Terug naar resultaten

ansichtkaarten over de Franse badplaats NIce
Tekst en foto's Kees Lucassen

Kees Lucassen is een reisjournalist die per fiets en te voet heel wat beleefde. In 2021− op 20 september − kwam hij in Bazel terecht. Dat is overigens heel gemakkelijk: volg de Rijn zuidwaarts, via Keulen, Koblenz, Bacharach en 101 kastelen kom je dan vanzelf in Bazel uit. Hier moest Kees beslissen: stapt hij morgen op de trein naar huis of fietst hij verder? Welnu, dit is wat er toen gebeurde…


1) 20-9-‘21: Grensoverschrijdend gedrag

Voor de Hauptbahnhof van Bazel staat een bord met daarop 9 fietsbestemmingen, 8 rechtsaf en 1 linksaf, richting Jura. Ik ga linksaf, dan weer in la Suisse trappend, dan weer in la France. Via Schönenbuch, Hagenthal-le-Haut, L’Eichwald, Readersdorf. Klimmend & dalend onder een lekkend wolkendek. Tussen golvende bossen, akkers en weilanden, en toegejuicht door wuivende akkerdistels, hazenpootjes en adderwortels.
Plus: langs veldkruizen. Een non op een fiets vertelde mij ooit: wie gelooft, rijdt nooit alleen. Ik geloof niet, maar dat weerhoudt Hem er niet van af en toe een goed gesprek met mij te voeren, waarbij ik opvallend vaak het advies krijg om voor een lichter verzet te kiezen. Na Fôret-St-Pierre, Le Grand Kohlberg en Lucelle volgt… hongerklop. Motel: fermé. Café: ook fermé. Restaurant: voorgoed fermé. Klooster St-Bernard: leeg en verlaten. Grimassend grimpeer ik verder, verstilde villages aan elkaar rijgend.
Maar dan verschijnen achter elkaar een dinosaurus in de mist en een hoogbejaard stadje in de zon. Porrentruy, waar ik een grand café bestel op het terras van Hôtel de la Gare. Een 1-ster etablissement uit andere tijden: rood-roze bloemetjesbehang, wc & douche op de gang en een receptioniste met een decolleté dat bij mij herinneringen oproept aan een zinderende fietstocht langs de Grand Canyon.
“Tu veux une chambre?”, vraagt ze.
“Oui, bien sûr!”

De fiets van Kees Lucassen tegen een gesloten winkel op het Franse platteland

2) 23-9-’21: Vossenkwijl
Na de Col de Montvoie (848 m), de Côte de Grand Combe, de Saute du Doubs en het Lac du St-Point volgt Foncine-le-Bas, de negorij alwaar ik thans vertoef. Jura-gehucht met een The Shining-achtige groepsaccommodatie, een doolhofbouwsel waarin ik de enige gast ben. Met buiten onder het raam een terras voor 1 persoon in de avondzon. Niet wat je noemt hét hoogtepunt van de dag. Nee, dat had eerder plaats, al om 3.30 uur ’s nachts, toen ik aan het Lac du St.-Point wreed werd gewekt door geritsel in de voortent. “Hé-hé!” schreeuwend klikte ik een lampje aan. Onder het tentdoek door wurmde een vossenstaart zich naar buiten. Pal daarnaast stond slechts 1 fietsschoen, reden om 1 seconde later − ondanks een buitentemperatuur van 0⁰ Celsius − in onderbroek onder de volle maan te staan. Reintje flitste langs het toilethok. Schoenloos, al voor het gebouwtje bleek de buit gedropt. Met vossenkwijl, maar nog intact. Gelukkig maar, want de dichtstbijzijnde schoenenwinkel − 39 kilometer terug – oogde ook al voorgoed fermé.

Een oude, gesloten schoenenwinkel op het Franse platteland
Opent deze schoenenwinkel ooit nog zijn poort?

3) 26-9-’21: Points du vue
In het Chinese restaurant Ambassade d’Asie, dat is gevestigd op de parterre van Hôtel Terminus in het centre ville van Bourg-en-Bresse, werk ik voor het eerst in vier dagen een complete maaltijd weg. Ergens in de dagen hiervoor ben ik namelijk ziekjes geworden, in het Parc Naturel du Haut Jura. Herfstgriep, truffelkoorts en/of een corona-variant waarvan je gaat fietsen als een krant. Symptomen? Zweet, snel moe en eetlustgebrek, wat zich allemaal lastig laat combineren met hellingen van 12% of meer. Dus wat doe je dan? Inderdaad, doorfietsen.
Langs puike points de vue, fonkelmeren en kronkelbomen die gewurgd worden door glinsterend baardmos dan wel knalrode klimop. En door zowel giga-gorges als kneutergehuchten, waar óf geen hôtel-bar-épicerie is, óf er is er wel eentje, maar die blijkt dan fermé. Doorgaans voorgoed, daarom ben ik de Gorges de l’Ain uit- en de Rhône-Alpes ingefietst. Naar Bourg-en-Bresse, een echte stad. Met vakwerkhuizen uit de 15e eeuw en een gotische kloosterkerk uit de 16e, met daarin het praalgraf van Margaretha van Oostenrijk. Maar nu eerst even uitbuiken.

