Terug naar resultaten

Uitzicht richting Eupen; niets te zien dan bomen en bossen

Tekst en beeld: Stefan Maas

Ruim 100 km hiken door bossen, weilanden en uitgestrekte veengronden op ‘het dak’ van België. De Venntrilogie in Oost-België heeft alles in zich om een nieuwe wandelklassieker te worden.

De start van de Venntrilogie, of het einde daarvan, is iconisch. We staan op het Drielandenpunt, op de top van de 323 meter hoge Vaalserberg. Een toeristische hotspot, moeilijk bereikbaar met het ov, en nu in de vroege ochtenduren vrijwel verlaten. Hoewel. Twee pubers op een brommertje komen aansjezen en duiken een anoniem paadje in. Vreemd. Even later arriveert een politiewagen met twee agenten die ons vragend aankijken. Hebben we twee gasten op een brommer gezien?

Overduidelijk een achtervolging, maar we zijn hier niet naartoe gereisd voor een aflevering ‘Flikken Vaals’. Even later slaan we een pad in dat het merkteken van de Venntrilogie aangeeft. De eerste meters van een 109 km-lange tocht. En we hebben geluk. Het is een jubelende mei-ochtend, met donkerblauwe luchten en tientallen tinten fris groen om ons heen. De gerevitaliseerde natuur viert feest; alles groeit en bloeit, roept, fluit of wat dan ook.

Via een doorkijkje door het gebladerte kijken we naar het zuiden, richting Eupen. Het is alsof we ergens in een wildernis staan, en niet op de grens van drie dichtbevolkte landen. We zien alleen maar bomen en het massief van de Hoge Venen in de verte, waar we over twee dagen zelf doorheen zullen trekken. Gedurende de hele tocht zullen we drie verschillende geologische regio’s doorkruisen: het noordelijke deel met heuvels, bossen en weilanden, het plateau van de Hoge Venen in het midden en de zuidelijke venen. Vandaar ook de naam ‘Venntrilogie’.

Wandelaar in de bossen ten zuiden van het Drielandenpunt

Oostkantons in België

We lopen ook door een heel merkwaardig gebied: de Oostkantons van België. Nu zijn de Waals-Vlaamse taalgrenzen al verwarrend, maar in het oosten van België komt daar dus nog een derde taalgrens bij: de Duitstalige. Dat laatste is een gevolg van de Eerste Wereldoorlog. België lijfde na afloop daarvan enkele gebieden langs de grens met Duitsland in. Twee kantons van de Oostkantons zijn Duitstalig – Eupen en Sankt Vith – de derde – Malmedy – is overwegend Franstalig. Goed beschouwd weet je niet in welke taal je een tegenligger op de Venntrilogie moet aanspreken: Nederlands, Frans of Duits? Alles komt in de grensstreek bij elkaar en loopt door elkaar heen; het is een soep van verschillende talen en culturen.

En om alles nog merkwaardiger te maken, lopen we ook over het grondgebied van de voormalige quasi-dwergstaat Neutraal Moresnet (1816-1919). Nederland en Pruisen konden het niet eens worden over het eigenaarschap van een waardevolle zinkmijn, waarna op het Congres van Wenen werd besloten dat een gebied van amper 3,5 km² een neutraal territorium werd, bestuurd door twee commissarissen en een burgemeester. En dat nanostaatje deed er alles aan om op een echt land te lijken: het had een eigen vlag, eigen postzegels, een eigen taal – het Esperanto – en een eigen hoofdstad: Kelmis. Uiteindelijk bleek dit experiment niet levensvatbaar. Na de Eerste Wereldoorlog werd Moresnet van de kaart geveegd en bij België gevoegd.

