91 km, meldt een bordje langs de weg. 91 km, da’s nog een eind. Je zou dan denken dat Lokka een behoorlijke stad moet zijn als ze op 91 km een bord ervoor de grond inslaan. Ik weet wel beter. Lokka is een verzameling huizen en een jachthaventje, maar er is geen supermarkt of winkel te vinden. Als ik Lokka uiteindelijk nader, vang ik kilometers voor het dorp een glimp op van het enorme waterreservoir dat ten noorden van het dorpje ligt. Het lijkt wel een binnenzee. Een paar vissersbootjes tuffen rond over deze blauwe spiegel. Er is ook een soort camping, waar niemand is. En warempel zie ik iemand bezig in de jachthaven. Je zou zeggen dat er bijna geen hond woont in Lokka. Maar dat klopt niet, want juist de honden in de huizen slaan aan als ik langsfiets.

Over Lokka is in de geschiedenisboeken weinig te vinden. Maar wel dit: in WO II richtten Sovjet-partizanen hier een bloedbad aan en vermoordden 21 burgers. Het licht een tipje van de sluier op wat zich hier in de oorlog heeft afgespeeld. Eerst viel de Sovjet-Unie Finland binnen, daarna sloten de Finnen een pact met nazi-Duitsland tegen de Russen. Toen de Sovjets oprukten richting Duitsland, ging Finland weer een overeenkomst aan met de USSR. De Sovjets eisten dat de Finnen de Duitse troepen uit hun land zouden verjagen, wat leidde tot de Lapland-oorlog. De Duitsers trokken zich terug naar het noorden, waarbij ze de tactiek van de verschroeide aarde toepasten. In veel plaatsen in Fins Lapland zijn de huizen platgebrand, waaronder ook in de hoofdstad Rovaniemi. Dat verklaart waarom ik na zes dagen fietsen geen enkel historisch gebouw heb gezien.

Blik vanuit de tent naar een verregend decor in Fins Lapland

Kittilä in de regen

De regen gutst de volgende nacht en dag naar beneden, urenlang. De weg verandert in een plassen-festival. Eromheen laveren is wel leuk voor een tijdje, maar ook dat gaat vervelen. Maar fietsen in de regen is nog altijd beter dan de hele dag in een natte tent doorbrengen, redeneer ik. Een autoraampje gaat omlaag; de duim omhoog. Een automobilist met oog voor het schijnbare fietsersleed. Lapland verdrinkt in de regen, de plassen worden steeds groter. Tot Kittilä zich eindelijk aandient. Een lange drukke straat met tal van winkels en twee grote supers. Van heinde en verre komen Finnen hier boodschappen doen.

Kittilä is ook een teken dat ik in een dichtbevolkter deel van Lapland ben beland. Er zijn meer asfaltwegen, meer dorpjes en meer supers. Elke dag kom je hier wel een super tegen, of een accommodatie waar je kunt slapen. In Äkäslompolo zie ik zelfs horden toeristen op mountain- en fatbikes. Totdat ik het plaatsje weer uitrij en plots alleen over een singletrack rijd.

Eenzame fietser bij een meer in Fins Lapland

Bandenleed

Bam!
Niet geheel onverwacht is daar die knal, die met één fietsdag te gaan meteen een einde maakt aan mijn tocht. Eerder die dag had ik het euvel al opgemerkt. De achter-buitenband begon scheuren te vertonen en de binnenband wrong zich steeds verder door die spleten. Met als gevolg twee lekke banden en uiteindelijk een geëxplodeerde buitenband.

Natuurlijk had ik al een inschatting van de situatie gemaakt. 9 kilometer terug stonden er enkele huizen langs de weg. Dat zou een moeizame terugtocht worden met een hoop bagage en een aanlopend achterwiel. Maar dit zou geen oplossing zijn. Het is onwaarschijnlijk dat deze mensen een 26-inch fietsband in de schuur hebben liggen. De dichtstbijzijnde bikeshop is in Rovaniemi. Dat ligt op 45 km afstand zoals de vogel vliegt. Rovaniemi is ook het eindpunt van de tocht. Wat is wijsheid? Een taxi bellen die me dan morgen naar Rovaniemi brengt?

Gelukkig zie ik wat 4G-streepjes in de balk van mijn telefoon. Ik kan in ieder geval bellen én internetten. “What’s your pick-up address?” vraagt de taxicentrale even later.
“I don’t see any houses here”, antwoord ik. “And no town nearby. I’m on a forrest road, my bike broke down. But wait…”

Stom, in mijn gps kan ik immers de naam van deze bosweg opzoeken. Hij blijkt bekend te staan onder de naam ‘Hirvaatie’. De taxi-centrale lijkt nu toch tot een oplossing te kunnen komen. “Wait on the road tomorrow at ten. De driver will call you when he’s near.”

Voldaan sla ik de tent naast de weg op en open de volgende ochtend om negen uur mijn telefoon. ‘Your ride has been canceled’, lees ik vervolgens vol verbazing in het display. ‘We have no cars in the area. We tried to reach you, but your telephone did not respond.’

Wat?! Ik zie mezelf al uren die fiets over de weg slepen. Bovendien begint mijn telefoon steeds verder leeg te lopen en af te takelen. 22% power, geeft het displaybalkje nog aan. De phone reageert af en toe niet meer op aanrakingen op het scherm door de ochtendkou. Wat nu?

Gelukkig heeft Rovaniemi meer taxibedrijven. Een ander taxibedrijf kan snel een busje charteren. Eenmaal in dat busje vliegen de kilometers en de bossen voorbij. Achter in de taxi zit ik me toch wat te verbijten. De schade die ik moet aftikken in Rovaniemi bedraagt 142 euro. Dit was een dure les. Nooit ga ik in Finland meer op pad met oude fietsbanden.

Noorderlicht bij het Arkticum in Rovaniemi
Noorderlicht bij het Arkticum in Rovaniemi.
Foto: ©Alexander Kuznetsov / Visit Rovaniemi

Epiloog

Terug in Rovaniemi, de poort naar Fins Lapland en de officiële woonplaats van Santa Claus. Het geknetter van brommers, het geraas van auto’s en het gegrom van grondverzetmachines waait me tegemoet. Na twee weken bos klinkt het allemaal kneiterhard in de oren. Rovaniemi heeft alles wat je als toerist nodig hebt. Een overdekt winkelcentrum, barretjes, restaurants, pizzaboeren, een station, vliegveld en diverse fietszaken. Je kunt er wandelen langs twee brede rivieren. Vlak bij een van deze rivieren ligt het wetenschapsmuseum Arkticum, waar ik een paar uur ronddwaal.

Maar de populairste attractie ligt zo’n 10 km buiten de stadsgrenzen. In het Dorp van Santa Claus woont, jawel, Santa Claus. Hij is elke dag thuis en is beschikbaar voor bezoek. En je kunt hem ook schrijven, want in het dorp is het officiële postkantoor van Santa Claus gevestigd. Ruim een half miljoen kinderen uit de hele wereld sturen er elk jaar brieven naartoe. Santa, bijgestaan door een peloton professionele elfen, wuift me persoonlijk uit na een kort gesprek. ‘I hope Lapland was good for you. Keep on biking.’ Een echt afscheid is het overigens niet. ‘See you next Christmas!’

Ontmoeting met Santa Claus in Rovaniemi

Info

Op Bikeland.fi vind je fietsroutes in Finland, waaronder ook de Central Lapland Gravel Loop. Inclusief gpx-bestanden van de route. Kijk op Visitrovaniemi.fi voor meer informatie over de hoofdstad van Fins Lapland.

Terug naar resultaten

Een onverhard paadje langs de Drava richting Varaždin

 Tekst Stefan Maas beeld Stefan Maas/Nikola Pavic

De Amazon of Europe Bike Trail. Het is een intrigerende naam voor een route langs drie rivieren, omzoomd door natte natuurgebieden. Stefan Maas ging ‘op expeditie’ in het Kroatische deel van de Trail.

‘Tjakk!’
Onze reisgenoot Nikola begint er op los te hakken met zijn machete. Niet één boompje, maar wel vijf omgevallen exemplaren versperren ons de weg. Het is alsof Nikola plots is veranderd van fietser in een jungle-man die zich in no-time een weg door het bos baant.

‘Tjakk!’
Ritmisch hakt Nikola verder, de machete klieft het zachte hout. ‘Stay away from me’, waarschuwt hij nog na een nieuwe zwaai met de machete, ‘stay behind me’. Hij hoeft niet te vrezen, we kijken wel uit.

Nikola had me vijf dagen daarvoor de machete gegeven, die ik vervolgens achteloos in mijn fietstas deponeerde. Ik dacht dat het een grap was. De fietsroute heet the Amazon of Europe Bike Trail. En in de jungle heb je zo’n machete nodig, toch?

‘Tjakk!’
De laatste omgevallen boom op het pad knakt ten slotte onder het geweld. De weg is vrij; de colonne kan door. Met dank aan de machete en Nikola.

Rood=Zuidroute blauw=Noordroute

Amazon of Europe

Nee, natuurlijk is Kroatië geen tropisch Amazonegebied, vol kaaimannen, miereneters en andere exotische fauna en flora. En de omgevallen bomen waren het resultaat van een storm gisteren, die hevig aan de takken rukte en ons zowat van de weg af blies. Normaal is dit pad goed begaanbaar.