4) 29-9-’21: Geen route, geen doel
Via Lyon en Hauterives (google: Palais Idéal) naar Valence en Dieulefit, hartje Drôme, waar ik zojuist in Crêperie Le Coquelicot een tongstrelende truffelpannenkoek met een karafje rosé heb laten verdwijnen. Maar dit terzijde, mij is gevraagd: welke route fiets je? En: wat is het doel? Welnu, er is geen route en ook geen doel. Voor vertrek heb ik bij De Slegte de Michelin Toeristische Wegenatlas Frankrijk aangeschaft en daar prompt West-Frankrijk uitgescheurd. Op de overige pagina’s stippel ik nu over wit- een geelgroene weggetjes elke dag ‘mijn eigen weg’ uit. Wel over asfalt, want er is ook geen gravelbike, fietsaccu, bike-belt of Rohloff-naaf, maar een Gazelle Formula randonneur van ruim een kwarteeuw oud, op zielig dunne bandjes. Tel hier een imposant gebrek aan conditie en de naweeën van een burn-out bij op en je beseft: we hebben hier te maken met een sentimentele desperado, rijk aan ouwe zooi. En geplaagd door dode dorpen, bouviers met ADHD, jagers zonder bril, gebroken tentstokken, kleptomane vossen en andouillettes, meurend als het mortuarium van Carcasonne na de pestepidemie van 1348.
Ergo, deze reis kan niet mislukken.

Witte toren op de Mont Ventoux tegen een blauwe hemel
Het torentje van de Vaucluse. Foto: 123RF

5) 2-10-’21: Het torentje van de Vaucluse
Dieulefit, Buis-les-Baronnies, Sault en Sault…
Pourquoi twee keer Sault, hoor ik u vragen. Tja, kijk, ik kan hier nu wat vertellen over de geur van lavendel of over opspattende kastanjes en overstekende herten. Of over zoete, plukrijpe druiven, de tongstrelende markt van Nyons, vlinders die vrolijk met mij mee fladderen en quiches die véél lekkerder smaken dan thuis, maar…
wie de Drôme verlaat en de Vaucluse binnenvalt, spot vrijwel onmiddellijk, hoog aan de horizon, een piepklein wit torentje. En ja, ik ken dat torentje. Onder wisselende omstandigheden − ijzige regen, gloeiende hitte, mothagel en windkracht 7 zowel mee als tegen − heb ik de afgelopen 40 jaar al een paar keer mijn fiets op de Mont Ventoux bij dat torentje mogen parkeren, hetgeen immer een moment van grote voldoening was. Dus, toen ik gisteren in Sault op een terras zat, ook weer met zicht op dat torentje, toen dacht ik: misschien morgen toch maar weer eens…
Daarom ben ik vandaag, mede dankzij het advies dat ik onderweg van boven kreeg, op en neer naar het torentje gefietst. Wat overigens van dichtbij een flinke toren is. Prettige bijkomstigheid: de rest der wereld oog vanaf daar très petit.

Kees Lucassen ontmoet een stel uit Franeker tijdens zijn fietstocht in Frankrijk

6) 5-10-’21: Rustdag uit noodweer
Even denk ik, beukend tegen de bulderwind over het Plateau de Vaucluse, roze mammoeten te zien. Waarna ik, onversaagd verder stampend, het Parc Naturel de Luberon doorsteek en naar Forcalquier rol, terwijl boven mij de hemel loodgrijs kleurt en vervolgens openbreekt. Druipend schuilend in Café du Commerce, zie ik op de tv de weersvoorspelling: tempête, averses et inondations. Oftewel: storm, wolkbreuken en overstromingen. Derhalve prompt een kamer geboekt. Rustdag uit noodweer. Waardoor ik nu de citadel-kapel van Forcalquier heb bewonderd, weet waar & hoe puike pastis wordt gedestilleerd, én waar je fijn Vietnamees kunt eten.
Maar dit alles was gisteren. Aujourd’hui is het bewolkt maar droog, dus hop, de Durance en de Asse overgestoken, richting Parc Naturel du Verdon. Waar bij Poteau de Telle, een 734 meter hoog uitzichtpunt, een eenzaam campertje staat geparkeerd, met daarin twee aardige Franekers.
“Mijn oma kwam uit Sloten”, zeg ik.
“Wolle jo kofje?”, vraagt de vrouw.
“Mei un koekje?”, wil manlief weten.
Innerlijk gesterkt trap ik hierna linea recta naar de camping van Moustiers-Sainte-Marie, een der mooiste dorpen van Frankrijk, en de poort naar de Gorges du Verdon, alias de Grand Canyon van Europa.