Wandelaar loopt door een weiland

Speels landschap

De Venntrilogie leidt ons om de ex-Moresnet-hoofdstad heen. Het landschap is speels; paadjes die door bossen en weilanden vol gras en paardenbloemen slingeren, en die over heuveltjes lopen met af en toe een fraai uitzicht over de omgeving. Asfalt krijgen we nauwelijks onder onze schoenen, onverharde grond des te meer. En het wordt steeds drukker op de paden. België viert een nationale feestdag en veel Belgen trekken de wandelschoenen aan, om de zon weer op het gezicht te kunnen voelen na de lange winter. Diezelfde zon zorgt ervoor dat onze drinkflessen verdacht snel leegraken, terwijl we hier langs de route geen cafés of supers hoeven te verwachten. Bovendien zijn de supers vandaag veelal dicht vanwege die nationale feestdag. Een gezinnetje dat buiten zit helpt ons uit de brand: we krijgen een 1,5-literfles met koel water, genoeg om het einde van deze etappe te halen.

Draaipoortjes-wandelaars

Na Kelmis begint het ons op te vallen: de vele metalen draaipoortjes. In Nederland kom je ze niet zo vaak tegen, maar bij de boeren hier zijn ze populair. Ze geven vaak krakend en piepend toegang tot een volgend weiland. En ze bieden ook niet zo heel veel ruimte om te passeren, voor wie een behoorlijke omvang heeft. We beginnen de poortjes te tellen, maar raken ergens na tien de tel kwijt. Via tal van die draaideuren bereiken we het Wortelmuseum, ofwel Mö(h)ren Museum, gevestigd in een transformatorhuisje in Berlotte. Het is zo piepklein dat je de collectie alleen door een raam kunt bekijken. Een curiositeit pur sang, met dank aan de Möhren Zucht Verein, ofwel de lokale wortelvereniging.

Bij het passeren van de grens van het Parc naturel des Hautes-Fagnes-Eifel is het gedaan met de draaipoortjes en de weilanden. Hier beginnen de uitgestrekte bossen van de Hoge Venen, die doorlopen tot ver over de Duitse grens. En Eupen, de belangrijkste stad van de Oostkantons en de Poort tot de Hoge Venen, is niet ver meer. Een paar uur later trekken we die plaats binnen, waar de regering en het parlement van de Duitstalige Gemeenschap in België zijn gevestigd. Inderdaad, na de regeringen van Vlaanderen en Wallonië, bevindt zich hier de derde regering van België…

Eupen

Eupen is ook een stad om even bij te komen. Een Venntrilogiehiker vindt er alles wat hij of zij nodig heeft. Je kunt er een pizza eten op een terrasje, de trein of bus nemen, cash pinnen bij de banken of je uitleven in de supers. En Eupen beschikt over een moderne jeugdherberg, ofwel Gîte d’Étape Eupen, direct langs de Venntrilogie-route. De centrale jeugdherbergkoelkast biedt speciaalbiertjes, terwijl je op het terras een fraai uitzicht over de omgeving hebt. Wat wil een wandelaar nog meer?

Twee wandelaars lopen over vlonders op de Hoge Venen

Een omgedraaide koninginne-etappe

In Eupen besluit ik ook om de derde etappe van de Venntrilogie, van Eupen naar Signal de Botrange, om te draaien. Het is de koninginne-etappe naar het hoogste punt van België (694 m), een route dwars over de Hoge Venen, maar de weerman voorspelt onweer in de loop van de middag. En als de bliksemschichten door de lucht vliegen, kun je beter in de buurt zijn van de bossen bij het lager gelegen Eupen, dan op het plateau van de Hoge Venen, waar je nauwelijks beschutting kunt vinden.

De snelbus vanuit Eupen doet de volgende ochtend haar naam veel te veel eer aan. Ondanks het drukken op de stopknop rijdt de chauffeur door en trapt pas een kleine kilometer na Signal de Botrange op de rem. Dat begint dus al goed. Maar eenmaal weer terug op het hoogste punt van België, gumt het uitzicht die ervaring uit. Met wat zon en blauwe luchten lijken de Hoge Venen wel op een Afrikaanse savanne. Een natte savanne weliswaar, met tal van houten vlonders om te voorkomen dat je wegzakt in het veen. Het routeboekje waarschuwt dan ook: één verkeerde stap, en je loopt de rest van de dag met drijfnatte sokken.

