Terug naar resultaten

Sydkustleden

Sydkustleden: de brug tussen Malmö en Oresund
Foto © Apeloga

De derde nationale fietsroute van Zweden is Hicle Holidays’ fietsroute van de maand november. Zoals de naam al aangeeft slingert het 262 kilometer lange traject langs de zuidkust van het land.

De zee is dan ook nooit ver weg op de Sydkustleden. Je fietst door de ‘Zweedse Rivièra’, met mooie zandstranden, leuke badplaatsen met gekleurde strandhuisjes en pittoreske vissersplaatsjes als Borstahusen.

Af en toe stuit je op restanten uit het verleden, zoals de 59 stenen van Ales en Trelloborgen, ooit een oud Vikingfort.

Is de 262 km niet genoeg voor je? Dan kun je verder peddelen over de Sydostleden, die aansluit op de Sydkustleden.

Meer info: Sydostleden-Sydkustleden.se.

Terug naar resultaten

Hombres in La Plata, Colombia
Tekst en foto's Kees Lucassen

Kees Lucassen is een reisjournalist die per fiets en te voet heel wat beleefde. In eigen land en verder weg. Zo ook in Colombia…

“En, voel jij je nu onveilig?” vraagt Tjeerd.
“Geen moment!” reageer ik resoluut.
Reisgenoot Tjeerd en ik zwerven ­– zowel lopend als met het openbaar vervoer −door Colombia. Voor een goed verhaal én om twee fabels door te prikken:
1: Reizen in Colombia is gevaarlijk.
2: In Colombia, het land van de grote verteller Gabriel García Márquez, gebeuren dingen die helemaal niet kunnen.

Inmiddels zijn we in La Plata, een stipje op de kaart, duizend meter hoog aan een hobbelweg die langs huiveringwekkende kloven kronkelt. Hier, in stoffige straten, knipogen schonkige paarden en zingen hombres met 1 hoed en 1 oog. Tussen waar onze bus is gestopt en de fruitvliegrijke markt schotelt een hooggehakte fee ons kip met gebakken banaan voor. Een glimlachende fee, zonder vleugels maar met reebruine ogen, Beyoncébenen, neonroze hotpants en een zuigende baby aan haar linkerborst.
“Is er een hotel in La Plata?” vraagt Tjeerd.
“Jazeker señor. In Carrera 4, hier om de hoek,” kraait de baby.
Helaas, het hotel blijkt completo. Maar aan de overkant van de straat knippert ‘Hotel Noches Plateñas’ en daar is nog plek. “Uit Hollanda?” kirt de receptionist, een nichterige trol met een sikje. “Ah, Amsterdam, de Stad der Godenzonen”, overact hij, zoals een slecht actrice doet. Prompt knalt de spaarlamp boven ons in duizend stukjes en staan we in het pikkedonker.
“In het duister beleef je zoveel meer”, giechelt Sikkemans.
“Nu voel ik me toch wel wat onveilig”, fluistert Tjeerd.

De volgende ochtend rijden we per collectivo (verzameltaxi) naar Tierradentro. Maar voor we daar zijn, stapt al in La Plata een kaboutervrouwtje in. Luz-Amalia Peña: 1,3 meter groot en uitbundig ratelend, terwijl de collectivo grommend over een puinpad langs een brulrivier door de montañas jakkert. “In Tierradentro tegenover El Refugio, dat is een tophotel met zwembad, staat mijn huisje. Zonder zwembad, maar daar kunt u ook slapen. Kijk maar of u het iets vindt. Zo niet, even goede vrienden, okay?”
In de Tierradentro-vallei zien we huizen van leem en bamboe, met daken van stro, half verstopt tussen paarse bougainville en rode flamboyants. Pal voor El Refugio stappen we uit. Wit hotel, groen gazon, blauw zwembad. “Kom!” gebaart Luz-Amalia. Aan de andere kant van de weg staat haar huisje: Posada Fliar. In de bontgebloemde tuin piepen en kakelen kalkoenen, kaketoes en ara´s. Terwijl een eekhoorn op mijn schouder klautert, tel ik vier raampjes en een deur, en daaruit stapt een aardmannetje. “Fabian, mijn man”, zegt Luz-Amalia. Fabian toont ons een kraakhelder kamertje met twee opgemaakte bedden. “24.000 pesos per nacht, met eten.” Nog geen 10 euro. “Gusto café?” vraagt Luz-Amalia. We knikken ja en zetten onze tassen in het kamertje.

Luz-Amalia voor haar huisje

Na de koffie wandelen we door werelderfgoed: de grafkamers van Tierradentro. In deze vallei, ver van de rest van de wereld, gapen gaten in de rotsbodem. Met uitgehakte wenteltrappen naar, acht meter diep, catacomben met zuilen, tombes en muren vol tekeningen. Reptielen, kometen, gezichten en geometrische figuren, gemaakt in de zesde eeuw, zo denken de geleerden. “Maar waarom en door wie, dat is nog een raadsel”, fluistert Princesa, de enige andere bezoeker vandaag, met wie ik zo’n donkere grafkamer bewonder. Princesa komt uit Cali, de stad van de mooiste vrouwen. Als haar zaklamp staakt, grijpt ze mijn hand vast.
Denkend aan wat de hoteltrol in La Plata giechelde, schuif ik het doorprikken van fabel 2 op de lange baan.

Terug naar resultaten

Waterliniepad

Fort Uitenmeer langs het Waterliniepad

Hicle kiest dit keer voor een wandelroute die, bij wijze van spreken, zo door de eigen achtertuin loopt. Het Waterliniepad (350 km) staat bol van de Nederlandse historie en loopt langs de voormalige verdedigingslinies van de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Beide linies stonden de afgelopen jaren volop in de belangstelling omdat ze gezamenlijk voorgedragen waren voor UNESCO Werelderfgoed. De Stelling van Amsterdam had die status al verworven, maar Nederland wilde dit graag uitbreiden met de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Samen vormen ze nu een UNESCO Werelderfgoed onder de titel ‘Hollandse Waterlinies’. Ook zijn de voormalige wandelroutes langs beide linies zijn samengevoegd tot het nieuwe Waterliniepad.

Water als bondgenoot

‘De vele forten, bunkers, sluizen en kanalen vertellen het verhaal van water als bondgenoot bij de verdediging van Nederland’, liet routebeheerder Wandelnet weten bij de lancering van het pad. ‘De forten waren jarenlang gesloten voor publiek, maar hebben nu de deuren geopend. Wandelaars zijn welkom bij veel van de 95 forten voor een drankje, hapje of een overnachting.’

Het Waterliniepad begint in Volendam en eindigt in Dordrecht. Je passeert tal van aantrekkelijke stadjes als Weesp, Naarden, Nieuwersluis, Culemborg en Gorinchem en kunt onderweg genieten van typisch Hollandse vergezichten.

Meer info: Wandelnet.nl.

Terug naar resultaten

Bikepacken in Zuid-Finland
Tekst en foto's Stefan Maas

Finland, wat weten we ervan? Veel bossen en veel, heel veel meren? Dat is maar een deel van het verhaal. Sinds 2022 liggen er ook mooie gravelfietsroutes te wachten in ‘Suomi’.