Kees Lucassen bij een strand aan de Middellandse Zee. Nice is bereikt!

7) 8-10-’21: Nice = Nice
Voor mij schittert de Middellandse Zee. Want jawel, Nice is bereikt. Via onder meer vrieskoude campings, de Gorges du Verdon (die mij deed denken aan een receptioniste in Porrentruy, maar dit terzijde), truffelpaté, Grand Hôtel Bain (uit 1737), kogelgatrijke spookdorpen, Col du Bel-Homme, Cap du Dramont en de elegante stilettohakken-boulevard van Cannes. En nu hangt op kamer 18 van Hôtel le Parisien mijn tentje te drogen. Hoog tijd voor wederom een rustdag. Om te slenteren door Vieux Nice, over de Promenade des Anglais, en voor een duik in zee. Waarna ik op de zonovergoten Place Garibaldi, nippend aan een glas Pastis de Nice, mijn burn-out voorgoed fermé verklaar. Rest enkel nog de vraag: stap ik morgen op de trein naar huis of fiets ik verder?

Terug naar resultaten

Het Hondsrugpad

Het pad komt langs de bekende hunebedden in Drenthe

Dit keer blijven we op Nederlands grondgebied. En de keuze voor deze route is eigenlijk heel logisch, want het Hondsrugpad is op de Kick-off van de Fiets en Wandelbeurs bekroond tot Wandelroute van het Jaar 2022.

Verbinding tussen geoparken

Het Hondsrugpad (166 km) is het Nederlandse deel van het INTERREG-project Hondsrugpad-Hünenweg (325 km) dat de geoparken De Hondsrug en TERRA.Vita (Duitsland) met elkaar verbindt. Het loopt van Groningen naar Meppen, juist over de Duitse grens en gaat vandaar verder naar Osnabrück.

Akkers, bossen en heide

Het traject voert over oude paden, door uitgestrekte bossen, heidevelden, zandverstuivingen en akkergebieden langs esdorpen en hunebedden, de 5000 jaar oude getuigen van de vroegere bewoners. Het doorkruist ook het indrukwekkende grensoverschrijdende veengebied dat toont hoe Drenthe er in de oertijden uitgezien heeft.

Kaart van het Hondsrugpad, de Wadnelroute van het Jaar 2022
Naar de interactieve kaart, oranje = Hondsrugpad blauw = Hünenweg in Duitsland

Onverharde paden

Wat maakt het pad verder nog tot een zeer plezierige route? De welhaast perfecte bewegwijzering maakt verdwalen bijna onmogelijk. En verder loop je vaak over onverharde paden, iets waar elke wandelaar gelukkig(er) van wordt.

Meer info Hondsrugpad:

Dehondsrug.nl.

Terug naar resultaten

De Kjeragbolten in Noorwegen is een iconisch rotsblok dat tussen twee rotswanden is ingeklemd.
Tekst en beeld Sanne Jorna

De Kjeragbolten is een rotsblok dat, ingeklemd tussen twee bergen, op 1084 meter hoogte boven de Lysefjord hangt. De hike naar deze iconische rots is een van de bekendere wandelingen in Noorwegen (samen met bijvoorbeeld de wandeling naar de Preikestolen of de Trolltunga) en absoluut de moeite waard om te lopen.

De wandeling start op parkeerplaats Øygardsstøl (let op, betaald parkeren voor auto’s en campers). Eventueel zou je wat verder weg de auto ook gratis kunnen laten staan, de wandeling wordt natuurlijk wel wat langer op deze manier. Bij de parkeerplaats is een restaurantje en er is personeel aanwezig voor informatie en tips.

Onweer op komst

Het is verstandig om voor je begint de weersvoorspellingen te checken. Wij hebben pech, er is een regenachtige dag voorspeld. Op de parkeerplaats krijgen we van het personeel ook gelijk een waarschuwing mee. “Er komt mogelijk onweer aan”, horen we. “Vorig jaar zijn er ook twee mensen getroffen door de bliksem. En boven op die berg, daar ben jij het hoogste punt…”

We twijfelen even, maar aangezien het weer er op dit moment vrij rustig uitziet, besluiten we toch te starten. De man die ons waarschuwde zie je bijna denken: “Daar gaan weer van die domme toeristen”.

Via kettingen trek je je omhoog langs de rotswand bij deze hike in Noorwegen.