Maar al is dit geen Amazonegebied, het heeft wel iets gemeen met het Braziliaanse oerwoud: drassige natuur! Het traject van de Trail is onderverdeeld in een Noordroute (550 km) en een Zuidroute (700 km), die de loop van de Mura, Drava en een stukje van de Donau volgen. Langs de oevers van deze rivieren ligt een groene strook: het Biosfeer natuurreservaat Mura-Drava-Donau. Dit langgerekte natuurgebied loopt door maar liefst vijf landen: Oostenrijk, Slovenië, Kroatië, Hongarije en Servië. De Amazon Trail is dan ook een echte internationale route, waarvan wij het traject van de Zuidroute in Noord-Kroatië volgen.

Fietsster in de oude vesting van Osijek
Fietsen door de vesting van Osijek

Oost-Kroatië

De start van onze trip lijkt dan al weken geleden, al zijn er in werkelijkheid niet meer dan vier dagen verstreken. Osijek diende zich toen aan, een provinciestad in Oost-Kroatië, na een urenlange autorit vanuit Zagreb. We keken wat verbaasd rond. Tal van fietsers reden er à la Nederland in de avonduren rond. Op een groot plein was het een drukte van belang; de Osijekse jeugd leefde zich uit met voetbal en andere spelen.

Osijek is een van de weinig steden in deze regio die direct langs de Drava liggen. Dat heeft weer alles te maken met overstromingen en de moerassige bodem. Een groot deel van de Drava is overigens nog ongetemd en krijgt nog steeds de ruimte om in het Kroatische laagland te meanderen.

Als Nederlandse toerist kom je hier niet zo snel. Maar waarom lag er dan een Nederlandstalig fietsboek op mijn hotelkamer, ‘Trappen tot Praag’, van Guus en Nel Schipper? Het was het bewijs dat er wel degelijk Nederlandse fietsers langs de Drava komen afzakken naar dit deel van Kroatië. In ons hotel werden we ook verliefd op de zoete rakija, die van rozen, druiven, watermeloen of wat dan ook gemaakt kan worden. Maar deze liefde moet je met mate omarmen, gezien het alcoholpercentage van 50% of zelfs nog hoger.

Fietser met op de achtergrond wijngaarden in Oost-Kroatië

Onafzienbare wijngaarden

De rakija maakte de volgende dag plaats voor een veel bekendere liefde: wijn! We fietsten even ten noorden van Osijek door onafzienbare wijngaarden. Franse druivenrassen als Chardonnay, Pinot Blanc, Pinot Gris, Merlot, Pinot Noir en Cabernet Sauvignon voelen zich hier helemaal thuis, evenals de Duitse Rieslingdruif. Voor vinofielen zijn er tal van gelegenheden deze witte en rode wijnen te proeven. Wij belandden in restaurant, wijnmakerij en wijnproeflokaal Josić in het Baranja-dorp Zmajevac. In de koele Josiç-wijnkelder kwamen we bij van de middaghitte met enkele glazen godendrank. Ukusno!

Moerassige natuur

Een must-see in het gebied waar de Donau en Drava samenvloeien, is natuurpark Kopački Rit, dat op maar een paar kilometer van de Josić-wijnkelder ligt. Het is een groot overstromingsgebied waar 2.300 vissoorten en 300 vogelsoorten voorkomen. Je kunt er bevers, ooievaars, arenden, adelaars, spechten, herten, marters en nog veel meer dieren spotten. Met de fiets of te voet is dit moerassige gebied maar deels toegankelijk, een kano of bootje is veel handiger als vervoer. Wie het bezoekerscentrum aandoet, mag de ‘White Lily Boardwalk’ niet overslaan. Het is een pad van 2,5 km waarbij je over houten vlonders boven het water kunt wandelen.

Vrouw bereidt een vis uit de Drava boven een vuurtje
Lunchen in het bekende restaurant Baranjska kuća in Karanac

Het binnenland door

De kilometers gleden de volgende dagen onder onze wielen door. We proefden van de melange aan indrukken die een zomerse fietstocht biedt. Rustige binnenwegen en af en toe onverharde plattelandspaden. Lekker eten, met veel vlees of vis. Vriendelijke mensen. Maisvelden die in de middaghitte lagen te bakken. En geen boerderijen op het land. We speurden er vergeefs naar. De boeren wonen hier niet op hun land, concludeerden we uiteindelijk, maar in de dorpen. Dat kon toch niet anders?

Tourist traps of toeristenmagneten kwamen we niet tegen. Ook zijn er met name in het oosten van Kroatië minder stadjes, cafés, supermarkten en hotels langs de route. Dat betekent vooraf goed plannen, zodat je niet zonder water, eten of overnachtingsplek komt te zitten. Maar juist die setting geeft je ook de mogelijkheid het échte authentieke Kroatische binnenland te ontdekken met een vleugje avontuur.

En de rivier? In dit deel van Kroatië lopen er niet veel wegen direct langs de Drava omdat deze zo meandert. Bovendien onttrekken de vele bomen het zicht op het water. Toch blijft dat blauwe lint de leidraad van je tocht, dat je telkens weer onderweg tegenkomt en gaandeweg begroet als een oude bekende. Het is een van de natuurfenomenen die de jonge natie maken tot wat het is. ‘Drava, Sava, blijf stromen’, vermeldt het Kroatische volkslied. Voor vogelspotters zijn de rivier en de omringende draslanden een walhalla. De kleine stern, de witte en zwarte ooievaar, de bontbekplevier, reigers, eenden, zwanen: ze springen, zwemmen, vliegen en duiken er alle rond.

Poster van Picokijada, gebaseerd op de legende van de haan

De legende van de haan

In de stad Đurđevac kwamen we bij toeval terecht in de generale repetitie van het event Picokijada, op een stoffig veld voor het plaatselijke kasteel. De bastonen van de geluidsinstallatie vibreerden door onze lichamen. Cavalerie en infanterie brachten op dat veld de legende van de haan (‘picok’ in Kroatisch dialect) tot leven. Dit verhaal gaat terug tot de 16e eeuw. De Ottomaanse Turken belegerden toen de stad en wilden hun tegenstanders uithongeren. Dat lukte ze zo goed dat er binnen de stadsmuren niets meer te eten was dan een kleine haan.

Een oude vrouw kwam daarop met het gouden idee de haan in een kanon te stoppen en dit richting de Ottomanen af te vuren. Die concludeerden op basis van dit inkomende projectiel dat de inwoners nog steeds meer dan genoeg eten hadden en dropen vervolgens af. De aanvoerder van het Turkse leger, generaal Ulam-beg, kon niet nalaten de verdedigers te vervloeken en uit te maken voor een stelletje picoki. Onder die naam zouden de Durdevaciërs voortaan bekendstaan, aldus de generaal. Dat zijn de inwoners nooit vergeten. Zo herinnert de naam van onze accommodatie, Hotel Picok, nog aan deze merkwaardige legende.

Olieput in Peklenica, waar het eerste olieveld ter wereld ligt

Kroatië had de olieprimeur

We schoven daarna weer een stukje op over de Amazon of Europe Bike Trail naar het noordwesten, naar de regio Međimurje in het noordelijkste puntje van het land. Dit keer pedaleerden we langs de Mura, een zijrivier van de Drava. De Mura is geen zwemparadijs. Het snelstromende water en de boomstammen die onder de waterspiegel worden meegevoerd, maken zwemmen gevaarlijk. Maar langs de oevers is er genoeg te ontdekken. Međimurje mixt heuvels met vlaktes en staat bekend als ‘de bloementuin van Kroatië’. Je treft er dan ook veel natuur en… het eerste commercieel geëxploiteerde olieveld ter wereld.

In het dorpje Peklenica zagen we de bekende A-frames al staan boven de olieputten. En beneden in die gaten ontwaarden we enkele meters lager de zwarte smurrie. De plaatselijke bevolking omschreef de oliebronnen ook wel als ‘de hel’. En je kunt in de 21e eeuw het hellebraaksel nog steeds met een emmertje naar boven takelen. In 1856 begon de exploitatie van dit olieveld. Arbeiders haalden in het begin zo’n 35 liter ruwe olie per dag naar boven. Dat smaakte naar meer. Vervolgens gingen ze boren om nóg meer olie te winnen. Het olieveld zou drie jaar eerder zijn ontdekt dan de Drake Well in Pennsylvania (VS), dat eveneens de titel ‘het eerste olieveld ter wereld’ claimt.

promenade langs de Mura bij Mursko Središće
Zicht op de Mura in Mursko Središće

Ex-mijnwerkersstad

Enkele kilometers verderop doken we in de historie van de mijnbouw in het ex-mijnwerkersstadje Mursko Središće, dat de meest noordelijk gelegen stad van Kroatië is. In het Cimper-complex tonen audio-visuele presentaties de opkomst en ondergang van de mijnbouw in deze regio. De ontdekking van steenkoollagen leidde in 1925 tot de opening van de mijn Hrastinka 1. Gedurende decennia waren de mijnen in de regio het middelpunt van het dagelijks leven in de stad en de motor achter de economische ontwikkeling en modernisering van Mursko en ommeland. In de jaren zeventig kwam aan dit steenkooltijdperk een einde. De winning van deze grondstof was niet meer rendabel. Het leidde overigens niet tot de verpaupering van Mursko Središće. Het is er tegenwoordig alleraardigst flaneren over de promenade langs de Mura.

Op pad in Međimurje bij wijnhuis Hažić en richting de Mađerka-heuvel
Te gast bij wijnhuis Hažić en de tocht naar de Mađerka-heuvel met markante uitkijktoren

De Mađerka-uitkijktoren

Na Mursko verlieten we het vlakke land langs de Mura voor een detour. We zetten koers naar de markante uitkijktoren op de Mađerka-heuvel, een toeristisch icoon dat prachtige uitzichten biedt. Tal van pittige klimmetjes kregen we op de trip ernaartoe te verteren, maar deze bulten overwonnen we glimlachend dankzij de elektrische ondersteuning. Ook gingen we nog langs bij ‘wijnkamp’ annex wijnhuis annex fruitteler Hažić, waar je kunt kamperen vlak bij de wijngaarden en fruitbomen. Wie over voldoende jus in de dijbeenspieren beschikt, kan er in augustus de Gorički Trail uitproberen. Dat is 10 keer heuveltje-op heuveltje-af rennen langs de wijnranken. Een korte, heftige race die het uiterste van je longen vergt.