Met een bevolking van slechts circa 5,5 miljoen personen heeft Finland in ieder geval geen gebrek aan één ding: ruimte. Als je alle Finnen gelijkmatig over het oppervlak van het land zou verspreiden, zouden er 16 mensen op elke vierkante kilometer wonen. Dat lijkt misschien nog redelijk wat, maar in Nederland is het werkelijk dringen geblazen met 412 personen op zo’n oppervlak. Als er dan ook nog voldoende ‘stille’ wegen voorhanden zijn waar fietsers ontspannen over kunnen peddelen, moet het wel een fietswalhalla zijn.

En die gravelwegen zijn er in overvloed, zo bleek op de 2021-editie van de International Bicycling Tourism Conference (IBTC). De totale lengte aan gravelwegen beslaat zo’n 100.000 km, nog afgezien van alle paden en boswegen die geen verhard oppervlak hebben. Bij het Finse Centrum voor Fietstourisme, ofwel Pyörämatkailukeskus, ontstond de gedachte om meer met dat gravel te gaan doen. Bikepacken is ‘hot’ momenteel in fietsland, en al die bikepackers rijden graag over avontuurlijke gravelpaadjes in plaats van gladgeschoren asfalt.

South by Cycle

In 2022 komt South by Cycle gereed, een netwerk van zo’n 1.000 km aan bikepackingtrails, afgewisseld met wat asfalt. De champagne kan in de bidons worden gegoten: een nieuwe fietsroute is geboren. Reden genoeg ook om mijn reisfiets uit de schuur te halen voor een tourtje in het Hoge Noorden. Een mountainbike is daarvoor niet nodig, kreeg ik te horen van de projectorganisatie. Zeker in het oostelijke deel van de route was het ‘easy going’. En banden van 2.0 zijn prima geschikt voor de rit. Zelfs met 35 mm gravelbandjes was het goed te doen.

Easy going

Mijn raadgevers hebben gelijk, ondervind ik al snel. Het is easy going. Geen geklots over grote stenen en door diepe putten, maar trappen over goed onderhouden gravelwegen. Het internationale vliegveld bij Vantaa, even boven Helsinki, ligt al snel kilometers achter me. Maar er is iets mis. Uit gewoonte, omdat mijn vorige gps-toestel veel routepunten niet aankon, heb ik de track van het oostelijke routedeel beperkt tot 499 routepunten. Maar dat is niet voldoende om alle kleine weggetjes te kunnen vinden die onderdeel zijn van de trail. Regelmatig raak ik uit koers en probeer dan ergens anders de track weer op te pikken, mezelf vervloekend. Wat een stomme beginnersfout.

Min of meer bij toeval beland ik in het zuidelijk deel van Nationaal Park Sipoonkorpi. De routetrack loopt enkele kilometers noordelijker door het park, zie ik in het gps-display. Maar het begint al laat te worden. Ik spot in het park nauwelijks een bruikbaar plekje om een tent op te zetten. Uiteindelijk zet ik hem tegen een veel te steile helling op, tussen bomen die veel te dicht op elkaar staan.

Het is een triest schoolvoorbeeld van een verkeerde kampeerplek. Maar als ik omhoog klim over een aantal grote rotsen, bereik ik op de top een open plek, weg van de meeste muggen, vliegen en ander ongedierte. Uitgezonderd dan de grote bosmieren die hier overal rondkruipen. Hier zet ik ook mijn geel-rode troon neer, mijn comfortabele slaap-zitmatje. Met enkel het geroep van een paar vogels als omgevingsgeluid, het uitzicht over het bos en het genot van een biertje, heb ik opeens een plek die meer beleving biedt dan de meest luxe hotelkamer.

Veel paden van South by Cycle leiden door stille bossen

De Finse sauna

De volgende ochtend probeert de zon door een deken van warme mist heen te branden. Het is 9 uur en het voelt alsof ik in een Finse sauna zit zonder uitgang. De avond ervoor hoefde ik ook al niet in mijn slaapzak te kruipen, zo warm en klam was het. Zuid-Finland kent warme zomers, en dat zullen er door de klimaatopwarming alleen maar meer worden.

Inmiddels komt de track van South by Cycle steeds dichterbij, maar evenredig daarmee begint het pad waarover ik fiets slechter te worden. Uiteindelijk zinken de banden weg in moerassige grond. Het is lopen en duwen geblazen. Dat lopen gaat steeds sneller, want de lokale muggen hebben me ontdekt. Her en der voel ik al wat prikken in de benen. Opgelucht bereik ik uiteindelijk de gravelweg waarover de track loopt en kan ik de muggen definitief achter me laten.

De weg biedt me meteen ook de rust eens goed naar mijn voorvork te kijken. Die lijkt niet goed aan de fiets vast te zitten en onafhankelijk van het frame te bewegen. Zozeer zelfs, dat ik bang ben dat dit fietsavontuur maar een paar dagen gaat duren. Tien minuten verstrijken voordat ik erachter ben dat de hele zaak is verschoven tijdens het vliegtransport. Met een paar klappen en het aandraaien van een schroef kan ik het euvel simpel herstellen. Opnieuw zo’n beginnersfout. Waarom ga je fietsen met een half-losse voorvork?

South by Cycle, picknicken aan een meer

Fun-factor South by Cycle

Het landschap van Zuid-Finland trekt de volgende dagen aan me voorbij. Grote gele korenvelden, wat vlekken bos op de achtergrond. Groepjes tetterende kraanvogels die ergens op een weiland rondlopen. Het zijn schuwe druktemakers die steeds weer ergens opduiken. De weg is redelijk vlak, met af en toe een steil heuveltje. En na een kilometer of 20-25 duikt er altijd wel weer een dorpje op met een supermarkt. De schappen zijn goed gevuld en het aanbod is gevarieerd, al ze zijn de supers vrijwel leeg qua bezoekers.

Maar de grootste fun-factor is toch wel de route. Zo fiets je over een doorgaande asfaltweg, even later rij je in een bos over een tweesporentrack. Wie weet wat de situatie over een kilometer zal zijn? Die afwisseling houdt het brein speels en levendig, in tegenstelling tot de monotone tochten over doorgaande wegen die maar nooit lijken op te houden. De geest zoekt dan afleiding in zinloze gedachtenspinsels. Elk voorwerp dat je ziet langs de weg, kan weer aanleiding zijn om zo’n nieuwe spinsel op te zetten. Een hekwerk, een verlaten schuur, een vogel…

Honderdduizend Meren

En voor mij levert Zuid-Finland ook een onverwachte uitdaging op. Finland is het Land van de Duizend Meren, al zijn het er in werkelijkheid veel meer, namelijk circa 168.000. Ook mag je in de vrije natuur zonder toestemming en volledig legaal voor één nacht je tentje opslaan dankzij het allemansrecht, jokamiehenoikeudet in het Fins. Kamperen langs een meertje zou dus net zo makkelijk moeten zijn als het snuiten van je neus.