Kettingen aan de rotsen

De wandeling begint gelijk met een pittige (en langere) klim tegen een vrij steile rotswand. Door middel van kettingen die bevestigd zijn aan de rotsen kun je jezelf als het ware omhoogtrekken. Behalve de beenspieren worden dus ook de armen getraind tijdens deze wandeling. Al snel heb je een prachtig uitzicht en ligt de parkeerplaats een heel eind beneden.

Vlak na deze eerste klim volgt een korte tweede klim. Waarna je bij een hutje uitkomt dat gebruikt kan worden in noodgevallen (goed om te weten voor als dat onweer toch nog komt). En heel ver naar beneden kunnen we ons tentje zien staan.

Er volgt nog een pittige klim en daarna wordt het wandelen makkelijker. Je loopt de laatste 2,5 km over rotsplateaus, en kan eigenlijk constant van een ‘on top of the world’-gevoel genieten. Voor we het weten, komen we dan ook een bordje tegen met ‘Kjeragbolten 0,3 km’.

Uitzicht over de Lysefjord

Uitzicht over de Lysefjord

En de Kjeragbolten stelt niet teleur, het uitzicht over de Lysefjord is prachtig. We hebben het geluk dat we nog net een paar zonnestralen kunnen meepakken. En eenmaal hier aangekomen, kan een foto natuurlijk niet ontbreken, al durft de een wat meer dan de ander. Er zou nog nooit iemand van de rots zijn afgevallen? Dat is moeilijk te geloven, maar we hebben nergens kunnen lezen dat dit ooit is gebeurd,

We hebben mazzel gehad; eenmaal op de terugweg slaat het weer om. Langzaam worden we omgeven door een wolkenmassa, waardoor de weg terugvinden soms nog best een uitdaging is. Het laatste stuk lopen we in de stromende regen, er ontstaan op de rotswanden steeds meer mini-watervalletjes. Het is behoorlijk glad en we zijn blij met de kettingen als steunpunt. Uiteindelijk komen we volledig doorweekt weer beneden aan. Maar het onweer, dat is gelukkig niet gekomen…

Info Kjeragbolten

Lengte: +/- 11 km

Stijging:+/- 800 m

Moeilijkheidsgraad: gemiddeld

duur: +/- 6 uur

Tips:

Zie ook: Visitnorway.nl.

Terug naar resultaten

Gordes, een van de villages perchés in Luberon
Tekst en beeld Stefan Maas

Paarse lavendelvelden, rood-oranje kliffen die in vuur en vlam staan en ‘heuveltopdorpjes’ die op dit alles neerkijken. De regio Luberon in de Franse Provence is ten onrechte nog niet zo bekend bij de Nederlandse fiets- en wandelliefhebber.

Zonder water geen leven, luidt het gezegde. Soms heb je in droge streken geluk en borrelt de vloeistof zo uit de grond naar boven. In Fontaine-de-Vaucluse gebeurt dat in enorme hoeveelheden. We kijken na een klauterpartij recht in de ‘muil’ van de bron, een donkere grot vol water in de wand van een klif. Van daaruit stroomt het water gulzig naar buiten in de vorm van een rivier: de Sorgue.

De bron van de Sorgue in Fontaine-de-Vaucluse.

De Fontaine van Vaucluse is een van de grootste bronnen ter wereld, hoor ik. Ik twijfel daar niet aan. Vergeleken met dit geweld, is de bron van de Maas niet meer dan een zielig plasje water dat ergens op het plateau van Langrès tussen de graszoden sopt.

Hoe veel de Provence in de zomer ook opwarmt, het water in de Sorgue is altijd koel alsof het zo uit een koelkast stroomt. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de ondergrondse rivieren die deze bron voeden. De regen die op de Mont Ventoux en de omringende bergen valt, zakt zo de poreuze kalkstenen ondergrond in en komt uiteindelijk hier weer naar buiten. Een schijnbaar oneindige wateraanvoer die alleen in de zomermaanden wat in volume mindert, maar nooit droogvalt.

Het beeld in Fontaine-de-Vaucluse van het ondier Coulobre, in gevecht met bisschop Saint-Véran van Cavaillon.
Beeld van het legendarische ondier Coulobre voor de kerk in Fontaine-de-Vaucluse. Bisschop Saint-Véran van Cavaillon ging de confrontatie ermee aan en wist het reptiel te overmeesteren.

Peilloos diepe grot

Aandrang om die grot zwemmend te verkennen, heb ik niet. Het water is niet alleen koud, maar ook bijna peilloos diep. La Coulobre, een legendarisch gevleugeld reptiel dat in de Sorgue zou hebben geleefd, zou zich er makkelijk schuil kunnen houden. Ja, de grot is zelfs dieper dan de Eiffeltoren hoog is (300 m). Diverse onderwaterrobots en duikers zijn ingezet om de diepten van de grot te onderzoeken. De onderwaterrobot Spélénaute bereikte in 1989 de bodem op 308 meter diepte. Ook zijn er aanzienlijke hoeveelheden oude munten ontdekt die in het water waren gegooid. Dat maakt het natuurlijk weer wél interessant om deze grot te verkennen.