Na enkele kilometers ben ik verlost van de dagjeswandelaars die met de auto zijn gekomen, en zwerf ik vrijwel alleen rond over die houten vlonders. Dit veenlandschap, met deze uitzichten, dat is de reden waarom toeristen naar Oost-België komen afzakken en foto’s maken. Op de Hoge Venen ontmoet ik de Hellerivier, die hier ontspringt en mijn metgezel is bij de tocht naar Eupen. Vele kilometers loop ik naar beneden bij het gefluister van het stroompje. Zoals voorspeld barst het onweer los; een gordijn van regen daalt op me neer. Mijn schoenen zijn waterdicht, maar het water loopt er vanaf boven gewoon in. Ik ben veilig op de vlonders gebleven, maar zal deze tocht toch eindigen met drijfnatte sokken.

De Kathedraal van Malmedy, te zien vanaf een stenen brug

Volgende halte: Malmedy

De volgende dag zijn we alweer terug in Signal de Botrange: de etappe van Botrange naar Malmedy staat op het menu. We trekken verder de bosgebieden in van het natuurpark; brede en smalle bospaden, boomwortelpaadjes langs riviertjes, halfverharde paadjes. De bossen lijken eindeloos door te lopen, cafés of restaurants komen we niet tegen en we spotten maar enkele wandelaars. De bewoonde wereld lijkt hier ver weg. Tot na het passeren van een bike park Malmedy zich aandient, een stad met een overwegend Franstalige gemeenschap.

De meeste plaatsnamen in Oost-België zeggen me weinig, maar bij Malmedy is dat natuurlijk anders. Tijdens de Slag om de Ardennen in 1944-45 vond bij Malmedy een bloedbad plaats; SS’ers schoten hier 84 ongewapende Amerikaanse soldaten dood nadat die zich hadden overgegeven. Daarnaast werd een deel van de stad platgebombardeerd of beschadigd. Malmedy is de oorlog niet vergeten: er zijn allerlei herdenkingsroutes en de stad staat tegenwoordig symbool voor de zware strijd in de Ardennen.

Kasteel Reinhardstein te midden van de bossen

Kasteel Reinhardstein

Via een kruisweg met 14 staties op een steile heuvel verlaten we Malmedy de volgende dag weer. We bereiken de vallei van de rivier de Warche en zien tussen de bomen de contouren opdoemen van het 14e-eeuwse kasteel Reinhardstein, dat over de rivier uitkijkt. Reinhardstein is uniek: het is het oudste en hoogst gelegen kasteel van België. Ooit was het eigendom van de Metternich-familie, daarna ging het over in handen van diverse andere machtige families.

Maar het is een klein wonder dat we Reinhardstein nog in al zijn glorie kunnen zien. In de jaren 60 van de vorige eeuw was het weinig meer dan een ruïne in het bos. De redder van Reinhardstein was een professor uit Brussel die het kasteel tijdens een wandeltocht toevallig ontdekte: Jean Overloop. Hij liet het kasteel restaureren door lokale vakmannen en bracht er ook zijn collectie kunstvoorwerpen onder. Verbazingwekkend waar een wandeltocht allemaal toe kan leiden.

Het eindspel van de trilogie

Al heel snel na het kasteel bereiken we de stuwdam van Robertville, daarna is er alleen nog maar een makkelijke, vlakke etappe langs de Warche naar Bütgenbach. Een bus zal ons later vanaf Bütgenbach weer terugbrengen naar Eupen, en vanaf daar gaat het met de trein verder naar Nederland. We hebben zes dagen lang genoten van deze tocht. De jury van de Wandelroute van het Jaar had gelijk: de Venntrilogie is een geweldige wandelroute die de eretitel ‘beste route van de Benelux’ verdient.