Maar in Zuid-Finland moet ik alle zeilen bijzetten om een fatsoenlijk plekje langs het water te bemachtigen. Soms lukt dat, maar vaak ook niet. Te veel landbouwgrond, te veel vakantiehuisjes, te dichte begroeiing. Als alternatief beland ik vaak in een uitgedroogd bos. Of ik kampeer op een heuvel áchter de vakantiehuisjes die direct aan het water staan. Een poging om 480 meter dwars door een bos te lopen om een oever te bereiken, blaas ik halverwege maar af. Te veel gedoe, gestruikel over boomstronken en struiken, achtervolgende insecten etc.

Een prachtig meer bij een steengroeve in Finland
Het verlaten steengroevemeertje, bij toeval ontdekt

Eén keer beland ik bij toeval op het terrein van een steengroeve. Dankzij al het nodige hak- en graafwerk, is daar een prachtig cirkelvormig meer ontstaan, gevuld met regenwater en omringd door grote stenen. Het lijkt wel de Finse versie van Stonehenge. Vanaf de rand is het meer meteen peilloos diep. Ideaal voor de fietskampeerder die een duik wil nemen. Vaag is een paar honderd meter verderop het geluid van een groot voertuig te horen, maar dat geluid komt niet dichterbij. Er is niemand te zien bij het meer, uitgezonderd een hardloopster die ‘s avonds haar hond laat zwemmen. Ze zwaait in de verte en is tien minuten later weer weg.

Kouvola en verder

De stad Kouvola komt in beeld, het begin- of vertrekpunt van het oostelijk deel van South by Cycle. Vandaaruit rij ik naar het westen over een zelf gekozen route, om vervolgens de route van South by Cycle weer op te pikken en zo terug te rijden richting Helsinki en Vantaa. Ondertussen slaat het weer langzaam om. Koelere lucht verdrijft de klamme hitte, de eerste regenwolken kondigen zich aan. Na een uur door de regen fietsen, sta ik opeens klappertandend in een supermarkt. Het is wennen na weken van droogte en 25 C+ temperaturen.

Ik zie Finland ‘op z’n doordeweeks’. Hier zijn geen tourist traps of toeristenmagneten, geen kastelen of pretparken. Ik fiets langs kinderen die met rugzakjes naar school lopen of fietsen, groet een enkele boer die bezig is op het land, en kom in stille dorpjes waar nooit iets lijkt te gebeuren. Het is slow travel op z’n best.

En verrassend genoeg voert dit ‘eigen’ traject me ook over allerlei kleine gravelpaadjes in de streek onder Kisko. Verrassend, want ze zijn niet door mij handmatig geselecteerd, maar uitgekozen door de software van mijn gps-toestel. Heuveltje op, heuveltje af gaat het door de bossen en steeds verschijnt er weer een ander prachtig meertje in beeld.

Brug aan de rand van het Finse Lohja

Lohja en Nuuksio

Het algemene karakter van South by Cycle verandert niet in het westelijke deel. Ik geniet in de buurt van Lohja van de weidse uitzichten over de meren bij die stad. En het Nationaal Park Nuuksio zal me altijd bijblijven door de serie steile klimmetjes die je achter elkaar moet nemen. Het kost wat zweetdruppels, eigenlijk meer dan me lief is, maar dan heb je ook wat. Het is er heerlijk fietsen over bospaden, al kun je een bezoek beter plannen op een doordeweekse dag, want in het weekend is het een populaire wandel- en fietsbestemming. De kampeerzone in Nuuksio laat ik maar links liggen. Ik zie pelotons vrolijke jonge mensen ernaar oprukken, voorzien van matjes en rugzakken.

Een dagje nietsdoen in het bos op slechts een tiental meter van de South by Cycle-trail

Als ik de volgende dag na Nuuksio ook nog op een ‘onberijdbare’ singletrack beland voorzien van een wirwar van gladde boomwortels, besluit ik dat het tijd is voor een dagje nietsdoen. Even later is de tent al opgezet in het bos en luister ik via mijn mp3-spelertje de hele dag naar Finse radiostations die voortdurend Engelstalige hits draaien uit de jaren tachtig en negentig. De smartphone staat overigens vrijwel de hele dag uit om stroom te sparen; 14 dagen lang heb ik geen toegang tot een stopcontact. Opladen doe ik zoveel mogelijk via mijn naafdynamo, gekoppeld aan een usb-aansluiting. Maar ik krijg mijn Nokia zelden volledig opgeladen met alleen fietsen.

Zwart water

Mezelf wassen gaat hier in twee stappen. Eerst spring ik een nabij meertje met helaas vrijwel zwart water, voorzien van allerlei organisch materiaal, om af te koelen. Het resultaat is wel dat er een hoop drab op de huid overblijft. Daarna filter ik water uit dat meertje om mezelf schoon te spoelen. Het is een tijdrovend proces, maar het werkt.

Het einde van South by Cycle nadert nu snel. Bijna tot aan de luchthaven bij Vantaa blijft de route landschappelijk fraai, gravelachtig en gevarieerd. Is South by Cycle easy going? Het westelijke deel schotelt toch heel wat pittige klimmetjes voor. Maar vergeleken met mountainbikeroutes over rotsige singletracks in de bergen, is South by Cycle een speeltuin voor de natuurliefhebbende fietser waarin ik met plezier ronddoolde.

Meer info: Bikeland.fi

Zie ook:

IG: southbycycle
FB: southbycycle


Info South by Cycle

Kamperen in Zuid-Finland
Kamperen in de buurt van een shelter (gebouwtje op de achtergrond) voorzien van bankjes, bbq en compost-wc

Kamperen volgens jokamiehenoikeudet

Dankzij het concept van het allemansrecht, in het Fins jokamiehenoikeudet, kun je in Finland vrij van de natuur genieten, ook als de grond particulier eigendom is. Een tent opslaan voor een nacht is geen probleem, mits het gebied openbaar toegankelijk is en je de eigenaar niet stoort en de natuur niet verstoort. Open vuur is vaak alleen toegestaan met toestemming van de eigenaar. De kampeermogelijkheden in natuurgebieden en nationale parken zijn ingeperkt, je kunt dan vaak wel gebruikmaken van een aangewezen kampeerlocatie. De grenzen van het allemansrecht zijn op kampeergebied niet altijd duidelijk, maar de basis ervan is dat ‘het verblijf niet meer dan geringe schade toebrengt aan het daadwerkelijke landgebruik en er in het gebied geen speciale verblijfsverboden gelden’.

Info: Suomenlatu.fi
(Gebruik Google translate als je geen Fins kunt lezen 🙂 )

Shelters

In Finland zijn duizenden shelters waarin je kunt overnachten of waarbij je kunt kamperen. Ze zijn er in allerlei varianten en de voorzieningen kunnen per locatie verschillen. Soms is het een plek met niet meer dan een bbq-rooster en een bankje, soms zijn het luxe hutten. Kijk voor de locatie van deze shelters op Tulikartta.fi (site is in het Fins).