We verlaten het toeristische Fontaine-de-Vaucluse weer, en gaan verder met onze wandeltocht in het parc naturel régional du Luberon. In de lager gelegen delen van dit park, is er landbouw, wijnbouw en veeteelt. De flanken van het massief van de Grand Luberon en Petit Luberon, zijn het domein van de bossen. Stenige wandelpaden lopen er kriskras doorheen. Af en toe wijkt de begroeiing en heb je fraaie uitzichten.

Het kanaal van Carpentras
Het kanaal van Carpentras

Stekelige planten

En de natuur zelf? Die is mediterraan en laat haar stekels zien. Letterlijk. Veel planten hebben stekels, om zich te verweren tegen grazers en andere dieren. De vogels die hier leven, houden zich vandaag muisstil. De overige dieren ook. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de droogte. Het is mei, voorjaar dus, maar het heeft al weken niet geregend. En dan moet de echte droge periode, de zomer, nog komen.

We stuiten we op een kanaal, een smal blauw lint dat tientallen kilometers door de heuvels kabbelt. Het is het Canal de Carpentras, dat in de 19e eeuw voor irrigatiedoeleinden is aangelegd. Even verderop kruist het via een spectaculair aquaduct de Sorgue-rivier. Een passage hoog boven de rivier waar wandelaars, mountainbikers en trailrunners dankbaar gebruik van maken en vanwaar je van een schitterend uitzicht hebt over de omgeving.

Getoonde fietsroutes: blauw=Autour du Luberon à vélo, rood=Les Ocres à vélo

Villages perchés

Eenmaal in het fietszadel, krijgen we een Luberonese highlight is het vizier, de villages perchés. Het zijn eeuwenoude juweeltjes die boven op heuvels zijn gebouwd. De dorpen lijken te zweven, als eilandjes hangen ze boven de vlakte. En elk van die eilandjes is wel een klimmetje inclusief de nodige zweetdruppels waard. Het deels bewegwijzerde fietsnetwerk van de Luberon, Le Luberon à vélo, leidt ons er perfect langs.

Gordes, een van de heuveltopdorpjes langs onze route, is goddelijk charmant. Het heeft piepnauwe straatjes waar zelfs Fiatjes zich niet wagen. En die straatjes dalen zo steil af, dat ik er zelfs niet met de fiets doorheen durf, bang om al rollend en tollend de rand van het dorp te bereiken, waarna me een duik in een afgrond wacht.

Een van de nauwe straatjes in Gordes
De piepnauwe straatjes in Gordes

Rondscherende zwaluwen

In de avond, als het toeristengedruis wegsterft, scheren er zwaluwen tussen de huizen. Ik besef opeens dat ik in Nederland al jarenlang nauwelijks nog zwaluwen heb gezien. Zou Luberon ook een stikstofcrisis hebben, zoals in de Lage Landen? Ik geloof er niets van. Gordes trekt me als een magneet aan. In totaal kom ik drie keer terecht tijdens mijn fietstochten en van veraf is dit heuveldorpje nog lang zichtbaar.

Na Gordes volgen er meer van die juweeltjes, die vaak de eretitel ‘Les Plus Beaux Villages de France’ hebben gekregen. Bonnieux, Lacoste en Ménerbes zijn een mooi trio, een serie dorpen die via een slingerende weg met elkaar verbonden zijn. Tussen de oude stenen huizen is altijd wel een cafeetje te ontdekken, een restaurant met terrasje of een kunstgalerie. En de tijd staat er niet stil, maar tikt gewoon tien keer trager weg dan in Parijs of Marseille.

Het Luberon van de okers

De fietsroute ‘Les Ocres à vélo’ voert ons door een verbazingwekkend landschap. Bij Rousillon zien we kliffen die in vuur en vlam staan. Ze hebben prachtige gele-oranje-bruine kleuren. Het kan niet anders, we zijn in het ‘gebied van de okers’ beland. Volgens de Luberonezen zijn er zelfs 24 okertinten te identificeren, iets waar je als kunstschilder mee vooruit kunt. Maar ook de gewone lokale schilders hebben in Rousillon deze kleuren gebruikt. Veel huizen hebben die typisch warme aardkleuren, die als een warme douche aanvoelen als je erlangs fietst.

Hele horden toeristen nemen in Rousillon de ‘Sentier des Ocres’ om al dat moois te bewonderen. Een andere highlight is de Colorado provençal in Rustrel, dat we via een hele serie slingerende kruip-door-sluip-door-achterafweggetjes’ bereiken. Colorado is een voormalige okergroeve die een scala aan kleuren herbergt waar je visueel in verdrinkt. Het doet denken aan de vlammend geel-rood-bruine landschappen in het Wilde Westen, het decor waar eenzame pistoolhelden, cowboys en bandieten ooit doorheen reden.