Presentatie Venntrilogie

Info Venntrilogie

De Venntrilogie omvat zes etappes en is in totaal 109 km lang. Ze is in beide richtingen bewegwijzerd. Al heel snel na de opening in 2023 ontving ze het keurmerk ‘Leading Quality Trail – Best of Europe’ en werd ze uitgeroepen tot Wandelroute van het Jaar 2024.

Je doorkruist tijdens de tocht drie geologische regio’s in Oost-België: de heuvels met bossen en weilanden in het noorden, de Hoge Venen in het midden en de zuidelijke venen. Elke deel van de trilogie heeft een ander kleurtje voor de bewegwijzering: groen voor noord, grijs voor midden en blauw voor zuid.

Kijk voor accommodaties, gpx-tracks en tips op Ostbelgien.eu/nl/venntrilogie. Via de site is ook de gids te downloaden. In VVV-kantoren in de regio kun je deze gids ook in papieren vorm kopen en de etappes laten afstempelen. Wie een deel van de trilogie heeft afgelegd, komt in aanmerking voor de Venntrilogie-wandelpin (2 euro). En wie de hele route heeft gelopen, mag de finisher-pin ontvangen.

De wandelpinnen van de Venntrilogie
De wandelpinnen van de Venntrilogie met onderaan de finisher-pin.

Terug naar resultaten

Groep wandelaars op de route Pieken van de Balkan Trail
Foto: ©Mathijs Eskes

Voor wie eens buiten de gebaande Europese bergpaden wil wandelen, is de Pieken van de Balkan Trail (Peaks of the Balkans) een prachtige kandidaat.

Tijdens deze 190 km lange lusroute ontdek je de ongerepte schoonheid van de Vervloekte Bergen, een gebied waar Albanië, Kosovo en Montenegro elkaar raken. De trail voert je in 10 tot 12 dagen door een wereld van imposante bergtoppen, stille alpenweiden en gastvrije bergdorpen.

Onderweg steek je eeuwenoude herderspaden en grenspassen over, terwijl je overnacht bij lokale families of in guesthouses en berghutten. De Pieken van de Balkan Trail is een project geïnitieerd door de Duitse ontwikkelingsorganisatie GIZ om duurzaam toerisme te stimuleren.

Lees de Hicle-blog van Mathijs Eskes om meer te weten over deze trail!

Terug naar resultaten

Fietsen in Klein-Polen, dat is de Velo Malopolska
Tekst en beeld Nick Roodenburg

Polen zit in een groeispurt als het gaat om de ontwikkeling van fietsroutes. De lancering van het 2.000 kilometer tellende Green Velo-netwerk enkele jaren geleden, bleek het startsein van een landelijk fietsoffensief. Nieuwste loot aan de stam is de Velo Malopolska in de zuidelijke regio Malopolska, ook wel bekend als Klein-Polen.

Net als de Green Velo zou je de Velo Malopolska kunnen bestempelen als een prestigieus project. Met bijna 1.000 kilometer aan gemarkeerde fietspaden verdeeld over 8 verschillende routes, vormt het ‘s lands grootste fietsnetwerk binnen één provincie. Hoewel enkele routes nog in aanbouw zijn, is dat beslist geen reden om een fietsvakantie naar deze veelzijdige toeristische regio uit te stellen; je kunt al zo honderden kilometers aaneensluitend afleggen. Rome is tenslotte ook niet in één dag gebouwd.

Fietsen in Krakau

Datzelfde geldt voor Krakau, de hoofdstad van Klein-Polen en tevens het startpunt van onze reis. Onderweg van de luchthaven naar het centrum legt onze taxichauffeur uit hoe Krakau langzaamaan transformeert naar een gebied waarin niet automobilisten, maar fietsers centraal staan. Zo zorgt de aanleg van fietspaden voor de versmalling van brede toegangswegen, en is een groot deel van de binnenstad zelfs al autovrij. Met andere woorden: er wordt geknaagd aan het werkterrein van de chauffeur en daar heeft hij moeite mee. We luisteren aandachtig naar zijn relaas en tonen begrip voor de situatie, maar wat ons betreft is het een uitstekend initiatief vanuit de lokale overheid.