Fiets

Ik fietste de trail met een ‘gewone’ relatief zware reisfiets (21 kilo) zonder voorvorkvering. Wel was deze voorzien van brede onplatbare 2.0 Schwalbe marathon XR-banden. Alle bagage ging in twee fietstassen, de tent kreeg een plekje op de bagagedrager. Daarbovenop bond ik dan nog een waterdichte zak voor eten en materiaal dat niet in de tassen paste. Wie echt wil ‘bikepacken’, kiest doorgaans voor een lichtere mountainbike en speciale bikepackingtassen die je stevig aan het frame en stuur vastbindt.

Routes South by Cycle

South by Cycle omvat 5 routes. Ik koos voor de Kouvola-Hanko route (550 km), maar voegde daar een eigen routedeel aan toe om zo een rondje te kunnen fietsen. Vanaf Vantaa (luchthaven) ging het eerst naar Kouvola. Vandaaruit fietste ik verder over een eigen route naar de omgeving van Ekenäs, om daar de South by Cycle-route weer op te pikken richting Vantaa.

Een groot deel van de route loopt over goed onderhouden gravelwegen door het platteland of bossen. Dit afgewisseld met gedeeltes over asfalt. Regelmatig kom je ook op het traject van de EuroVelo 10, de Oostzeeroute. Een enkele keer beland je op een moeilijk te berijden singletrack. Vaak zijn die secties niet lang en betekent dit dat je even een stukje moet lopen. South by Cycle is overigens niet bewegwijzerd. Navigatie gaat met behulp van de gps-track.

Terug naar resultaten

South by Cycle

South by Cycle: over gravel en bospaden door Zuid-Finland

Finland, op fietsgebied horen we er weinig van. Toch zijn de Finnen de afgelopen jaren behoorlijk actief met het uitzetten van routes, waarbij ze inspelen op de trend van het bikepacken. In 2022 werd zo’n gravel-bikepackingroute in Zuid-Finland geopend: South by Cycle.

Je doorkruist stille bossen op deze fietsroute.

Korenvelden en stille bossen

Voor South by Cycle zijn in totaal 900 km aan gps-routes uitgezet tussen Kouvola in het oosten en Hanko aan de zuidkust. Gravelwegen langs korenvelden worden afgewisseld door dubbelsporige gravelpaadjes door stille bossen en af en toe een lastige singletrack. En ook al kent Finland nog een enorme hoeveelheid aan gravelwegen, soms moet je ook enkele kilometers over het asfalt.

Regelmatig fiets je langs meren in het Land van Duizend Meren

Klimmetjes en meren

Hoewel Zuid-Finland geen bergen heeft, zul je toch behoorlijk wat hoogtemeters maken. Er zijn tal van pittige klimmetjes. Over een afstand van circa 70 km moet je vaak tussen de 500 en 1.000 hoogtemeters overwinnen. Natuurlijk zie je ook regelmatig water glinsteren in het Land van Duizend Meren. Maar kamperen op de oevers is niet altijd eenvoudig. Dichte begroeiing en de vele vakantiehuisjes van de Finnen langs die meertjes, maken het je op dit gebied behoorlijk lastig.

kaart South by Cycle

Al met al is South by Cycle een fantastische route voor wie van rust, natuur en gravelpaadjes houdt. De gravelwegen zijn vrijwel autoloos en in de bossen kom je niemand tegen. En dan te bedenken dat dit nog het meer dichtbevolkte deel is van het land…

Sticker South by Cycle

Meer info South by Cycle:

Bikeland.fi.

Terug naar resultaten

ansichtkaarten over de Franse badplaats NIce
Tekst en foto's Kees Lucassen

Kees Lucassen is een reisjournalist die per fiets en te voet heel wat beleefde. In 2021− op 20 september − kwam hij in Bazel terecht. Dat is overigens heel gemakkelijk: volg de Rijn zuidwaarts, via Keulen, Koblenz, Bacharach en 101 kastelen kom je dan vanzelf in Bazel uit. Hier moest Kees beslissen: stapt hij morgen op de trein naar huis of fietst hij verder? Welnu, dit is wat er toen gebeurde…


1) 20-9-‘21: Grensoverschrijdend gedrag

Voor de Hauptbahnhof van Bazel staat een bord met daarop 9 fietsbestemmingen, 8 rechtsaf en 1 linksaf, richting Jura. Ik ga linksaf, dan weer in la Suisse trappend, dan weer in la France. Via Schönenbuch, Hagenthal-le-Haut, L’Eichwald, Readersdorf. Klimmend & dalend onder een lekkend wolkendek. Tussen golvende bossen, akkers en weilanden, en toegejuicht door wuivende akkerdistels, hazenpootjes en adderwortels.
Plus: langs veldkruizen. Een non op een fiets vertelde mij ooit: wie gelooft, rijdt nooit alleen. Ik geloof niet, maar dat weerhoudt Hem er niet van af en toe een goed gesprek met mij te voeren, waarbij ik opvallend vaak het advies krijg om voor een lichter verzet te kiezen. Na Fôret-St-Pierre, Le Grand Kohlberg en Lucelle volgt… hongerklop. Motel: fermé. Café: ook fermé. Restaurant: voorgoed fermé. Klooster St-Bernard: leeg en verlaten. Grimassend grimpeer ik verder, verstilde villages aan elkaar rijgend.
Maar dan verschijnen achter elkaar een dinosaurus in de mist en een hoogbejaard stadje in de zon. Porrentruy, waar ik een grand café bestel op het terras van Hôtel de la Gare. Een 1-ster etablissement uit andere tijden: rood-roze bloemetjesbehang, wc & douche op de gang en een receptioniste met een decolleté dat bij mij herinneringen oproept aan een zinderende fietstocht langs de Grand Canyon.
“Tu veux une chambre?”, vraagt ze.
“Oui, bien sûr!”

De fiets van Kees Lucassen tegen een gesloten winkel op het Franse platteland

2) 23-9-’21: Vossenkwijl
Na de Col de Montvoie (848 m), de Côte de Grand Combe, de Saute du Doubs en het Lac du St-Point volgt Foncine-le-Bas, de negorij alwaar ik thans vertoef. Jura-gehucht met een The Shining-achtige groepsaccommodatie, een doolhofbouwsel waarin ik de enige gast ben. Met buiten onder het raam een terras voor 1 persoon in de avondzon. Niet wat je noemt hét hoogtepunt van de dag. Nee, dat had eerder plaats, al om 3.30 uur ’s nachts, toen ik aan het Lac du St.-Point wreed werd gewekt door geritsel in de voortent. “Hé-hé!” schreeuwend klikte ik een lampje aan. Onder het tentdoek door wurmde een vossenstaart zich naar buiten. Pal daarnaast stond slechts 1 fietsschoen, reden om 1 seconde later − ondanks een buitentemperatuur van 0⁰ Celsius − in onderbroek onder de volle maan te staan. Reintje flitste langs het toilethok. Schoenloos, al voor het gebouwtje bleek de buit gedropt. Met vossenkwijl, maar nog intact. Gelukkig maar, want de dichtstbijzijnde schoenenwinkel − 39 kilometer terug – oogde ook al voorgoed fermé.

Een oude, gesloten schoenenwinkel op het Franse platteland
Opent deze schoenenwinkel ooit nog zijn poort?