Een borie, een primitieve stenen schuilplaats, in een bos in Luberon.

De bories in Luberon

We fladderen verder in Luberon rond de villages perchés. Het zweet prikt af en toe in de ogen, de temperaturen raken de 30 graden. Bij de ingang van de dorpjes is er vaak een beschut plaatsje met een waterbassin, waar we dankbaar even bijkomen. Buiten de dorpjes stuit je regelmatig op bories, oude schuilplaatsen van op elkaar gestapelde stenen. Binnenin zijn ze heerlijk koel, maar daar is ook alles mee gezegd. Ze hebben geen vensters en zijn dus aardedonker.

Even buiten Gordes is zelfs een bories-dorp te bezoeken met circa dertig stenen gebouwtjes, waarvan de historie teruggaat tot de zevende eeuw. Tegenwoordig is het een openluchtmuseum dat je een indruk geeft van het de architectuur en het gebruik van de bories. Schapenschuilplaatsen, bakkerijen, graanschuren, tijdelijke overnachtingsplaatsen en schuilplaatsen tegen de regen. Met bories kun je alle kanten op.

De Zwitserse wijnmaker Olivier Barthassat in de tuin van zijn wijndomein Perréal.
Olivier Barthassat, de Zwitserse wijnmaker van domein Perréal in Luberon

Wijndomein Perréal

Natuurlijk heeft de Provence ook op wijngebied wat te bieden. Biologisch wijnmaker Olivier Barthassat leidt ons rond over zijn domein Perréal vlak bij Saint-Saturnin-lès-Apt. Een 19e-eeuwse boerderij, omringd door wijngaarden en olijfboomgaarden. Je kunt er overnachten, een maaltijd eten (tables d’hôtes) en een wijnproeverij meemaken. Maar ook zwerven er wilde zwijnen rond en is er een vijver aangelegd voor de insecten en het stimuleren van de biodiversiteit.

Olivier verhuisde van Zwitserland naar de Provence vanwege de specifieke bodemkwaliteiten in deze regio. Er zijn twee groepen terroirs (bodems) op Perréal: een met een kleiachtige mergel (Gargassian) en kalksteen en een terroir met een mix van okergele klei en zandkalksteen. Ze geven een karakteristieke smaak aan Perréals wijnen als de Carlina Blanc, Les Boussicaux Rouge en Le Jas Rouge. Aanvullend produceert Perréal gin, olijfolie, likeuren en Yuzu-drank.

L'Isle-sur-la-Sorgue, een dorp op een eiland in de rivier de Sorgue in Luberon.

L’Isle-sur-la-Sorgue

De Luberon-cirkel komt rond in l’Isle-sur-la-Sorgue, een eiland – zoals de naam al aangeeft – in de Sorgue, de rivier die ontspringt uit de grot in Fontaine-de-Vaucluse. Bij een luchttemperatuur van 30 graden steek ik mijn hand in het water… ijskoud. Desondanks spetteren er een aantal toeristen in rond, alsof ze zo hun beslommeringen van zich af willen wassen.

L’Isle is een fraaie plaats om de Luberon-tour af te sluiten. Je kunt heerlijk dwalen door de smalle straatjes van de binnenstad en langs de vele kanalen. Of een café-au-lait drinken in de restaurants langs de Sorgue. Maar bovenal is l’Isle bekend als antiekwalhalla. Er zijn ruim 300 antiquairs gevestigd in het plaatsje met circa 20.000 inwoners. De plaatselijke markt op zondagmorgen is afgeladen met brocante-spullen. Daarnaast heeft Isle toonaangevende internationale antiekbeurzen binnen de stadsgrenzen. Bij mij blijft het op de zondagsmarkt bij super-Hollands ‘kijken – niet kopen’. Ik heb een goed excuus: er is nu eenmaal geen ruimte over in mijn fietstas.

Info Luberon

Kijk voor toeristische informatie op: Luberoncoeurdeprovence.com.

Fietsroutes in Luberon, zie: Veloloisirprovence.com.
Er is nu voor 456 km aan bewegwijzerde routes uitgezet.
Op de site, bij de routes, staan ook fietsvriendelijke accommodaties en fietsverhuurbedrijven met het keurmerk ‘Accueil Vélo’.

Je kunt een rondje Luberon rijden via de Autour du Luberon à vélo (240 km).

Tip: La Méditerrannée à vélo (850 km), ofwel een deel van de EuroVelo 8 – Elche (Spa) tot Izmir (Tur) -, doorkruist onder meer Luberon, Lamediterraneeavelo.com.