Terrasjes en flanerende mensen op de Grote Markt in Krakau, een van de pleisterplaatsen langs de Velo Malopolska

Grote Markt

Na aankomst bij het hotel hijsen we onszelf in de fietszadels en zetten we koers naar de oude binnenstad. Al gauw naderen we de Grote Markt, een gigantisch plein waar van alles te zien en te beleven valt. Het staat symbool voor de gezellige en ongedwongen sfeer die in de stad voelbaar is. Drommen mensen schuiven langs souvenirkraampjes, levende standbeelden, en markante bouwwerken die een belangrijke rol vervulden in het rijke handelsverleden van Krakau. De muziek afkomstig van straatartiesten en omringende bars en restaurants, overstemt het klokkenspel van de stadhuistoren die hoog boven de prominente lakenhallen uitsteekt. Tijd om de fietsen te parkeren en het plein nader te ontdekken.

Joodse wijk

Uiteraard heeft Krakau niet alleen voorspoed gekend. De stad is in tegenstelling tot veel andere Poolse steden weliswaar een bombardement in de Tweede Wereldoorlog bespaard gebleven, maar de nazi’s hebben met name in de joodse wijk Kazimierz ernstig menselijk leed veroorzaakt. Tienduizenden wijkbewoners werden verbannen naar een volledig ommuurde joodse getto in de nabijgelegen wijk Podgórze. Velen werden vervolgens afgevoerd naar nazikampen of ter plekke geëxecuteerd.

Lang duurde het voordat Kazimierz deze gruwelijke daad te boven kwam met armoede, delinquentie en verpaupering als gevolg. Totdat de befaamde film Schindler’s List van regisseur Steven Spielberg in de jaren 90 de wijk wereldwijd op de kaart zette. Vandaag de dag zijn de sporen van de holocaust in Kazimierz nog duidelijk zichtbaar. Tegelijkertijd heeft het zich ontwikkeld tot een hippe, jonge en artistieke buurt die leeft als nooit tevoren. Een groter contrast kun je je haast niet voorstellen.

Vanuit Kazimierz dalen we af naar de oever van de Wisła-rivier. Op de kilometerslange boulevard wemelt het van de hardlopers, wandelaars en fietsers. Dagjesmensen rollen picknickkleden uit over de met gras bezaaide dijken die flauw aflopen. Op een zonnige weekenddag is het hier goed toeven. Een opvallende verschijning die ons regelmatig passeert, is de limoenkleurige elektrisch aangedreven deelstep. Niet alleen toeristen, maar ook lokale mensen maken er veelvuldig gebruik van. Dat de opmars van de (elektrische) tweewieler ook aan Krakau niet voorbij is gegaan, doet ons deugd.

ballonvaart boven het Czorsztyńskie-meer

Te land, ter zee en in de lucht

De volgende morgen ontmoeten we gids Jarek Tarański, een van de initiatiefnemers van de Velo Malopolska en tevens een gepassioneerd fietser. Naar zijn zeggen ligt het bewijs daarvan in zijn eigen schuur; met wel vijf verschillende soorten rijwielen overtreft hij de gemiddelde Nederlandse fietsbezitter.

We ruilen het stadsgeraas in voor een bergachtig gebied, dat in het koude jaargetijde populair is bij wintersporters. Maar wanneer het kwik begint te stijgen, is het stuivertjewisselen geblazen. Fietsers kunnen dan hun hart ophalen rond het Czorsztyńskie-meer, dat vanaf begin 20e eeuw kon gedijen te midden van besneeuwde bergreuzen. Dit rondje is onderdeel van de Velo Dunajec, een van de fietsroutes binnen het netwerk van de Velo Malopolska.

Volledig gevrijwaard van gemotoriseerd verkeer, kun je op dit kronkelende verharde fietspad in alle rust genieten van het natuurschoon. Achter elke bocht schuilt wel een prachtig vergezicht. Zo nu en dan duiken er zeilbootjes op die zijn verankerd in het glinsterende water. Het grootste deel van dit traject gaat ons vrij makkelijk af. Enkel aan de westzijde van het meer moeten we de trappers flink aanduwen om de top van een heuvel te bereiken. Na zo’n 30 kilometer besluiten we de etappe af te snijden door met een veerbootje het meer over te steken.