3) 26-9-’21: Points du vue
In het Chinese restaurant Ambassade d’Asie, dat is gevestigd op de parterre van Hôtel Terminus in het centre ville van Bourg-en-Bresse, werk ik voor het eerst in vier dagen een complete maaltijd weg. Ergens in de dagen hiervoor ben ik namelijk ziekjes geworden, in het Parc Naturel du Haut Jura. Herfstgriep, truffelkoorts en/of een corona-variant waarvan je gaat fietsen als een krant. Symptomen? Zweet, snel moe en eetlustgebrek, wat zich allemaal lastig laat combineren met hellingen van 12% of meer. Dus wat doe je dan? Inderdaad, doorfietsen.
Langs puike points de vue, fonkelmeren en kronkelbomen die gewurgd worden door glinsterend baardmos dan wel knalrode klimop. En door zowel giga-gorges als kneutergehuchten, waar óf geen hôtel-bar-épicerie is, óf er is er wel eentje, maar die blijkt dan fermé. Doorgaans voorgoed, daarom ben ik de Gorges de l’Ain uit- en de Rhône-Alpes ingefietst. Naar Bourg-en-Bresse, een echte stad. Met vakwerkhuizen uit de 15e eeuw en een gotische kloosterkerk uit de 16e, met daarin het praalgraf van Margaretha van Oostenrijk. Maar nu eerst even uitbuiken.

4) 29-9-’21: Geen route, geen doel
Via Lyon en Hauterives (google: Palais Idéal) naar Valence en Dieulefit, hartje Drôme, waar ik zojuist in Crêperie Le Coquelicot een tongstrelende truffelpannenkoek met een karafje rosé heb laten verdwijnen. Maar dit terzijde, mij is gevraagd: welke route fiets je? En: wat is het doel? Welnu, er is geen route en ook geen doel. Voor vertrek heb ik bij De Slegte de Michelin Toeristische Wegenatlas Frankrijk aangeschaft en daar prompt West-Frankrijk uitgescheurd. Op de overige pagina’s stippel ik nu over wit- een geelgroene weggetjes elke dag ‘mijn eigen weg’ uit. Wel over asfalt, want er is ook geen gravelbike, fietsaccu, bike-belt of Rohloff-naaf, maar een Gazelle Formula randonneur van ruim een kwarteeuw oud, op zielig dunne bandjes. Tel hier een imposant gebrek aan conditie en de naweeën van een burn-out bij op en je beseft: we hebben hier te maken met een sentimentele desperado, rijk aan ouwe zooi. En geplaagd door dode dorpen, bouviers met ADHD, jagers zonder bril, gebroken tentstokken, kleptomane vossen en andouillettes, meurend als het mortuarium van Carcasonne na de pestepidemie van 1348.
Ergo, deze reis kan niet mislukken.

Witte toren op de Mont Ventoux tegen een blauwe hemel
Het torentje van de Vaucluse. Foto: 123RF

5) 2-10-’21: Het torentje van de Vaucluse
Dieulefit, Buis-les-Baronnies, Sault en Sault…
Pourquoi twee keer Sault, hoor ik u vragen. Tja, kijk, ik kan hier nu wat vertellen over de geur van lavendel of over opspattende kastanjes en overstekende herten. Of over zoete, plukrijpe druiven, de tongstrelende markt van Nyons, vlinders die vrolijk met mij mee fladderen en quiches die véél lekkerder smaken dan thuis, maar…
wie de Drôme verlaat en de Vaucluse binnenvalt, spot vrijwel onmiddellijk, hoog aan de horizon, een piepklein wit torentje. En ja, ik ken dat torentje. Onder wisselende omstandigheden − ijzige regen, gloeiende hitte, mothagel en windkracht 7 zowel mee als tegen − heb ik de afgelopen 40 jaar al een paar keer mijn fiets op de Mont Ventoux bij dat torentje mogen parkeren, hetgeen immer een moment van grote voldoening was. Dus, toen ik gisteren in Sault op een terras zat, ook weer met zicht op dat torentje, toen dacht ik: misschien morgen toch maar weer eens…
Daarom ben ik vandaag, mede dankzij het advies dat ik onderweg van boven kreeg, op en neer naar het torentje gefietst. Wat overigens van dichtbij een flinke toren is. Prettige bijkomstigheid: de rest der wereld oog vanaf daar très petit.

Kees Lucassen ontmoet een stel uit Franeker tijdens zijn fietstocht in Frankrijk

6) 5-10-’21: Rustdag uit noodweer
Even denk ik, beukend tegen de bulderwind over het Plateau de Vaucluse, roze mammoeten te zien. Waarna ik, onversaagd verder stampend, het Parc Naturel de Luberon doorsteek en naar Forcalquier rol, terwijl boven mij de hemel loodgrijs kleurt en vervolgens openbreekt. Druipend schuilend in Café du Commerce, zie ik op de tv de weersvoorspelling: tempête, averses et inondations. Oftewel: storm, wolkbreuken en overstromingen. Derhalve prompt een kamer geboekt. Rustdag uit noodweer. Waardoor ik nu de citadel-kapel van Forcalquier heb bewonderd, weet waar & hoe puike pastis wordt gedestilleerd, én waar je fijn Vietnamees kunt eten.
Maar dit alles was gisteren. Aujourd’hui is het bewolkt maar droog, dus hop, de Durance en de Asse overgestoken, richting Parc Naturel du Verdon. Waar bij Poteau de Telle, een 734 meter hoog uitzichtpunt, een eenzaam campertje staat geparkeerd, met daarin twee aardige Franekers.
“Mijn oma kwam uit Sloten”, zeg ik.
“Wolle jo kofje?”, vraagt de vrouw.
“Mei un koekje?”, wil manlief weten.
Innerlijk gesterkt trap ik hierna linea recta naar de camping van Moustiers-Sainte-Marie, een der mooiste dorpen van Frankrijk, en de poort naar de Gorges du Verdon, alias de Grand Canyon van Europa.

Kees Lucassen bij een strand aan de Middellandse Zee. Nice is bereikt!

7) 8-10-’21: Nice = Nice
Voor mij schittert de Middellandse Zee. Want jawel, Nice is bereikt. Via onder meer vrieskoude campings, de Gorges du Verdon (die mij deed denken aan een receptioniste in Porrentruy, maar dit terzijde), truffelpaté, Grand Hôtel Bain (uit 1737), kogelgatrijke spookdorpen, Col du Bel-Homme, Cap du Dramont en de elegante stilettohakken-boulevard van Cannes. En nu hangt op kamer 18 van Hôtel le Parisien mijn tentje te drogen. Hoog tijd voor wederom een rustdag. Om te slenteren door Vieux Nice, over de Promenade des Anglais, en voor een duik in zee. Waarna ik op de zonovergoten Place Garibaldi, nippend aan een glas Pastis de Nice, mijn burn-out voorgoed fermé verklaar. Rest enkel nog de vraag: stap ik morgen op de trein naar huis of fiets ik verder?