Drie mensen liggen in de stroming van de Drava-rivier
Foto Nikola Pavic

De Drava-doop

Fragmenten van die vier dagen spelen door mijn hoofd als we nu een keer niet langs, maar midden in de Drava zitten. Uren geleden nog zwaaide Nikola met zijn machete om boompjes te kappen, nu zwaaien we met onze armen in ondiep, snelstromend Drava-water. Het is onze laatste fietsdag die we even ten noorden van Varaždin beëindigen. Varaždin is een van de mooiste barokke steden van Kroatië, waar je heerlijk een terrasje kunt pikken in het centrum.

‘Gedoopt door de Drava’, roept een van mijn reisgenoten nog, languit liggend in de sterke stroming terwijl het water rond hem kolkt. De rivier spoelt het zweet en de beslommeringen van ons af. Verfrist beginnen we na deze Drava-onderdompeling aan de terugreis. Misschien is dat wel een mooie traditie-in-de-maak voor elke Amazon-of-Europe-fietser die zijn reis afsluit.

Groep fietsers rust uit na een etappe van de Amazone of Europe Bike Trail

Info Amazon of Europe Bike Trail

Kijk op de website van de route, Aoebiketrail.com, voor meer informatie. Voor arrangementen kun je terecht bij het Amazon of Europe Booking Center. Op de site staat een link naar het Booking Center.

Muggen zijn, net als vele andere soorten flora en fauna, een onmisbaar onderdeel van het ecosysteem van de Amazon of Europe. Afhankelijk van de weersomstandigheden en het landschap (wel of niet in de schaduw van bomen langs de rivier) kun je er last van hebben. Een sterke anti-muggenspray mag dan ook niet ontbreken in je fietstas of rugzak.

Verder:

Toerisme Kroatië (fietsen)

Visit Slavonië-Baranja

Bike Slavonië en Baranja regio

Toerisme Osijek

Toerisme Slavonië-Podravina

Visit Međimurje

Podravina & Prigorje regio

Toerisme regio Varaždin

Visit Varaždin

Terug naar resultaten

De kernmerkende vissershuisjes bij Saint-Nazaire

Tekst Sybylle Kroon

Natuurlijk kon je altijd al van noord naar zuid (of omgekeerd) door Bretagne fietsen. Maar dankzij de samenwerking tussen een aantal Franse steden is er sinds kort een officiële fietsroute die Het Kanaal en de Atlantische Oceaan met elkaar verbindt: de Traversée Moderne d’un vieux pays (‘Unieke fietstocht door een oud gebied’). De gehele route (500 kilometer in totaal) loopt tussen de Mont Saint-Michel in het noorden en Nantes in het zuiden van Bretagne.

Il pleut in Bretagne

Helaas ontbreekt me de tijd om de héle Traversée Moderne te fietsen, ik fiets twee delen: de etappe tussen Rennes en Messac (51 km) en tussen Nantes en La Baule (124 km). Al snel kom ik erachter dat Bretons weer net zoiets is als Nederlands weer. Regenpak én zonnebrand mee dus. De start van onze fietstocht in Rennes begint al goed: il pleut. Het regent. We laten ons natuurlijk niet kennen, trekken het regenpak aan en on y va. Na een rondje door Rennes pakken we het fietspad langs La Vilaine. Deze rivier ontspringt ten noordoosten van Rennes, stroomt dwars door de stad en kabbelt verder richting de Atlantische Oceaan.

Fietsen langs ‘roestig water’

Er is niks gemeens aan La Vilaine. De herkomst van de naam is niet helemaal duidelijk, maar met vilein heeft het niks te maken. Het kan iets oud-Bretons of Romeins zijn dat ‘gele rivier’ betekent, een verwijzing naar de zanderige kleur van het water. In de middeleeuwen heette de rivier Visnonia, ‘rivier met roestig water’. Kan zo in Asterix en Obelix!

Geel lint tussen Rennes en Guipry-Messac

Na de hectiek van de stad is fietsen langs La Vilaine een verademing. Door de regen zijn de geuren van de omliggende natuur losgekomen en hoewel we de zon nauwelijks zien, zorgt het kilometers lange lint van bloeiend raapzaad tussen fietspad en rivier voor een fleurige noot. Misschien bedoelden de oud-Bretonners en Romeinen dát wel met ‘gele rivier’. We slingeren van bocht naar bocht verder zuidwaarts en passeren sluizen, houten bruggetjes, af en toe een dorpje en zelfs een paar menhirs. Geen grote publieksmagneten, maar dat is nu juist het fijne aan deze route: het is lekker rustig, een stukje nog onontdekt en authentiek Bretagne. Tegenliggers of achteropkomers zien we nauwelijks.

Fietsen langs het geel bij het riviertje La Vilaine
Het pad langs La Vilaine, foto: ©Sybylle Kroon

Van de regen in de warmte

Na vijftig kilometer naderen we het eindpunt van deze Traversée Moderne-etappe. Hier, in Guipry-Messac, ontdoen we ons van de natte regenkleding en dompelen ons in de warmte van Crêperie Du Port, pal aan de oever van La Vilaine. Met druipende haren en rode konen eten we de lekkerste galette. Je mag dan nat worden van regen, het zet je zintuigen wel nét iets verder open.

Kunstzinnig pad tussen Nantes en Saint-Nazaire

Dat deze fietsroute dwars door Bretagne meerdere gezichten heeft, ontdekken we verder zuidwaarts. Fijn detail: om in Nantes te komen, pakken we de trein. Fietsen mogen gewoon mee. Ondertussen is de zon gaan schijnen, dat fietst wel zo lekker. In Nantes en langs de monding van Loire loopt niet alleen een fraai fietspad, je komt ook nog eens langs opzienbarende kunstwerken. Estuaire, zo heet deze bijzondere collectie buitenkunst tussen Nantes en Saint-Nazaire. Reden genoeg om bij bijna elk kunstwerk dat op onze route ligt, af te stappen. Het begint al in Nantes, waar we zonder dat we het in de gaten hebben, langs het kunstwerk Les Anneaux (De Ringen) fietsen. Ze staan op Île de Nantes, het eiland in de Loire waar vroeger grote schepen werden gebouwd, maar wat nu een culturele en creatieve hotspot is.

Het kunstwerk Serpent d'Océan langs de Traversée Moderne
Serpent d’Océan Foto: ©Franck Tomps

Zout op de lippen

We steken de Loire over en fietsen langs de zuidoever van de Loire naar het kleurrijke Trentemoult. Net buiten dit dorpje staat Le Pendule: een zeven meter lange slinger wiegt tijdloos langs een oude betoncentrale. Nog meer vervreemding zien we een paar kilometer verderop: daar ligt een vervormde zeilboot die een duik in de Loire lijkt te willen nemen. Misconceivable heet het kunstwerk, ondenkbaar. Dat is het mooie van kunst; daarin is niks ondenkbaar. We fietsen door, richting het westen, tegen de wind in, dat wel, maar de zee is dichtbij, proeven we aan onze lippen. Via Le Jardin Etoilé (Sterrentuin) belanden we uiteindelijk bij het eindpunt van de Loiremonding. Daar ligt in het water Serpent d’Océan op ons te wachten, het kunstzinnige skelet van een enorme zeeslang.

Vrouw fotografeert het kunstwerk Le Pied in Saint-Nazaire
Le pied, le pull-over et le système digestif, foto: ©Sybylle Kroon

Saint-Nazaire: kunst en historie

Er wacht ons nog iets: de brug over de Loire. Want daar, aan de overkant, ligt ons volgende doel: Saint-Nazaire. Helaas waait het te hard en is het fietspad te smal om veilig over de brug te fietsen. We pakken daarom de fietsbus die ons veilig naar de overkant brengt. Saint-Nazaire ligt op het punt waar de Loire en Atlantische Oceaan in elkaar overgaan. En precies daar staat een van meest opvallende kunstwerken van Estuaire. De naam alleen al: Le pied, le pull-over et le système digestif. Oftewel: ‘De voet, de trui en het spijsverteringskanaal’. De drie enorme betonnen kunstwerken staan – net als in het echte leven – bloot aan aftakeling door de elementen en de tijd. Welke symboliek je er ook in ziet, indruk maken ze zeker. Het zal het laatste kunstwerk van Estuaire zijn dat we deze fietstrip zien.

Via de boulevard naar het eindpunt

We maken ons op om naar het eindpunt van onze reis over de Traversée Moderne te gaan. Maar niet voordat we een bezoek hebben gebracht aan de enorme bunker waar we eerder langsfietsen en onze aandacht trok. In deze driehonderd meter lange bunker werden in de Tweede Wereldoorlog Duitse onderzeeboten ondergebracht. Nu is het een museum, Escal’Atlantic, waar je je in een oud passagiersschip waant. Tot de oorlog was Saint-Nazaire de havenstad van waaruit emigranten naar landen als Cuba, Mexico en Panama vertrokken. Nog steeds is het een komen en gaan van grote (cruise)schepen. Wetende dat we nog láng niet alles gezien hebben in deze stad, fietsen we via de boulevard langs de kenmerkende vissershutjes op stelten richting eindstation La Baule.