Alsof dat nog niet genoeg mooie kiekjes heeft opgeleverd, bekijken we het circuit opnieuw vanuit een ander perspectief. Een ballonvaart boven het meer is het slotstuk van een onvergetelijke dag.

Geen biertap, maar heilzaam bronwater in In het stadje Krynica

Heilzaam bronwater

We vervolgen onze weg op de Velo Natura, een ander traject binnen het omvangrijke Velo Malopolska-routeweb. In het stadje Krynica stoppen we bij een houten constructie op een plein dat wat verscholen tussen het groen ligt. De tap waar je bij binnenkomst recht op afloopt, doet vermoeden dat we in een bar zijn beland die diverse onbekende Poolse bieren serveert. Niets is minder waar. Het is een van de vele tappunten in dit gebied voor natuurlijk bronwater, dat naar verluidt een heilzame werking heeft. Er zijn verschillende smaken beschikbaar, de een nog zouter dan de ander. Je moet er maar van houden.

In het plaatsje Muszyna belanden we op de EuroVelo 11-route, die deels samenloopt met de Velo Natura. De route slingert om de Poprad-rivier, die een natuurlijke grens vormt met Slowakije. Zonder dat je het doorhebt, rijd je bijwijlen plots in het zuidelijke buurland van Polen. Het overwegend verharde fietspad leidt ons verder dwars door bosrijke gebieden en kneuterige plattelandsdorpjes. De omringende bergen bevinden zich continu binnen ons gezichtsveld, maar de uitdagende hoogtemeters blijven uit. Daar prijzen we ons dan ook gelukkig mee bij het naderen van de eindstreep in Rytro.

Marek bij zijn wijngaard in Zagrabie in Rybna

Wijngaard

Niet alleen op fietsgebied evolueert Polen. Het clichébeeld van de wodka-slempende Pool kan de prullenbak in. Wijn wint aan populariteit en heeft in het land zijn definitieve doorbraak beleefd. Dat zijn althans de woorden van Marek. Samen met zijn partner Marta runt hij wijnmakerij Zagrabie in Rybna, een dorp niet ver van Krakau. Geïnspireerd door twee Hollywoodfilms die zich hoofdzakelijk afspelen in een wijngaard, jaagden Marek en Marta in 2009 hun droom na. Wat destijds begon als een hobby, is uitgegroeid tot een serieuze wijnboerderij die inmiddels een oppervlakte van 1,5 hectare beslaat.

proeverij bij wijnmakerij Zagrabie in Rybna

Proeverij

Het gastvrije koppel heeft na een interessante rondleiding over de wijngaard nog een verrassing voor ons in petto. Te midden van de wijnranken strijken we neer op de veranda van een huisje dat tamelijk nieuw oogt. Een gedekte tafel vol met wijnflessen en lokale lekkernijen trekt direct onze aandacht. “Bij een bezoek aan een wijnboer, kan een proeverij natuurlijk niet ontbreken”, luidt de stellige uitspraak van Marek. Daar kunnen we alleen maar mee instemmen.

Nog geen 20 meter verderop ligt een uitgedoofd kampvuur omringd door boomstammen die dienen als zitplaats. Alles is erop gericht om op termijn een intieme rustplaats te creëren voor fietsers die op weg zijn naar hun volgende bestemming. Voor ons is dat helaas de luchthaven van Krakau. Niet alleen de wijnen van Marek en Marta, maar ook de talrijke fietsmogelijkheden in Klein-Polen, hebben ons zeer aangenaam verrast.