Terug naar resultaten

Het Hondsrugpad

Het pad komt langs de bekende hunebedden in Drenthe

Dit keer blijven we op Nederlands grondgebied. En de keuze voor deze route is eigenlijk heel logisch, want het Hondsrugpad is op de Kick-off van de Fiets en Wandelbeurs bekroond tot Wandelroute van het Jaar 2022.

Verbinding tussen geoparken

Het Hondsrugpad (166 km) is het Nederlandse deel van het INTERREG-project Hondsrugpad-Hünenweg (325 km) dat de geoparken De Hondsrug en TERRA.Vita (Duitsland) met elkaar verbindt. Het loopt van Groningen naar Meppen, juist over de Duitse grens en gaat vandaar verder naar Osnabrück.

Akkers, bossen en heide

Het traject voert over oude paden, door uitgestrekte bossen, heidevelden, zandverstuivingen en akkergebieden langs esdorpen en hunebedden, de 5000 jaar oude getuigen van de vroegere bewoners. Het doorkruist ook het indrukwekkende grensoverschrijdende veengebied dat toont hoe Drenthe er in de oertijden uitgezien heeft.

Kaart van het Hondsrugpad, de Wadnelroute van het Jaar 2022
Naar de interactieve kaart, oranje = Hondsrugpad blauw = Hünenweg in Duitsland

Onverharde paden

Wat maakt het pad verder nog tot een zeer plezierige route? De welhaast perfecte bewegwijzering maakt verdwalen bijna onmogelijk. En verder loop je vaak over onverharde paden, iets waar elke wandelaar gelukkig(er) van wordt.

Meer info Hondsrugpad:

Dehondsrug.nl.

Terug naar resultaten

De Kjeragbolten in Noorwegen is een iconisch rotsblok dat tussen twee rotswanden is ingeklemd.
Tekst en beeld Sanne Jorna

De Kjeragbolten is een rotsblok dat, ingeklemd tussen twee bergen, op 1084 meter hoogte boven de Lysefjord hangt. De hike naar deze iconische rots is een van de bekendere wandelingen in Noorwegen (samen met bijvoorbeeld de wandeling naar de Preikestolen of de Trolltunga) en absoluut de moeite waard om te lopen.

De wandeling start op parkeerplaats Øygardsstøl (let op, betaald parkeren voor auto’s en campers). Eventueel zou je wat verder weg de auto ook gratis kunnen laten staan, de wandeling wordt natuurlijk wel wat langer op deze manier. Bij de parkeerplaats is een restaurantje en er is personeel aanwezig voor informatie en tips.

Onweer op komst

Het is verstandig om voor je begint de weersvoorspellingen te checken. Wij hebben pech, er is een regenachtige dag voorspeld. Op de parkeerplaats krijgen we van het personeel ook gelijk een waarschuwing mee. “Er komt mogelijk onweer aan”, horen we. “Vorig jaar zijn er ook twee mensen getroffen door de bliksem. En boven op die berg, daar ben jij het hoogste punt…”

We twijfelen even, maar aangezien het weer er op dit moment vrij rustig uitziet, besluiten we toch te starten. De man die ons waarschuwde zie je bijna denken: “Daar gaan weer van die domme toeristen”.

Via kettingen trek je je omhoog langs de rotswand bij deze hike in Noorwegen.

Kettingen aan de rotsen

De wandeling begint gelijk met een pittige (en langere) klim tegen een vrij steile rotswand. Door middel van kettingen die bevestigd zijn aan de rotsen kun je jezelf als het ware omhoogtrekken. Behalve de beenspieren worden dus ook de armen getraind tijdens deze wandeling. Al snel heb je een prachtig uitzicht en ligt de parkeerplaats een heel eind beneden.

Vlak na deze eerste klim volgt een korte tweede klim. Waarna je bij een hutje uitkomt dat gebruikt kan worden in noodgevallen (goed om te weten voor als dat onweer toch nog komt). En heel ver naar beneden kunnen we ons tentje zien staan.

Er volgt nog een pittige klim en daarna wordt het wandelen makkelijker. Je loopt de laatste 2,5 km over rotsplateaus, en kan eigenlijk constant van een ‘on top of the world’-gevoel genieten. Voor we het weten, komen we dan ook een bordje tegen met ‘Kjeragbolten 0,3 km’.

Uitzicht over de Lysefjord

Uitzicht over de Lysefjord

En de Kjeragbolten stelt niet teleur, het uitzicht over de Lysefjord is prachtig. We hebben het geluk dat we nog net een paar zonnestralen kunnen meepakken. En eenmaal hier aangekomen, kan een foto natuurlijk niet ontbreken, al durft de een wat meer dan de ander. Er zou nog nooit iemand van de rots zijn afgevallen? Dat is moeilijk te geloven, maar we hebben nergens kunnen lezen dat dit ooit is gebeurd,

We hebben mazzel gehad; eenmaal op de terugweg slaat het weer om. Langzaam worden we omgeven door een wolkenmassa, waardoor de weg terugvinden soms nog best een uitdaging is. Het laatste stuk lopen we in de stromende regen, er ontstaan op de rotswanden steeds meer mini-watervalletjes. Het is behoorlijk glad en we zijn blij met de kettingen als steunpunt. Uiteindelijk komen we volledig doorweekt weer beneden aan. Maar het onweer, dat is gelukkig niet gekomen…

Info Kjeragbolten

Lengte: +/- 11 km

Stijging:+/- 800 m

Moeilijkheidsgraad: gemiddeld

duur: +/- 6 uur

Tips:

Zie ook: Visitnorway.nl.

Terug naar resultaten

Gordes, een van de villages perchés in Luberon
Tekst en beeld Stefan Maas

Paarse lavendelvelden, rood-oranje kliffen die in vuur en vlam staan en ‘heuveltopdorpjes’ die op dit alles neerkijken. De regio Luberon in de Franse Provence is ten onrechte nog niet zo bekend bij de Nederlandse fiets- en wandelliefhebber.

Zonder water geen leven, luidt het gezegde. Soms heb je in droge streken geluk en borrelt de vloeistof zo uit de grond naar boven. In Fontaine-de-Vaucluse gebeurt dat in enorme hoeveelheden. We kijken na een klauterpartij recht in de ‘muil’ van de bron, een donkere grot vol water in de wand van een klif. Van daaruit stroomt het water gulzig naar buiten in de vorm van een rivier: de Sorgue.

De bron van de Sorgue in Fontaine-de-Vaucluse.

De Fontaine van Vaucluse is een van de grootste bronnen ter wereld, hoor ik. Ik twijfel daar niet aan. Vergeleken met dit geweld, is de bron van de Maas niet meer dan een zielig plasje water dat ergens op het plateau van Langrès tussen de graszoden sopt.

Hoe veel de Provence in de zomer ook opwarmt, het water in de Sorgue is altijd koel alsof het zo uit een koelkast stroomt. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de ondergrondse rivieren die deze bron voeden. De regen die op de Mont Ventoux en de omringende bergen valt, zakt zo de poreuze kalkstenen ondergrond in en komt uiteindelijk hier weer naar buiten. Een schijnbaar oneindige wateraanvoer die alleen in de zomermaanden wat in volume mindert, maar nooit droogvalt.