Fietsers in het dorpje La Boule in Bretagne
Het charmante dorpje La Baule, foto: ©Sybylle Kroon

La Baule: verscholen schoonheid

We maken ons zorgen als we La Baule al fietsend naderen. Het ene na het andere lelijke hotel is hier aan het zeefront gebouwd. Gelukkig komen we er al snel achter dat dit een foute dekmantel is van een charmant dorp dat áchter de boulevard ligt. Zonder de zee en het treinstation had La Baule niet bestaan. Het is in 1879 ontwikkeld als strandresort met luxe hotels en casino’s waar vooral rijke Parijzenaars op af kwamen en tweede huizen lieten bouwen. En die rijkdom is nog steeds te zien aan de architectuur, achter de boulevard, wel te verstaan. Na een fietstocht langs het lommerrijke oude La Baule, ronden we deze fietstour door Bretagne af met een goed glas wijn op een aangenaam terras op het strand. We proosten en beloven elkaar terug te komen om ook de andere etappes van deze bijzondere en afwisselende Traversée Moderne te gaan volbrengen.

Langs de Loire naar de brug richting Saint-Nazaire
Langs de Loire richting de brug naar Saint-Nazaire, foto ©Sybylle Kroon

Info Traversée Moderne

Ik huurde de fiets bij Abicyclettes Voyages. De nieuwe fietsroute en fietsen zijn te boeken via Better Places, maar je kunt natuurlijk ook op eigen gelegenheid (delen van) de route fietsen. De routegids en gpx-route van de Traversée Moderne zijn te downloaden via de website Voyage-en-bretagne.com, daar lees je ook meer informatie over deze nieuwe fietsroute.

Gastblogger Sybylle Kroon schrijft over haar reisavonturen in het online reismagazine My Yellow Suitcase.

Terug naar resultaten

Fietser zit op een muurtje langs de Donau in Opper-Oostenrijk

Tekst Stefan Maas Beeld: Stefan Maas/Raymond Boekhout

Milieuvriendelijk op reis? Het kan en zo moeilijk is het ook weer niet. Stefan Maas en Raymond Boekhout maakten een rondje door de deelstaat Opper-Oostenrijk (Oberösterreich) met de e-bike, trein, pontje, boot en kabelbaan.

Donau so blau, so schön und blau. Durch Tal und Au wogst ruhig du hin.’ Johann Strauss II had gelijk toen hij deze tekst neerpende. Al is de Donau nu even niet blauw, maar glimmend zwart, terwijl half-verlichte rondvaartboten erover rondtuffen in het maanlicht.

We wandelen langzaam over het fietspad langs de oever. Na een 8 uur durende treinreis vanuit Utrecht, lopen we de benen los tijdens een zwoele zomernacht. De auto en het vliegtuig hebben we links laten liggen; alleen het ov en de e-bike zijn op dit tripje toegestaan. Inderdaad: een ‘groene’ vakantie, al is dat relatief, want thuisblijven is het ‘groenst’ van alles. En je moet er wat voor over hebben om milieuvriendelijk te reizen. Het gedeelte door Duitsland leek eindeloos te duren. Dat de trein vaak harder over de rails raasde dan 200 km/u, veranderde daar niets aan.

In de verte dansen de lichtjes van hotel Donauschlinge op het water. We zijn op de plek waar de rivier twee opmerkelijke bochten van 180 graden maakt, een dubbele super-slinger als het ware. Maar in het duister lukt het ons niet de Donau-magie goed op beeld vast te leggen. Soms moet je iets met eigen ogen ervaren.

Mist hangt boven de blauwe Donau, waarlangs de populaire Donau Radweg loopt

Donau Radweg

De volgende ochtend peddelen we zelf langs de Donau op onze gehuurde groene e-bikes. We bevinden ons op misschien wel de populairste fietsroute ter wereld: de Donau Radweg. Als de zon door de mist heenbreekt, weerspiegelen de beboste heuvels zich in het water. Het is een jubel-ochtend, waarin de wereld perfect lijkt en de natuur barstensvol energie zit. Fietsers komen ons regelmatig tegemoet. Er is veel fietsvolk op dit traject, maar gelukkig niet zoveel dat het filerijden wordt. Zo glijden de kilometers moeiteloos onder ons door.

Natuurlijk hoef je niet steeds dat blauwe lint te volgen. Er zijn diverse fietsrondjes gekoppeld aan de Donauroute, die je het ommeland laten verkennen. Wij kiezen voor de Mühlviertler Dom-Runde. Al snel na de start klimmen we omhoog uit het rivierdal naar de burcht Marsbach, ooit een gevreesde ontmoetingsplaats voor roofridders.

De 550 hoogtemeters naar het kasteel overwinnen we glimlachend dankzij de elektrische ondersteuning, waarna een afwisselende rit volgt door landbouwvelden en over beboste hellingen. Tot slot is er een spectaculaire afdaling terug naar de rivier. Met behulp van een fietspontje gaan we weer terug naar de andere oever. De veerman schudt zijn hoofd als we willen betalen met een bankpas. Hij staat overigens niet alleen op dit gebied. Cash betalen is nog steeds gangbaar in Oostenrijk, zeker als het gaat om kleine veerponten, en niet elke ondernemer heeft een pinapparaat in zijn of haar broekzak zitten.

Een van de oude stadspoorten van Freistadt

Bierliebe in Freistadt

Tijd voor de volgende halte op het rondje Opper-Oostenrijk. De snelle Donau-waterbus en de trein brengen ons naar Freistadt, een prachtig historisch plaatsje waar je even kunt dwalen in het stadspark, over de Hauptplatz met het barokke gebouw Marienbrunnen en langs monumentale panden, torens en stadsmuren. Hertog Leopold IV, die de stad in 1220 stichtte, trok nieuwe inwoners aan door ze met privileges te belonen. Zo mochten ze in Freistadt een ‘vrij, eigen’ huis bouwen op eigen grond, waaraan Freistadt ook zijn naam te danken heeft.

Hertog Leopold had daarnaast nog een extraatje te bieden. Elke huiseigenaar kreeg in Freistadt het recht om bier te brouwen. En daar maakten de inwoners driftig gebruik van, gezien de vele bierkelders die nu nog steeds onder de stad liggen.

Toen de kwaliteit van het Freistädter bier verslechterde en de concurrentie van andere steden toenam op biergebied, besloten de huiseigenaren de Freistädter Braukommune op te richten. Voortaan werd het bier gebrouwen in een grote brouwerij net buiten de stadsmuren. En tot op de dag van vandaag krijgen de eigenaren van 149 huizen met brouwrecht een kleine jaarlijkse winstuitkering van hun brouwerij.

Een bezoekje met de e-bike aan de kasteelruïne Prandegg in Opper-Oostenrijk

Rollercoasterlandschap

Voor het Freistädter bier hebben we nu geen tijd. We fietsen de stad uit; er liggen vandaag nog flink wat kilometers vóór ons, en het terrein is allesbehalve vlak. Het fietsnetwerk in de regio Mühlviertel leidt ons over smalle wegen in dat rollercoaster-decor. Weilanden, boerderijen, tal van heuvels en stukjes bos passeren de revue. Onze groene bikes vallen al die heuvels moeiteloos aan: nooit komt het accumetertje in de rode zone terecht.

Na een lange klim knijpen we bij de kasteelruïne Prandegg in de remmen. Als een arendsnest ligt het op de top van een klif. Het was ooit een van de grootste kastelen van het land en had een lengte van circa 140 meter. Maar al sinds 1750 is het in verval en valt er weinig anders meer te zien dan afgebrokkelde muren. Toch loont het de moeite om in de ruïne naar achteren door te lopen; daar heb je een mooi uitzicht over de bergachtige, ruige omgeving.

De blauwe Traunsee in Opper-Oostenrijk, gezien vanaf de bergen

Naar de Traunsee

Met de trein gaat het verder naar een andere highlight in Opper-Oostenrijk: Gmünden aan de Traunsee. Het meer is in de zomer een populaire badplaats, met tal van campings die aan het water liggen. Maar wij gaan nu niet het meer in voor een koele duik, maar met de kabelbaan omhoog, naar de Grünberg op 1.004 m, vanwaar je een schitterend uitzicht hebt over het meer. Het boomtoppad op de berg en een grote, wentelende uitkijktoren brengen ons zelfs naar 1.400 meter, met een nóg fraaier uitzicht.

Gmünden is ook de uitvalsbasis voor een fietstripje naar de Almsee. We rijden het eerste deel over een wat saaie provinciale weg. Maar de fun begint een stuk verderop, bij de afslag naar de Almsee. Mooie smalle weggetjes voeren ons langs boerderijen en bossen naar het meer, waar je de forellen duidelijk kunt zien zwemmen. Achter het meer rijst de bergrug op waarachter de Traunsee ligt; een onneembaar obstakel voor fietsers. Er is weinig keuze, terugkeren over dezelfde weg is de enige optie.

Brug over de Traun-rivier bij Bad Ischl

Kuuroord Bad Ischl

De laatste etappeplaats in Opper-Oostenrijk bereiken we na een boottocht over de Traunsee en een fietsritje: Bad Ischl. Het mondaine kuuroord waar de adel en welgestelden zich vroeger graag lieten verwennen. En ook in de 21ste eeuw is het plaatsje nog populair. De terrassen langs de Traun-rivier zitten vol als we Bad Ischl binnenrijden en tal van toeristen flaneren er door het kleine centrum.