Info Velo Malopolska


Algemeen

Pools Verkeersbureau: www.polen.travel
Regio Malopolska (Klein-Polen): visitmalopolska.pl
Kraków Travel: www.krakow.travel
Fietsmogelijkheden Klein Polen: narowery.visitmalopolska – VisitMalopolska

Verblijf
PURO Kazimierz in Krakau: purohotel.pl
Hotel Pod Wulkanem in Kluszkowce: www.podwulkanem.pl

Terug naar resultaten

Uitzicht over Barcelona vanaf de Tibidado
Tekst Joost Vermeulen beeld Rénie van der Putte

Ook in en bij Barcelona kun je mooi wandelen over onverharde wegen, ontdekte Joost Vermeulen bij zijn bezoek aan de Catalaanse stad.

De prachtige boulevard, de waanzinnige, nog steeds in aanbouw zijnde sprookjeskathedraal, de tot winkelcentrum omgebouwde stierenvechtersarena met zijn gigantische dakterras, het museum van Miro; het zijn de overbekende iconen van de drukst bezochte stad van Spanje.

Barcelona behoort ook onder Nederlandse toeristen tot de meest favoriete bestemmingen. En zoals bij vrijwel alle ‘stedentrips’, staan museumbezoeken, een stadswandeling, eten en drinken en winkelen bij de meeste bezoekers aan Barcelona op hun to-dolijst.

Er zullen echter maar weinig mensen zijn die bij Barcelona aan wandelingen over onverharde wegen denken. Toch is deze stad ook voor echte wandelaars er eentje met vele mogelijkheden. En niet alleen als uitvalsbasis voor fraaie tochten in de Catalaanse bergen, maar ook voor een paar prachtige wandelingen aan de rand van de stad.

De meest in het oog springende daarvan is de wandeling langs de randen van de Tibidabo, de berg die in een halve cirkel de stad omsluit.

Uitzicht op Barcelona
Foto ©Rénie van der Putte

Een echt uitje

Voor heel veel Barcelonezen is een tochtje naar de top van deze berg een geliefd zondagsuitje. Met de kabelbaan omhoog tot aan de top. Daar ligt aan de voet van een spuuglelijke kerk – van beneden ziet hij er aantrekkelijk uit, maar van dichtbij is het echt een lelijk half betonnen misbaksel –, een ouderwets pretpark met draai- en zweefmolens en een enorme botsautobaan.

Wie komt om te wandelen begint echter twee etages lager bij het eindpunt van de metrohalte (L7) op de Avenu Tibidabo. De dagjesmensen op weg naar vertier nemen vanaf hier het (behoorlijk prijzige) rammelende blauwe trammetje naar het beginpunt van de kabelbaan. De wandelaar loopt de brede boulevard met aan weerszijden grote villa’s op in de richting van de berg. Eerst kruis je de rondweg waarna je de weg nog een stukje volgt naar links. Na een paar honderd meter ligt er aan je rechterhand een klein park. Daar staat ook een handwijzer met de tekst: ‘funicular Tibidabo’. Ga dit park in en volg de bordjes omhoog totdat je boven bent op de Plaça Doctor Andreu.

Wie de afslag naar het park mist, kan ook de weg blijven volgen, die komt met wat bochten ook boven uit. Op de Plaça Doctor Andreu is het even uitkijken. Loop naar het witte gebouw van de kabelbaan en dan vlak voor het pand langs naar links een wandelpad licht omhoog nemen. Volg het wandelpad een klein stukje en ga dan rechtsaf, je volgt de gele markering.

Routepaal langs de Passeig les Aigues
Foto ©Rénie van der Putte

Over de Passeig les Aigües

Het pad naar rechts stijgt snel en komt uiteindelijk uit op een brede zandweg. Dit is het begin van de Passeig les Aigües. Sla links af en volg dit brede wandelpad 9 kilometer lang. Steeds ongeveer op dezelfde hoogte blijvend wandel je met een brede boog om de hele stad heen en daarbij heb je voortdurend een prachtig uitzicht.