Het beeld in Fontaine-de-Vaucluse van het ondier Coulobre, in gevecht met bisschop Saint-Véran van Cavaillon.
Beeld van het legendarische ondier Coulobre voor de kerk in Fontaine-de-Vaucluse. Bisschop Saint-Véran van Cavaillon ging de confrontatie ermee aan en wist het reptiel te overmeesteren.

Peilloos diepe grot

Aandrang om die grot zwemmend te verkennen, heb ik niet. Het water is niet alleen koud, maar ook bijna peilloos diep. La Coulobre, een legendarisch gevleugeld reptiel dat in de Sorgue zou hebben geleefd, zou zich er makkelijk schuil kunnen houden. Ja, de grot is zelfs dieper dan de Eiffeltoren hoog is (300 m). Diverse onderwaterrobots en duikers zijn ingezet om de diepten van de grot te onderzoeken. De onderwaterrobot Spélénaute bereikte in 1989 de bodem op 308 meter diepte. Ook zijn er aanzienlijke hoeveelheden oude munten ontdekt die in het water waren gegooid. Dat maakt het natuurlijk weer wél interessant om deze grot te verkennen.

We verlaten het toeristische Fontaine-de-Vaucluse weer, en gaan verder met onze wandeltocht in het parc naturel régional du Luberon. In de lager gelegen delen van dit park, is er landbouw, wijnbouw en veeteelt. De flanken van het massief van de Grand Luberon en Petit Luberon, zijn het domein van de bossen. Stenige wandelpaden lopen er kriskras doorheen. Af en toe wijkt de begroeiing en heb je fraaie uitzichten.

Het kanaal van Carpentras
Het kanaal van Carpentras

Stekelige planten

En de natuur zelf? Die is mediterraan en laat haar stekels zien. Letterlijk. Veel planten hebben stekels, om zich te verweren tegen grazers en andere dieren. De vogels die hier leven, houden zich vandaag muisstil. De overige dieren ook. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de droogte. Het is mei, voorjaar dus, maar het heeft al weken niet geregend. En dan moet de echte droge periode, de zomer, nog komen.

We stuiten we op een kanaal, een smal blauw lint dat tientallen kilometers door de heuvels kabbelt. Het is het Canal de Carpentras, dat in de 19e eeuw voor irrigatiedoeleinden is aangelegd. Even verderop kruist het via een spectaculair aquaduct de Sorgue-rivier. Een passage hoog boven de rivier waar wandelaars, mountainbikers en trailrunners dankbaar gebruik van maken en vanwaar je van een schitterend uitzicht hebt over de omgeving.

Getoonde fietsroutes: blauw=Autour du Luberon à vélo, rood=Les Ocres à vélo

Villages perchés

Eenmaal in het fietszadel, krijgen we een Luberonese highlight is het vizier, de villages perchés. Het zijn eeuwenoude juweeltjes die boven op heuvels zijn gebouwd. De dorpen lijken te zweven, als eilandjes hangen ze boven de vlakte. En elk van die eilandjes is wel een klimmetje inclusief de nodige zweetdruppels waard. Het deels bewegwijzerde fietsnetwerk van de Luberon, Le Luberon à vélo, leidt ons er perfect langs.

Gordes, een van de heuveltopdorpjes langs onze route, is goddelijk charmant. Het heeft piepnauwe straatjes waar zelfs Fiatjes zich niet wagen. En die straatjes dalen zo steil af, dat ik er zelfs niet met de fiets doorheen durf, bang om al rollend en tollend de rand van het dorp te bereiken, waarna me een duik in een afgrond wacht.

Een van de nauwe straatjes in Gordes
De piepnauwe straatjes in Gordes

Rondscherende zwaluwen

In de avond, als het toeristengedruis wegsterft, scheren er zwaluwen tussen de huizen. Ik besef opeens dat ik in Nederland al jarenlang nauwelijks nog zwaluwen heb gezien. Zou Luberon ook een stikstofcrisis hebben, zoals in de Lage Landen? Ik geloof er niets van. Gordes trekt me als een magneet aan. In totaal kom ik drie keer terecht tijdens mijn fietstochten en van veraf is dit heuveldorpje nog lang zichtbaar.

Na Gordes volgen er meer van die juweeltjes, die vaak de eretitel ‘Les Plus Beaux Villages de France’ hebben gekregen. Bonnieux, Lacoste en Ménerbes zijn een mooi trio, een serie dorpen die via een slingerende weg met elkaar verbonden zijn. Tussen de oude stenen huizen is altijd wel een cafeetje te ontdekken, een restaurant met terrasje of een kunstgalerie. En de tijd staat er niet stil, maar tikt gewoon tien keer trager weg dan in Parijs of Marseille.

Het Luberon van de okers

De fietsroute ‘Les Ocres à vélo’ voert ons door een verbazingwekkend landschap. Bij Rousillon zien we kliffen die in vuur en vlam staan. Ze hebben prachtige gele-oranje-bruine kleuren. Het kan niet anders, we zijn in het ‘gebied van de okers’ beland. Volgens de Luberonezen zijn er zelfs 24 okertinten te identificeren, iets waar je als kunstschilder mee vooruit kunt. Maar ook de gewone lokale schilders hebben in Rousillon deze kleuren gebruikt. Veel huizen hebben die typisch warme aardkleuren, die als een warme douche aanvoelen als je erlangs fietst.

Hele horden toeristen nemen in Rousillon de ‘Sentier des Ocres’ om al dat moois te bewonderen. Een andere highlight is de Colorado provençal in Rustrel, dat we via een hele serie slingerende kruip-door-sluip-door-achterafweggetjes’ bereiken. Colorado is een voormalige okergroeve die een scala aan kleuren herbergt waar je visueel in verdrinkt. Het doet denken aan de vlammend geel-rood-bruine landschappen in het Wilde Westen, het decor waar eenzame pistoolhelden, cowboys en bandieten ooit doorheen reden.

Een borie, een primitieve stenen schuilplaats, in een bos in Luberon.

De bories in Luberon

We fladderen verder in Luberon rond de villages perchés. Het zweet prikt af en toe in de ogen, de temperaturen raken de 30 graden. Bij de ingang van de dorpjes is er vaak een beschut plaatsje met een waterbassin, waar we dankbaar even bijkomen. Buiten de dorpjes stuit je regelmatig op bories, oude schuilplaatsen van op elkaar gestapelde stenen. Binnenin zijn ze heerlijk koel, maar daar is ook alles mee gezegd. Ze hebben geen vensters en zijn dus aardedonker.

Even buiten Gordes is zelfs een bories-dorp te bezoeken met circa dertig stenen gebouwtjes, waarvan de historie teruggaat tot de zevende eeuw. Tegenwoordig is het een openluchtmuseum dat je een indruk geeft van het de architectuur en het gebruik van de bories. Schapenschuilplaatsen, bakkerijen, graanschuren, tijdelijke overnachtingsplaatsen en schuilplaatsen tegen de regen. Met bories kun je alle kanten op.