Dit keer trekken we met onze groene machines echt de bergen in. Over bos- en grindpaden gaat het omhoog in een lichte regen, richting het Almgasthaus op de Hoisnradalm. De eigenaar van deze eenzame uitspanning serveert in authentieke lederhosen thee, koffie en basic lunch aan mountainbikers en wandelaars. Eenmaal terug in Bad Ischl blijkt dat onze e-bikes zich weer fantastisch hebben gehouden. Ondanks al het geklim, zit er nog steeds voldoende power in de batterijen voor nóg een ritje.

De Siriuskogl in Opper-Oostenrijk bij het mondaine Bad Iscl

9 gangen op de Siriuskogl

Een diner in het restaurant op de Siriuskogl, een steile berg met een toren die op Bad Ischl uitkijkt, vormt de afsluiting van de trip. Christoph “Krauli” Held – een bekende Oostenrijkse kok – en zijn team bereiden ons een fantastisch verrassingsmaal voor van maar liefst negen gangen.

Rozig kijken we tijdens al die gangen terug op een weekje Opper-Oostenrijk met e-bike en openbaar vervoer. Al was het soms haasten, we hebben alle aansluitingen met de trein en boot gehaald. Milieuvriendelijk(er) op reis gaan hoeft in ieder geval niet uit te lopen op een pijnlijke exercitie. En een auto hebben we op deze vakantiebestemming ook niet gemist. Onze groene e-bikes brachten ons overal naartoe waar we wilden.

Info Opper-Oostenrijk:

Opper-Oostenrijk: www.oberoesterreich.nl
Donauregio en -fietsroute: www.donauregio.nl
Regio Mühlviertel/Freistadt: www.muehlviertel-almfreistadt.at
Regio Traunsee: www.traunsee-almtal.salzkammergut.at
Regio Bad Ischl: badischl.salzkammergut.at

Kaart: enkele plaatsen die we aandeden tijdens onze tour.


Terug naar resultaten

Bedford Cemetery in Ieper
Bedford Cemetery in Ieper, foto ©Jan D’Hondt Ateljé

Tekst Stefan Maas, beeld Jan D'Hondt Ateljé

Nog tot eind 2024 zijn er in de Westhoek tal van activiteiten in het kader van LANDSCAPES / Feel Flanders Fields. Nieuw ingetekende fiets- en wandelroutes laten je daarbij kennismaken met – soms verborgen – locaties die herinneren aan de Eerste Wereldoorlog.

Het heeft even geduurd, maar na honderd jaar is de boommarter weer terug in de bossen bij Ieper. Een wildspotcamera registreerde het dartelende dier, alsof het een feestje had te vieren. En dat was ook wel zo, symbolisch dan. Ruim honderd jaar geleden zaaide de Groote Oorlog dood en verderf in deze regio, schoot de bossen aan gort, woelde de grond om en veranderde die in een doodse vlakte. De boommarter liet zien dat de natuur opgekrabbeld was na deze ellende. Net zoals de lokale economie en de bewoners van de Westhoek dat decennia geleden al hadden gedaan.

De schaal van die verwoesting is nauwelijks te bevatten. In het In Flanders Fields Museum in Ieper scrol ik door luchtfoto’s op een groot scherm. Ze laten het verschil zien tussen de huidige situatie en die van 100 jaar geleden. Ieper ziet er nu uit als een mooi authentiek historisch stadje, maar die oude luchtfoto’s tonen een maanlandschap met nog een paar ruïnes en geblakerde bomen. Winston Churchill wilde dat Ieper zo zou blijven, als een museumstuk dat voor eeuwig aan de Groote Oorlog zou doen denken. De gevluchte inwoners van Ieper en andere Vlamingen dachten daar anders over. Steen voor steen werd de stad herbouwd, naar het voorbeeld van vóór de oorlog.

Strijd vanuit loopgraven

We fietsen vanuit Ieper langs en over de oude frontlijn, waar gedurende vier jaar oorlogsjaren nauwelijks beweging in was te krijgen. De strijd liep zoals bekend vast in de loopgraven. Massale aanvallen leverden nauwelijks terreinwinst op. Het was de ultieme zinloze oorlog. De parallellen met de strijd in Oekraïne liggen voor de hand. De verwoesting van Bachmoet en Melitopol, de loopgraven en een frontlijn die maar niet verschuift. Een nieuwe oorlog naar het voorbeeld van een oude.

Duitse oorlogsbegraafplaats in Vladslo, een van de stopplaatsen van een fietsroute in het kader van Feel Flanders Fields
Soldat Friedhof Vladslo, foto ©Jan D’Hondt Ateljé

Onze fietsroute van landscapesproject Het Lint, gemarkeerd met gele linten aan bomen naar het liedje ‘Tie a Yellow Ribbon Round the Ole Oak Tree’, voert ons onder meer naar de Duitse begraafplaats in Vladslo. Een grasmaaimachine verstoort er de doorgaans serene rust. De grafstenen liggen plat op de grond. Ze bevatten niet één naam, maar doorgaans wel twintig namen of meer. Het kan niet anders, of de botten van tientallen soldaten liggen hier kris-kras door elkaar. Gedurende honderd jaar is er in de Westhoek enorm gezeuld met stoffelijke resten. Honderden kleinere begraafplaatsen zijn in de afgelopen decennia opgedoekt en de lichamen overgebracht naar verzamelbegraafplaatsen. En buiten die begraafplaatsen liggen waarschijnlijk nog de resten van een kleine honderdduizend overleden soldaten die nooit een graf hebben gekregen in Flanders Fields.

Feel Flanders Fields: Sanctuary Wood Cemetery bij Zillebeke
Sanctuary Wood Cemetery bij Zillebeke, foto ©Jan D’Hondt Ateljé

Classicistische architectuur

De sobere begraafplaatsen voor Duitse soldaten vormen een contrast met de fraai aangelegde laatste rustplaatsen voor Britse soldaten, met rechtopstaande grafstenen in een ‘hemels’ aandoende omgeving, vol met koepeltjes, zuilen en andere elementen van de classicistische architectuur. Beroemde architecten uit die tijd tekenden voor het ontwerp ervan. Veruit de meeste begraafplaatsen in de Westhoek zijn Brits, 183 van de 200 meer bepaald. Dat heeft een praktische reden. Omgekomen Britse soldaten werden namelijk in principe niet gerepatrieerd. Een begrafenis thuis was te kostbaar, zeker als de slachtoffers uit het hele Britse imperium afkomstig kunnen zijn.

Even verderop belanden we in de oefenloopgraven van de Duitsers. Een beetje oefenen vooraf kon geen kwaad, moeten die gedacht hebben. Al snap ik niet wat dat voor zin had. De oefenloopgraven raakten een tijdje in de vergetelheid, maar zijn nu in ere hersteld. En bij een volgende stop bezoeken we het kleine Käthe Kollwitz-museum in Koekelare. Het verhaal van deze beeldhouwster is verweven met de begraafplaats in Vladslo: haar zoon Peter is daar begraven. Hij stierf op 17-jarige leeftijd in het Duitse leger, bij een aanval op Diksmuide in 2014. Käthe maakte nadien ‘het treurende ouderpaar’, twee beelden die in Vladslo uitkijken op de honderden graven.

Lang Max kanon bij Koekelare, het grootste kanon ter wereld in 1917
Het kanon Lange Max bij Koekelare. Alleen het platform staat er nu nog.

Lange Max

We stappen weer op de fiets, voor een ontmoeting met Lange Max. Of beter gezegd: het platform in de weilanden bij Koekelare waar Lange Max ooit stond. Max was met zijn lengte van ruim 17 meter het grootste kanon uit die tijd en had een bereik tot wel 75 km. Maar Lange Max was vooral gefocust op Duinkerke, zo’n 40 km verderop, waar de Britten zaten. Het duurde 90 seconden voordat een projectiel die plaats bereikte. Het eerste schot van Max was meteen een voltreffer; de manshoge kogel boorde zich in het casino van Malo-les-Bains in Duinkerken, toen het hoofdkwartier van het 15e Britse korps. Lange Max werd ironisch genoeg in 1941 van zijn voetstuk gestoten door de nazi’s en in Duitsland omgesmolten, ongetwijfeld om weer dienst te doen in ander wapentuig. Vlak bij het platform ligt het Lange Max Museum, waar je meer te weten komt over het kanon en Koekelare tijdens WO I.

Mont Kemmel, de treurende Engel
De Treurende Engel op de top van de Kemmelberg, die uitkijkt op een Frans massagraf, foto ©Jan D’Hont Ateljé

Oorlogsporen in Flanders Fields

Waar je ook fietst of wandelt in de Westhoek, aan die Groote Oorlog is nooit helemaal te ontsnappen. Maar dat hoeft ook niet. De talloze begraafplaatsen, monumenten, bomkraters en andere littekens van de oorlog creëerden een herdenkingslandschap dat allesbehalve naargeestig is. En ook begraafplaatsen behoren tot het leven van alledag. Sommige zijn fraaie rustplaatsen, waar je prima een broodje kunt eten tijdens een fiets- of wandeltocht.

Onze gids wijst op een levensboom, de plek waar een boer enkele jaren geleden omkwam door ontplofte munitie uit WO I. Ook na honderd jaar heeft de oorlog nog steeds invloed op het heden. Of neem het verhaal van de Canadees John Lambert, een militair die in 1917 sneuvelde en pas in 2016 werd opgegraven. Na al die jaren kon hij nog geïdentificeerd worden aan de hand van DNA-onderzoek en objecten. In 2022 is hij herbegraven in Ieper, in het bijzijn van verwanten. Na bijna een eeuw had deze Onbekende Soldaat zijn naam teruggekregen.