Omdat je met een boog loopt, verandert dit uitzicht ook telkens. Eerst kijk je vooral uit over het noordoosten van de stad, later over het zuiden. Eerst bepalen de kathedraal van Sagrada familia en de enorme daarachter gelegen fallische toren (Tori Akbar) het beeld. Verder op kijk je vooral uit op de heuvel van Montjuic, met daarop het grote barokke, Catalaanse museum en nog weer later domineert het kolossale Camp Nou stadion van FC Barcelona het netvlies.

De Passeig les Aigües was oorspronkelijk een waterkanaal dat langs de bergrug liep en waarvandaan op gezette plekken aftakkingen het water naar de beneden gelegen stad voerde. Het kanaal is begin vorige eeuw al in onbruik geraakt. Eind jaren tachtig is een begin gemaakt met het omzetten in een wandelweg.

Die is dus nu klaar. Zij het dat het einde nog wat abrupt is. In de toekomst zou het pad voorbij het punt met de drie cipressen (Mirador de Xiprers) met een boog moeten afdalen om in de omgeving van het academische ziekenhuis in de stad uit te komen.

Cactus langs het pad bij Barcelona
Cactus langs het pad Foto ©Rénie van der Putte

Afdalen naar het centrum Barcelona

Helaas is er nog onenigheid tussen de stad en het waterleidingbedrijf (de omgeving van de Tibidabo is nog altijd een belangrijk waterwingebied van de stad Barcelona) waardoor de laatste paar honderd meter nog zijn afgesloten. Je moet dus voortijdig afdalen. Dat kan op een groot aantal plekken. Bijvoorbeeld halverwege waar je een tweede kabelbaan kruist.

Wie echter op een andere plek wil afdalen, moet er rekening mee houden dat op de meeste plekken de afslag wel wordt aangegeven door middel van een bord, maar dat dit tegelijkertijd ook het laatste bord is dat je tegenkomt zodat je feitelijk een weg omlaag moet zoeken. Veel problemen levert dat echter in de praktijk niet op.

De laatste afdaalmogelijkheid is ongeveer een kilometer voor het uitzichtpunt bij de drie cipressen. Deze afslag wordt gemarkeerd door een handwijzer met opschrift ‘Pedralbes’. Volg het smalle pad naar beneden. Er komen na enige tijd afslagen. Probeer zoveel mogelijk rechtdoor te gaan. Uiteindelijk kom je dan uit bij het recreatiepark van Castell de l’Oreneta. Wandel vervolgens langs de dagcamping en de pingpongtafels naar de uitgang en de parkeerplaats. Vandaar gaan er bussen terug de stad in.

Andersom kan ook

Je kunt ook bij het begin van de wandeling langs de Passeig les Aigües in plaats van linksaf rechtsaf slaan. Dan wandel je onder de kabelbaan door en vervolg je weg in noordoostelijke richting. Dit stuk van de oude waterleiding is beduidend korter. Je komt na ongeveer 4 kilometer ter hoogte van La Valle d’Hebron uit tussen de huizen. Daar kun je dan afdalen in de richting van het gelijknamige ziekenhuis,waar de bus stopt.

Tijdens de wandeling langs de Passeig les Aigües kom je op gezette plekken verwijzingen tegen naar andere wandelroutes. Zo wordt er verwezen naar aansluitingen op de GR 6 (Barcelona Monserrat), de GR 96 (Cami Romeu de Monserrat) en de GR 173 (Vallès Natural).

Wandelen in de delta van de Llobregat
Wandelpad langs de Llobregat Foto Rénie van der Putte

Nog meer wandelen rondom Barcelona

Ten slotte, zowel aan de noordkant als aan de zuidkant van de stad zijn er leuke korte wandelingen uitgezet door het stroomgebied van respectievelijk de Besos en de Llobregat.

Vooral de wandeling langs de monding van de Llobregat is voor vogelaars uiterst interessant. Ondanks, of wellicht juist dankzij, de nabijheid van het vliegveld broeden in deze kleine delta tientallen vaak beschermde vogelsoorten. Tijdens de vogeltrek is dit ook een plek waar vele soorten op weg van of naar hun broedgebied een tussenstop maken.