Voor wijndomein Pérreal, zie Perreal.com.

Le village des Bories: Levillagedesbories.com.

Terug naar resultaten

Reisjournalist Kees Lucassen op de kappersstoel
Blog Kees Lucassen

Kees Lucassen is een reisjournalist die per fiets en te voet heel wat beleefde. In eigen land en verder weg. Zo ook in de Dolomieten…

Er zijn mensen die het mooi doen en mensen die het lelijk doen. Fietsen bedoel ik. Zelf ben ik iemand die bijzonder lelijk fietst. Wie dat niet gelooft, kan zich overtuigen bij een kapper in Bari. Tussen de twee spiegels in zijn winkeltje draait deze man elke dag een filmpje. Daarin speelt hij de hoofdrol. Ik een bijrol.

Het begon allemaal in Pedraces, een Dolomietendorpje, waar ik ooit een klein hotel deelde met vier fietsvrienden, een roedel Zuid-Italianen en een wijnkelder. Voor de volgende dag stonden er vier cols op het programma. En kijk, daar waren de Italianen. Ook op de fiets en met een heuse volgauto inclusief trekzakmuzakbrakende luidspreker op het dak. Plus een videoman in trainingspak achter claxon en stuur.

Allemaal samen gaan we tegelijk de eerste col op, de Passo Gardena, maar langzaam versplintert het peloton. Ik zit in het staartje, samen met een pafferige pedaleur die knipogend bromt: ‘Piano, piano’. Ik knipoog terug. Gelijk heeft-ie, niet meteen forceren. Hij vertelt dat hij een barbiere, een kapper, is, in Bari. Naarmate de klim vordert, wordt de Barinese friseur roder. Hij zucht, puft en kreunt. Als hij even stopt, beschaamd grijnzend, trap ik een rondje om hem heen. Ik zal hem niet alleen laten, deze amicale barbier moet boven komen, voor zijn verhaal thuis aan familie, klanten en nageslacht.
‘Forza amico’, fluister ik.
‘VOO-LAAA-RE!’

De volgauto. Het zien van de videoman geeft mijn vriend nieuwe kracht. Voor het camera-oog van Bari houdt hij zich groot. Ik ga achter hem rijden. Doch, wanneer de volgauto even later richting kopgroep snelt, valt de kapper vrijwel stil. Ik versnel, ga naast hem rijden en gooi mijn beste Italiaans naar hem toe. ‘Solo quattro chilometre. Quasi pronto. Si, si, avanti!’ Barbiertje zal niet hangen.

Passo Gardena
De Passo Gardena

Traag zakt de top van de Passo Gardena in onze richting. Trap, na trap, na trap…
En dan gebeurt het.
Dertig meter voor de col versnelt de kapper! Natuurlijk, hij weet dat het camera-oog boven op hem wacht. Wat moet ik doen? Terugpakken? Dan bederf ik zijn film. En ach, op de volgende col rij ik hem in de eerste bocht los. Ik laat hem gaan, blijf op gepaste afstand.

Op de top stapt hij af. Verdwijnt trillend in de volgauto. Doet de hele dag geen trap meer. Videoman, die zijn trainingspak heeft uitgetrokken, gaat verder op zijn fiets. We hebben nog drie cols te gaan. Daarvan is ’s avonds in het hotel geen beeld te zien. Wel zien we een fietser in lelijke stijl die schokschouderend in het wiel hangt van een corpulente coiffeur, die vlak voor de top demarreert. Italië wint! Bari lacht. En ook mijn vrienden lachen. Het hele hotel lacht. Ook de volgende ochtend bij het ontbijt. En de volgende. Barbiertje glimt en glundert. Ik houd mijn mond, een verklaring geven, dat is olie op het vuur. Ik bid voor langdurige stroomstoringen in Zuid-Italië en hoop dat lang haar snel weer mode wordt. Hij knipt trouwens beroerd.

Terug naar resultaten

Royal Canal Greenway

Het pad langs het Royal Canal, uiteraard genomen door een drone

Deze route is niet alleen route van de maand, maar ook de Fietsroute van het Jaar 2022. Op 9 april 2022, tijdens de Kick-off van de Fiets en Wandelbeurs, werd de Royal Canal Greenway door een fietsjury uitverkoren tot Europa’s ‘beste fietsroute’ van dat jaar.

Fietsen langs het Royal Canal

De Royal Canal Greenway loopt van Maynooth (iets ten westen van Dublin) naar Cloondara en Longford in Ierland. De route langs het Royal Canal is ruim 130 kilometer lang en gaat bijna geheel over fietspaden. De smalle waterweg slingert door een mooi en gevarieerd landschap, met weilanden, bossen, heidevelden en veengebieden. Onderweg kom je negentig oude bruggen en meer dan dertig sluizen tegen. Je ziet een typisch Iers landschap met stenen muurtjes, schapen en ruïnes. En ‘s avonds zitten de bewoners, geheel volgens de Ierse traditie, relaxed aan een pint.