West-Vlaamse Heuvels

Ik dwaal verder door de Westhoek, dit keer solo. De lucht betrekt, de wind trekt verder aan en druppels slaan opeens tegen mijn gezicht. Hoe sterk is de eenzame fietser? Sterk genoeg in ieder geval om de West-Vlaamse Heuvels te overwinnen. De Kemmelberg, Monteberg, Rodeberg, de Zwarteberg. Sommige namen ken ik van de wielerkoers Gent-Wevelgem. Sinds 2017 zijn de zogeheten plugstreets opgenomen in het parcours van die wedstrijd; plattelandswegen bij Ploegsteert die verbonden zijn aan de historie van WO I. Plugstreets is overigens gewoon een verbastering van Ploegsteert, een naam die maar niet lekker uit de Britse monden kwam rollen.

Landscape landart: Courbes des émotions bij Wijtschate
Landscapes landart: foto ©Jan D’Hondt-Ateljé

Uiteraard is er fel gevochten om die West-Vlaamse heuvels. Tegenwoordig kun je er, naast oorlogsmonumenten, ook fraaie landschapskunst ontdekken die de sporen van de WO I weer tot leven wekken, zoals de Courbes des émotions bij Wijtschate. Fraai gebogen wilgentakken vormen daar als het ware ogen die uitkijken op bomkraters. Verspreid over de Westhoek zijn in totaal 24 landschapskunstwerken te vinden in het kader van het project LANDSCAPES | Feel Flanders Fields.

De Menenpoort in Ieper, waar de Last Post wordt geblazen
De Menenpoort in Ieper

Last Post

Uiteindelijk verschijnt de kerktoren van Ieper weer aan de horizon. Hele klassen scholieren lopen er door het centrum tijdens hun educatieve schoolreis. De Groote Oorlog leeft in België veel meer dan in Nederland, dat neutraal bleef. Zit er een houdbaarheidsdatum aan de herdenking van de Eerste Wereldoorlog en de 9 miljoen slachtoffers? Ongetwijfeld. Maar als we bij de Menenpoort in Ieper staan om de Last Post te horen, die dagelijks om 20.00 uur wordt gespeeld ter nagedachtenis van de slachtoffers, is het zo druk dat ik nauwelijks iets van de ceremonie kan volgen. Het zal me verbazen als de Last Post hier over 50 jaar niet meer klinkt. De namen van de omgekomen soldaten, gegraveerd in de ontelbare graf- en herdenkingsstenen in de Westhoek, zullen nog heel lang voortleven.

Info

Kijk voor meer informatie over LANDSCAPES / Feel Flanders Fields op Toerismewesthoek.be

Via die site kun je de fiets- en wandelroutes in digitale vorm oproepen. Ze zijn ook als handige scheurkaart verkrijgbaar bij de Diensten voor Toerisme in de Westhoek en via Shop.westtoer.be. Sommige routes, evenementen en expo’s zijn te bekijken in de ErfgoedApp van FARO. Deze app voorziet je ook van extra informatie.

In het In Flanders Fields Museum in Ieper loopt tot 18 februari 2024 de expo ‘For Evermore’, over de begraafplaatsen van de Eerste Wereldoorlog. Zie: Inflandersfields.be.

Voor de landschapskunst, zie Onzichtbaarlandschap.be.

Verder:
Lange Max Museum
Käthe-Kollwitz Museum
Verhalenkelder stadhuis Diksmuide, expo ‘Liksems’
Project Het Lint

Voor algemene toeristische informatie:

Toerisme Vlaanderen (voor Nederlanders)
Toerismevlaanderen.nl

Toerisme West-Vlaanderen
Westtoer.be
Toerismewesthoek.be

Treinreis (voor Nederlanders)
Nsinternational.com

Fietsverhuur Ieper:
Bikingbox.be

Terug naar resultaten

Met zeezicht door de Campania Felix in Zuid-Italië

Tekst en beeld Kees Lucassen

Kees Lucassen is een reisjournalist die per fiets en te voet heel wat beleefde. In eigen land en verder weg. Zo trapte hij, samen met zijn zoon Jelle, door het Gelukkige Land onder Napels.

Drie grote tempels

“Whoeaa!”
Rollend over de Via Claudia Augusta vanaf de Passo di Resia, 1455 meter hoog en op de grens van Oostenrijk en Italië, enterde ik ooit laatstgenoemd land. Samen met Jelle, mijn destijds 14-jarige zoon. Vervolgens fietsten we, via het stedenschoon van Merano, Bolzano & Trento en het fonkelende Gardameer, naar Mantova, Verona en Venetië. Ergo, een toptocht. Waarna Jelle, die eerder ook al in Rome was geweest, concludeerde: “Mooi. Erg mooi. Maar Italië heb ik nu wel gezien.”
Ik dacht daar echter anders over. Reden waarom we een jaar later op het Stazione Centrale di Napoli in de trein naar Paestum zijn gestapt. Met als doel: slow-food-fietsend zoonlief het Italië zonder rolkoffers & selfiesticks te laten zien (én proeven). En terwijl de trein langs de Vesuvius zuidwaarts spoort, vertel ik aan Jelle: “Voordat de Romeinen over Zuid-Italië heersten, deden de Grieken dat. Menige stad hier heeft Griekse wortels, zoals Napels en ook Paestum, dat erg welvarend moet zijn geweest. Daarvan getuigen nu nog drie grote tempels.”

De tempel van Hera: overblijfsel van de periode dat de Grieken het hier voor het zeggen hadden
Tempel van Hera in Paestum

Graftombes en juwelen in Zuid-Italië

“Maar…” zegt Jelle, in het besef dat Paestum vandaag geen club in de Serie A heeft.
“Door malaria, de pest en plunderende piraten stierf de stad letterlijk uit”, leg ik uit. “Paestum verkruimelde en verdween onder onkruid en modder. Acht eeuwen later is de stad herontdekt.”
Pie-ie-ie-ie-iep!
De trein stopt. Station Paestum. Klein, leeg en verlaten. Maar niet ver van Villa Rita, een klein hotel vlak bij de tempels. Met naast het zwembad twee glimmende Giants met 21 versnellingen. Onze huur-biciclettas, die we niet veel later parkeren bij de Tempel van Athene. Waar we, weer drie uur later, vermoeid neerploffen op het terras van bar Anna, na zowel alle tempels als de Via Sacra, het Forum en het Amfitheater te hebben bekeken, én tal van graftombes, juwelen en beelden in het Museo Archeologico, én na twee panini met tomaat en mozzarella di bufula – de kaas van de streek – te hebben besteld.
“Best veel voor ‘n eerste dag”, vindt ook Jelle.

Koffie via het raam, tafereeltje in Zuid-Italië

“Nó-nó-nó-nó-nó!”

Waarna de eerste echte fietsdag in Zuid-Italië volgt. Eerst tussen parasoldennen en vlakke akkers, en daarna omhoog, rustig klimmend naar Santa Catarina, een pasteldorp met een kerktorentje, prikkend in de lucht. Die vandaag grijs kleurt en nu boven ons openscheurt. “Ciao qui!” roept een gebochelde grijsaard, wijzend naar een afdakje van golfplaten, met daaronder een wrakkig bankje tegen een vaalgele muur met twee luikjes.
“Zit!” gebaart opa. De luikjes gaan open en er verschijnt een vrouw, glimlachend. “Buongiorno! Vuoi un caffè? Con grappa?”
Als de stortregen – 1 uur, 2 grappa, 4 koffie en 6 koekjes later – stopt, vraag ik of ik iets mag betalen. Geschrokken reageert de donna: “Nó-nó-nó-nó-nó!”
“Grazie signora!” stotterend fietsen we verder. Door bergen met zeezicht naar Santa Maria di Castellabate. Een bekoorlijke badplaats in Zuid-Italië, waar we ’s avonds de zon als een giga-sinaasappel in zee zien zakken.
“Fantastico!” glundert Jelle, na de wifi te hebben gecheckt.

Santa Maria di Castellabate, prachtig erfgoed in Zuid-Italië
Santa Maria di Castellabate

Het Gelukkige Land

Voor wie het nog niet heeft begrepen: wij fietsen een bestaand arrangement: Paestum & Cilento, van SNP Natuurreizen. Daarbij trap je via kleine hotels en agriturismo’s door wat de oude Grieken Campania Felix noemden, het ‘Gelukkige Land’. En dan vooral door het Parco Nazionale del Cilento, Vallo di Diano e Alburni, een nationaal park. Vrij onbekend, erg groot, allesbehalve lelijk, maar vlak is het niet. Zo begint onze derde dag met 5 kilometer klimmen. Naar Castellabate, waar in 1123 een rijke abt een kasteelachtig klooster liet bouwen, het Castello dell‘Abate. Nog in diezelfde eeuw klonterden er huizen omheen, naast trapsteegjes en pleinen formaat theedoek. En vandaag is Castellabate werelderfgoed.
Meer afstapwaardige dorpen volgen, zoals Pedifumo en Serramezzana, ook weer goed voor gratis espresso. Waarna we, fietsend tussen artisjok-akkertjes, olijfbomen en kurkeiken, terug naar zee keren. Waar we nu zitten, met 68 kilometer op de teller en een pico bello pizza frutti di mare op het bord.