De Zwitserse wijnmaker Olivier Barthassat in de tuin van zijn wijndomein Perréal.
Olivier Barthassat, de Zwitserse wijnmaker van domein Perréal in Luberon

Wijndomein Perréal

Natuurlijk heeft de Provence ook op wijngebied wat te bieden. Biologisch wijnmaker Olivier Barthassat leidt ons rond over zijn domein Perréal vlak bij Saint-Saturnin-lès-Apt. Een 19e-eeuwse boerderij, omringd door wijngaarden en olijfboomgaarden. Je kunt er overnachten, een maaltijd eten (tables d’hôtes) en een wijnproeverij meemaken. Maar ook zwerven er wilde zwijnen rond en is er een vijver aangelegd voor de insecten en het stimuleren van de biodiversiteit.

Olivier verhuisde van Zwitserland naar de Provence vanwege de specifieke bodemkwaliteiten in deze regio. Er zijn twee groepen terroirs (bodems) op Perréal: een met een kleiachtige mergel (Gargassian) en kalksteen en een terroir met een mix van okergele klei en zandkalksteen. Ze geven een karakteristieke smaak aan Perréals wijnen als de Carlina Blanc, Les Boussicaux Rouge en Le Jas Rouge. Aanvullend produceert Perréal gin, olijfolie, likeuren en Yuzu-drank.

L'Isle-sur-la-Sorgue, een dorp op een eiland in de rivier de Sorgue in Luberon.

L’Isle-sur-la-Sorgue

De Luberon-cirkel komt rond in l’Isle-sur-la-Sorgue, een eiland – zoals de naam al aangeeft – in de Sorgue, de rivier die ontspringt uit de grot in Fontaine-de-Vaucluse. Bij een luchttemperatuur van 30 graden steek ik mijn hand in het water… ijskoud. Desondanks spetteren er een aantal toeristen in rond, alsof ze zo hun beslommeringen van zich af willen wassen.

L’Isle is een fraaie plaats om de Luberon-tour af te sluiten. Je kunt heerlijk dwalen door de smalle straatjes van de binnenstad en langs de vele kanalen. Of een café-au-lait drinken in de restaurants langs de Sorgue. Maar bovenal is l’Isle bekend als antiekwalhalla. Er zijn ruim 300 antiquairs gevestigd in het plaatsje met circa 20.000 inwoners. De plaatselijke markt op zondagmorgen is afgeladen met brocante-spullen. Daarnaast heeft Isle toonaangevende internationale antiekbeurzen binnen de stadsgrenzen. Bij mij blijft het op de zondagsmarkt bij super-Hollands ‘kijken – niet kopen’. Ik heb een goed excuus: er is nu eenmaal geen ruimte over in mijn fietstas.

Info Luberon

Kijk voor toeristische informatie op: Luberoncoeurdeprovence.com.

Fietsroutes in Luberon, zie: Veloloisirprovence.com.
Er is nu voor 456 km aan bewegwijzerde routes uitgezet.
Op de site, bij de routes, staan ook fietsvriendelijke accommodaties en fietsverhuurbedrijven met het keurmerk ‘Accueil Vélo’.

Je kunt een rondje Luberon rijden via de Autour du Luberon à vélo (240 km).

Tip: La Méditerrannée à vélo (850 km), ofwel een deel van de EuroVelo 8 – Elche (Spa) tot Izmir (Tur) -, doorkruist onder meer Luberon, Lamediterraneeavelo.com.

Voor wijndomein Pérreal, zie Perreal.com.

Le village des Bories: Levillagedesbories.com.

Terug naar resultaten

Reisjournalist Kees Lucassen op de kappersstoel
Blog Kees Lucassen

Kees Lucassen is een reisjournalist die per fiets en te voet heel wat beleefde. In eigen land en verder weg. Zo ook in de Dolomieten…

Er zijn mensen die het mooi doen en mensen die het lelijk doen. Fietsen bedoel ik. Zelf ben ik iemand die bijzonder lelijk fietst. Wie dat niet gelooft, kan zich overtuigen bij een kapper in Bari. Tussen de twee spiegels in zijn winkeltje draait deze man elke dag een filmpje. Daarin speelt hij de hoofdrol. Ik een bijrol.

Het begon allemaal in Pedraces, een Dolomietendorpje, waar ik ooit een klein hotel deelde met vier fietsvrienden, een roedel Zuid-Italianen en een wijnkelder. Voor de volgende dag stonden er vier cols op het programma. En kijk, daar waren de Italianen. Ook op de fiets en met een heuse volgauto inclusief trekzakmuzakbrakende luidspreker op het dak. Plus een videoman in trainingspak achter claxon en stuur.

Allemaal samen gaan we tegelijk de eerste col op, de Passo Gardena, maar langzaam versplintert het peloton. Ik zit in het staartje, samen met een pafferige pedaleur die knipogend bromt: ‘Piano, piano’. Ik knipoog terug. Gelijk heeft-ie, niet meteen forceren. Hij vertelt dat hij een barbiere, een kapper, is, in Bari. Naarmate de klim vordert, wordt de Barinese friseur roder. Hij zucht, puft en kreunt. Als hij even stopt, beschaamd grijnzend, trap ik een rondje om hem heen. Ik zal hem niet alleen laten, deze amicale barbier moet boven komen, voor zijn verhaal thuis aan familie, klanten en nageslacht.
‘Forza amico’, fluister ik.
‘VOO-LAAA-RE!’

De volgauto. Het zien van de videoman geeft mijn vriend nieuwe kracht. Voor het camera-oog van Bari houdt hij zich groot. Ik ga achter hem rijden. Doch, wanneer de volgauto even later richting kopgroep snelt, valt de kapper vrijwel stil. Ik versnel, ga naast hem rijden en gooi mijn beste Italiaans naar hem toe. ‘Solo quattro chilometre. Quasi pronto. Si, si, avanti!’ Barbiertje zal niet hangen.

Passo Gardena
De Passo Gardena

Traag zakt de top van de Passo Gardena in onze richting. Trap, na trap, na trap…
En dan gebeurt het.
Dertig meter voor de col versnelt de kapper! Natuurlijk, hij weet dat het camera-oog boven op hem wacht. Wat moet ik doen? Terugpakken? Dan bederf ik zijn film. En ach, op de volgende col rij ik hem in de eerste bocht los. Ik laat hem gaan, blijf op gepaste afstand.

Op de top stapt hij af. Verdwijnt trillend in de volgauto. Doet de hele dag geen trap meer. Videoman, die zijn trainingspak heeft uitgetrokken, gaat verder op zijn fiets. We hebben nog drie cols te gaan. Daarvan is ’s avonds in het hotel geen beeld te zien. Wel zien we een fietser in lelijke stijl die schokschouderend in het wiel hangt van een corpulente coiffeur, die vlak voor de top demarreert. Italië wint! Bari lacht. En ook mijn vrienden lachen. Het hele hotel lacht. Ook de volgende ochtend bij het ontbijt. En de volgende. Barbiertje glimt en glundert. Ik houd mijn mond, een verklaring geven, dat is olie op het vuur. Ik bid voor langdurige stroomstoringen in Zuid-Italië en hoop dat lang haar snel weer mode wordt. Hij knipt trouwens beroerd.