De volgende halte in het Gelukkige Land onder Napels, Pisciotta
Het doolhofdorp Pisciotta

Dronken olifanten in Zuid-Italië

Op dag 4 en 5 volgen we de kustweg, die hartje zomer vermoedelijk vrij druk is, maar waarop wij nu – in Jelle’s herfstvakantie – prettig pedaleren, van pastelhavendorp naar pastelhavendorp. Zoals Acciarioli, waar een visser ons vertelt dat lang voor ons Ernest Hemmingway hier ook was, waarna hij The Old Man and the Sea schreef.
“Goed boek voor jouw lijst Jel”, opper ik.
“Want?”
“Erg dun.”
Net als de weg naar Pisciotta. Hier en daar, als gevolg van schuivend dan wel vallend gesteente, niet breder dan een fietspad. En van craquelé-asfalt, alsof er een kudde dronken olifanten op heeft staan tapdansen. Plus: soms 10% stijgend, soms 10% dalend (“Whoeaa!”). Kortom, en ik lieg dit niet: een genot om op te fietsen.
“Kijk pa!”
Pisciotta. Een doolhofdorp, duizend jaar oud. Welgelegen op een berg tjokvol olijfbomen. Na wat struinen door de straatjes bestellen we op de piazza twee bruschetta (gegrild brood met knoflook & olijfolie) met tomaat. Bij Bar Germania: café, kiosk & verkooppunt van – aldus de barman – de beste olio d’oliva ter wereld. Jelle, met volle mond: “Dat dacht ik al te proeven.”
De dag eindigt bij La Petrosa, de agriturismo van Simona, Een goedlachse boerin bij wie we niet alleen een kraakhelder kamertje vinden, maar ook koeien, kippen en katten. En een hangmat, een zwembad, een wijnkelder en een winkeltje met huisgemaakte prodotti (pasta’s, chutneys & olijfolie).
“Whoeaa!” jubelt zoonlief al bij de antipasto (het voorgerecht): Cilento-ham, een jong kaasje en een empanada gevuld met pestogehakt en zongedroogde tomaatjes.

Fietsen door Valle dell'Angelo in Zuid-Italië

Proeven van de wereld

De 6 is de dag van de waarheid: 1.220 hoogtemeters. Het kan ook minder, door een stukje met de bagagevervoerder mee te rijden, maar dat doen wij niet. Wij zwoegen omhoog, naar een trits hoogbejaarde Cilento-dorpen. Zoals Pellare, waar het marktdag is (lees: drie kraampjes met vis, keukengerei & lingerie). En Gioi, waar het ruikt naar oregano, rozemarijn en versgebakken amandelbrood. Of stokoud Stio, waar we koffie & cola bestellen, die we opdrinken in de zon op de trap voor de kerk. Zittend naast, in een witte jas met bloedvlekken, de slager annex dorpsfilosoof. De kringelende rook van zijn peuk nastarend, merkt deze man op: “Reizen is proeven van de wereld.”
Finishplaats vandaag is Valle dell’Angelo. Een dorpje in de vallei waar – zo wil de legende – ooit de aartsengel Michaël verscheen. Voor ons verschijnen echter Ali & Carmela, twee ex-supermarkteigenaren die zijn bekeerd tot slow food. Samen bestieren ze zowel La Piazetta, een knus toprestaurantje, als een albergo diffuso (wat betekent dat ze kamers verhuren, verspreid in het centro storico). Ali volgend, trapje af, steegje in, gangetje door, trapje op, vinden we onze voordeur. En krijgen we van buurvrouw Emilia ̶ 79 jaar oud en grijnzend als Mona Lisa in het kwadraat ̶ een granaatappel formaat bowlingbal.
‘s Avonds in La Piazetta vraagt Jelle, blijkbaar Google-moe: “Wat is slow food?”
En dus legt Ali uit: “Alles komt uit de buurt: de kaas, salami, pepperoni, vijgenchutney, witte truffel, het kalfsvlees met bosuitjes in rode wijn, de kastanje-cake en…”
Capisco, laat maar komen.”

Guiseppe, bewoner van Oud Roscigno
Guiseppe van Oud Roscigno

“Daar stond mijn lief!”

Om 8 uur ’s morgens, als de zon nog maar net over de bergen schittert, vind ik mijn zoon op het dorpsplein. Want daar is wifi. Starend naar z’n schermpje, zegt hij: “Tutti cultureel werelderfgoed, die Cilento.” En ook: “Vandaag de langste dag, 75 kilometer, terug naar Paestum. Dus meer omlaag dan omhoog.”
Waarna we via Sacco, droomdorp nummer 28, en de Sammaro-kloof naar Roscigno Vecchio fietsen.
“Oud Roscigno”, vertaal ik. Een spookdorp. Ruim een eeuw geleden bouwde de bevolking, uit vrees voor een aardverschuiving, een nieuw dorp, waarheen iedereen verhuisde. Maar er gebeurde niets, oud Roscigno bleef staan. Tussen het oude café en het lege kerkje ontmoeten we Guiseppe, de Laatste der Vecchianen, met baard, hoed en pijp.
“Daar!” snikt hij, wijzend naar een klein balkon. “Daar stond mijn lief, ’s avonds in het maanlicht.”
Waarop Jelle – die wiskunde in zijn pakket heeft – in mijn oor fluistert: “Dat Guiseppe daarvoor zo’n 120 jaar oud moet zijn, vergeten we nu maar even.”
Trappend over kruimelteer bereiken we de SS166. Een weg naar zee. Door kasteeldorp Roccadáspide en dan dalend richting Paestum. Terug naar de buffels, de tempels, het stationnetje en Villa Rita’s ristorante.
“Whoeaa!”

Meer informatie over het arrangement in Zuid-Italië: www.snp.nl.

De gereden route

Kaartje van de route door Zuid-Italië

Terug naar resultaten

Fietsen in de Sierra de Calderos

Kees Lucassen is een reisjournalist die per fiets en te voet heel wat beleefde. In eigen land en verder weg. Zo ook in de Extremadura…

Krrrrk….
Het met veel vet gevulde uniform leunt zwaar over het krakende bureau. Twee ogen, als met stierenbloed doorlopen, kijken mij strak aan en van onder een zwarte druipsnor raspt een stem: ‘Marca?’
Ik sluit mijn ogen en in mijn hoofd begint een filmpje te draaien. Daarin ben ik jaren jonger en ga ik op bezoek bij Henk. Henk woont drie hoog in Amsterdam en bij hem is het warm, de potkachel snort en er is thee. Pas na die thee zie ik jou, liggend in een halfduistere hoek van de kamer. We zwijgen allebei, maar ik voel dat de vonk al is gesprongen.
De zondag daarop neem ik je mee. Voor het eerst sinds weken ben je buiten. Zonder veel te zeggen fietsen we uren door de duinen. Twee weken later ga ik met vrienden in Zuid-Limburg fietsen en weer mag jij mee. De hele dag zijn we onafscheidelijk. ’s Avonds bel ik Henk om hem te vertellen dat je voortaan bij mij zult blijven. Hij zegt dat ‘ie het begrijpt. Jij zegt niets.
Weer met vrienden fietsen we drie maanden later in Italië. Jij bent voor het eerst van je leven in de bergen en ik hopeloos uit vorm. Passo dello Stelvio, Passo Nigra, Passo di Giau, op elke pas zijn we de laatste twee. Maar in de afdaling van de Rifugio Fodara Vedla liggen we samen plots op kop. De weg zonder vangrail daalt met meer dan 20% en naast ons gaapt een diep ravijn. Vliegend door een haarspeld slipt jouw band en staat mijn hart stil als ik zie hoe je richting afgrond schuift. Het loopt goed af. Ik kijk je aan, weer zeg je niets.
Een jaar later, na routes langs Rijn en Maas, vertrekken we voor een fietsreis van Amsterdam naar Gibraltar. We worden verliefd op Spanje, keren het jaar daarop terug en reizen dan via de Sierra de Guadeloupe naar Montfragüe en Trujillo. Droomplekken waar in welriekende velden zwarte stieren zwijgend onder kromme kurkeiken staan. We trappen naar Cáceres, de hoofdstad van Extremadura. Werelderfgoed in het droogste deel van Spanje, maar net die dag breekt de hemel open, het regent ongenadig hard. In een hostal aan de Plaza Mayor vinden we een plek voor de nacht. Ik breng onze bagage naar de kamer vier hoog en als ik weer beneden kom, ben jij verdwenen.
Spoorloos.
Nog nat van de regen zit ik een uur later op het politiebureau, waar het riekt naar chorizo, knoflook en groene zeep. Een magere, snorloze agent vraagt naar jouw bijzondere kenmerken. Daarna komt er een dikke agent met snor binnen en hij informeert nors naar wat er aan de hand is.
‘Hurto bicicleta’, piept zijn dunne collega en prompt loopt het filmpje uit de spoel.
Twee stierenbloeddoorlopen ogen kijken mij strak aan.
‘Marca?’
‘Euh… Gazelle.’

Op pad met de Gazelle in Spanje over een onverhard weggetje

Terug naar resultaten

De kanaalbrug over de Loire bij Briaire, een baken langs de Scandibérique
Tekst en beeld Nick Roodenburg

Het aanbod aan mooie Franse fietsroutes groeit elk jaar. Via de Scandibérique, een nieuwe langeafstandsfietsroute, doorkruis je het land van noord naar zuid.

Waar ligt dat oord, de Scandibérique? Fietsmaat Robert is in verwarring. Of hij heeft een heel ander beeld van onze aankomende fietstocht dan ik. Robert heeft net een behoorlijke treinreis achter de rug: van Amsterdam naar Parijs met de Thalys, en dan verder met een intercity naar Orléans. De Loire stroomt in Orléans bijna aan onze voeten als we op wat trappetjes een prachtige zonsondergang bewonderen en het plan voor de komende dagen bespreken.

Tijd om de routekaarten maar eens tevoorschijn te halen. Nee, de Scandibérique is geen stad, streek of regio, maar het Franse deel van de EuroVelo 3, die van het Noorse Trondheim naar het Spaanse Santiago de Compostella loopt. Vandaar ook de naam Scandibérique, een samentrekking van de woorden ‘Scandinavie’ en ‘Ibérique’. De route in Frankrijk is zo’n 1700 km lang, vanaf de Belgische grens naar Spanje. Door het eindeloze platteland met zijn vele dorpen en natuurlijk ook via historische steden als Orléans. Bekend van Jeanne d’Arc die er 1492 het beleg van de Engelsen brak, bijgestaan door haar leger van 4000 man.

Zonsondergang aan de Loire bij Orléans
Orléans; flaneren langs de Loire

EuroVelo 3

Het Belgische deel van de EuroVelo 3 staat me overigens nog helder bij. De route ging overwegend langs rivieren. Eerst langs de Maas, daarna langs de Sambre tot aan de Franse grens. Corona zat me toen op de hielen; ik bereikte het eindpunt aan de Franse grens een dag voordat België op slot ging. En ook bij onze 4-daagse expeditie over de Scandi, het vervolg van de EuroVelo 3 in Frankrijk, vormt water de rode lijn van de tocht. Eerst peddelen we langs de Loire, daarna langs het kanaal van Briare, om vervolgens te eindigen in Dordives.

Fietsen langs de Loire, een deel van de route van de Scandibérique loopt langs de rivier

Loire à vélo

De volgende ochtend ligt Orléans al snel achter ons. De Loire stroomt traag aan onze linkerkant, zelf rijden we over een dijk voorzien van een uitstekend fietspad en rechts van ons kijken we uit over weilanden. Het lijkt hier wel… Nederland. En we gaan eigenlijk de verkeerde kant op, stroomopwaarts, maar alles is hier zo vlak dat je daar niets van merkt. Om de zoveel kilometer duikt er telkens weer een stadje of dorpje op, waar je met uitzicht op de rivier even wat kunt eten of drinken. Fietsen is hier geen straf, het leven langs de Loire kan verrukkelijk zijn.

(kaartje) De gereden route van de Scandibérique, Orléans-Dordives

Een deel van het Scandi-traject loopt over de Loire à vélo, de bekende fietsroute langs de rivier die fietstoeristen over de hele wereld aantrekt. Af en toe komt een fietsreiziger ons tegemoet, herkenbaar aan de twee fietstassen die standaard aan de bagagedrager hangen. Met een beetje fantasie kun je ook raden naar de herkomst van deze passanten. Het makkelijkste raad-doelwit zijn de Nederlanders, die doorgaans ongehelmd op pad gaan. Maar ook Duitsers en Fransen meen ik uitstekend uit elkaar te kunnen houden.

Zandbanken en eilandjes

Een Duits stel fietst zelfs nog een kilometer of twee met ons mee. Het zijn geen scandiberisten, maar twee fietsliefhebbers die vanuit een camping tochtjes maken. En dan is het autoluwe fietspad langs de rivier een aanlokkelijke optie. Op de brede rivier is overigens vrijwel geen boot of schip te bekennen. Het is er te ontdiep voor de commerciële vaart, leren we in Musée de la Marine de Loire in Châteauneuf-sur-Loire. Alleen met een platbodem kun je over het wateroppervlak scheren, en zelfs dan nog vraag ik me af of je niet vastloopt door de vele zandbanken en eilandjes.

Even later plassen we zelf wat rond in de ondiepe rivier. Het is moeilijk een bezwembaar plekje te vinden, of zelfs maar in het water te liggen. Een kiezelstrandje vormt het decor voor een picknick met een flesje rosé langs de Loire, een must-do voor iedereen die langs de rivier fietst. En we hebben een goede reden om een lange pauze te houden, houden we ons voor, want Frankrijk puft al weken onder een niet-aflatende hittegolf.

Op de fiets langs het kasteel van Sully-sur-Loire

Kasteel van Sully-sur-Loire

Wie langs de Loire fietst, kan wel letterlijk maar niet figuurlijk om de vele kastelen heen. In Sully-sur-Loire staat een fraai exemplaar waar we even mogen binnenstappen buiten de officiële openingstijden. Gids Arlène, een dame met Nederlandse roots, verwelkomt ons met een onmiskenbaar Zeeuws accent. Ze leidt elk jaar tal van Nederlanders rond door de enorme zalen, want die verstaan over het algemeen alleen Franse basis-woorden als vin, pain en Paturain.

Bij een tafel met plastic nep-middeleeuwse gerechten vertelt ze honderduit over de menu’s uit die periode. De boeren, burgers en adel aten verschillende gerechten die pasten bij hun maatschappelijke positie. De adel had daarbij een voorkeur voor wild en hooghangend fruit, letterlijk hoogstaande producten als het ware, terwijl de laag-bij-grond geteelde producten vaker op het bordje van de boeren en burgers belandden. Verschil moest er immers zijn.

De Kanaalbrug over de Loire, een baken langs de Scandibérique
De Kanaalbrug over de Loire bij Briare

Kanaalbrug over de Loire

In het Musée de la Faïencerie de Gien, even verderop langs de Loire, bekijken we de tentoonstelling over de productie in Gien van faience, een type aardewerk dat lijkt op porselein, maar het niet is. Vol bewondering knijpen we ook in de remmen bij de Kanaalbrug van Briare, ofwel Pont Canal de Briare (1890-1896), ontworpen door Gustave Eiffel. Een fraai versierd bouwwerk waardoor schepen op het Canal latéral à la Loire makkelijk de ondiepe Loire konden oversteken, om vervolgens aan de andere kant door te varen. Via een smal pad fietsen we de kanaalbrug over; een aparte ervaring als je naast een kanaal over een rivier heen fietst. Ook met het besef dat een stuurfoutje je makkelijk een nat pak kan opleveren.

Verder langs het kanaal

De kanaalbrug betekent ook het afscheid van de Loire. Het kanaal van Briare neemt het stokje over. Een dunne blauwe lijn, gemaakt voor smalle schepen, en voorzien van tal van sluisjes. Dit moet het werk geweest zijn van honderden arbeiders die jarenlang met een simpele schop grond hebben verplaatst. De ontwerpers van deze waterweg waren zelfs zo slim dat ze het kanaal omhoog konden laten lopen, zonder dat de zaak droogviel. Dit met behulp van de sluizen en water van andere rivieren dat hogerop het kanaal instroomde.

Een hartelijk welkom in Maison Prodigieuse, een mooie break tijdens het fietsen over de Scandibérique

Bij een van de voormalige sluiswachtershuisjes komen we bij met koffie en een salade. We zijn in Maison Prodigieuse (Wonderbaarlijk Huis), een paradijsje geschapen door Hélène en Laurent Cruel. Twee creatieve geesten die elkaar ooit hadden ontmoet tijdens een clowncursus en een achtergrond hebben in de theaterwereld. Ze werden verliefd op het huisje en het plaatsje Montbouy, en besloten hun eigen bubble langs het kanaal te creëren.

Binnenin is hun mini-boekhandel/bieb gevestigd, vol met romans en ook kinderboeken, sommige voorzien van tekeningen van Hélène. En het laatste lokale nieuws verneem je in hun Gazette de la Maison Prodigieuse, waarvan de laatste editie altijd wel op een van de tafeltjes ligt. Ik noteer weer een must-do voor wie de Scandibérique gaat fietsen; de koffie smaakt er goed en het is simpelweg heerlijk toeven in de tuin van Prodigieuse, op slechts een paar meter van het kanaal.

Montargis, het 'Venetië van de Gâtinais

Montargis

Zoals altijd komen fietstochten aan hun eind. Montargis is onze laatste halte op de Scandibérique, voordat we het laatste stukje naar het treinstation in Dordives fietsen. 127 bruggen vind je in het stadje, waarmee je een wir-war aan kanaaltjes kunt oversteken. Het heeft Montagnis de naam ‘het Venetië van de Gâtinais’ opgeleverd, al is er toch nog wel een flink verschil met het echte Venetië. In Mazet, een winkel in het hart van de stad, proeven we overheerlijke pralines die al ruim honderd jaar door de Mazet-firma worden gemaakt. Het is een mooie afsluiting van vier dagen fietsen als god in Midden-Frankrijk.

Info Scandibérique / Loire-vallei:

De route
Meer info over het Franse deel (1700 km) van de EuroVelo 3 is te vinden op de website van de route.

Orléans
Deze levendige stad aan de Loire is zeker een bezoek waard. Op de Place du Martroi staat een ruiterstandbeeld van Jeanne d’Arc en kun je de Cathédrale Sainte-Croix uit het jaar 1278 bezoeken. Info: Tourisme-orleansmetropole.com.

Musée de la Faïencerie Gien
La Faïencerie de Gien werd opgericht in 1821 en beschikt sinds enkele jaren over een eigen museum: Gien.com.

Musée de la Marine de Loire
De plek om meer te weten te komen over de geschiedenis van de rivier en de scheepvaart: Musee-marinedeloire.fr.

Musée des 2 Marines et du Pont-Canal
In Briare kom je hier meer te weten over de Loire, de kanaalbrug en de bijbehorende kanalen: Musee-2-marines.com.

Kasteel van Sully-sur-Loire
Prachtig kasteel om in rond te dwalen, uiteraard met een lange historie: Chateausully.fr.

Maison Prodigieuse
Een mooie stop voor fietsers langs het kanaal van Briare. Muffins, koffie en salade zijn er voorradig en je kunt er een mini-boekhandel/bieb bezoeken: Lamaisonprodigieuse.fr.

Les Tanneries
Liefhebbers van moderne kunst kunnen hier de (tijdelijke) tentoonstellingen bekijken. Daarnaast is er een grote beeldentuin: Lestanneries.fr.

Val-de-Loire
Voor algemene toeristische informatie over de Loire-vallei, zie Valdeloire-france.com.