Royal Canal Greenway: fietsen langs het water in het groene Ierland
Foto ©Jessica de Korte

Bewegwijzering in oude stijl

Volgens de jury hebben de routemakers goed nagedacht over wat de recreatieve fietser wil. ‘De bewegwijzering is duidelijk (heel leuk, in oude stijl), overal staan bankjes, het wegdek is fijn (asfalt en gravel) en bordjes wijzen de weg naar horeca’, aldus het juryrapport.

Ook viel het de jury op dat het fietspad niet alleen door toeristen wordt gebruikt. ‘Het recreatief fietsen wint aan populariteit in Ierland. Op de Greenway zie je opvallend veel locals, van families tot wielrenners, die elkaar de ruimte geven.’

Support voor de route

Vooral de support van bewoners en ondernemers voor de route is volgens de jury mooi om te zien. ‘In een wat vergeten gebied is aanzienlijk meer bedrijvigheid ontstaan. Op veel plekken bevinden zich nu kroegen en restaurants en paardentrailers zijn omgebouwd tot hippe koffieplekken aan het water. Al het enthousiasme rond de Greenway maakt deze route geweldig om te fietsen.’

Voor meer informatie over de winnende route:
Waterwaysireland.org.

Foto’s Greenway: ©Jessica de Korte

Terug naar resultaten

Tekst en foto's Stefan Maas

De Grensroute langs de Belgisch-Nederlandse grens volgt het spoor van de Dodendraad, een lugubere versperring die gedurende de Eerste Wereldoorlog vele slachtoffers maakte.

Borden langs de Grensroute maken de impact duidelijk die de Dodendraad had voor de bewoners van de grensstreek

De Dodendraad? Het klinkt als de titel van een oorlogsfilm in zwart-wit, maar ik had er nog nooit van gehoord. In ieder geval niet voordat in 2019 de Vlaamse organisatie Grote Routepaden (GR) de Grensroute lanceerde op de Fiets en Wandelbeurs in Gent. Ongetwijfeld had dat te maken met mijn roots. Ik ben van ‘de andere zijde van den draad’, van de Nederlandse kant dus die in de Eerste Wereldoorlog neutraal bleef. En als gevolg daarvan is er in het land van tulpen, polders en molens veel minder aandacht voor De Groote Oorlog.

2000 volt

De Dodendraad bleek een massamoordenaar. 2000 volt hadden de Duitsers op de versperring gezet. Oude zwart-witfoto’s tonen arme drommels die erin verstrikt waren geraakt. ‘Hun lichaam was vaak helemaal verkoold, waardoor ledematen er gewoon vanaf vielen’, lees ik op een van de borden die bij een Dodendraad-reconstructie staat.

En de fietsgids van Grote Routepaden geeft nog een andere verklaring waarom het dodental zo hoog – boven de duizend – opliep. De mensen van de grensstreek hadden in die tijd vaak nog geen elektra en waren niet goed bekend met de gevaren ervan. De gids vermeldt zelfs dat er een gerucht de ronde deed ‘dat je eerst voorzichtig met je vlakke hand moest voelen of wel stroom op de draad stond’. Waarschijnlijk werd dat fabeltje in de praktijk heel snel ontkracht.

Startpunt van de Grensroute is het Drielandenpunt bij Vaals

‘Er zal wel niets meer van de Draad te zien zijn’, dacht ik eerst. Een fietsroute rond een thema dat in de fysieke wereld niet meer bestaat, het is alsof je op een tweewieler spoken of schimmen najaagt. Ik was echter lang niet meer in de grensstreek geweest. Er zijn de afgelopen jaren maar liefst 26 reconstructies van de Draad gerealiseerd, waar de Grensroute zoveel mogelijk langsloopt. En gelukkig kun je nu wel met een gerust hart je hand op de draad leggen.

Drielandenpunt

Een orkest op het Drielandenpunt zet de eerste akkoorden in als ik de eerste meters wegtrap, op weg naar eindpunt grenspaal 369, 540 km verderop. Ik beland vrijwel direct in uitgestrekte bosgebieden met leuke onverharde paadjes die je langs mooie vergezichten voeren. Leer je eigen land kennen! Dat was me in 55 jaar nog niet helemaal gelukt. Talloze malen had ik hier in de buurt rondgefietst als lid van het legioen wielrijders dat op mooie zondagen Zuid-Limburg bezoekt, maar deze paadjes waren toen letterlijk uit het zicht gebleven.

Natuurlijk is het draaien en keren in Zuid-Limburg en de Voerstreek. Wielrenners in de Amstel Gold Race raken volledig gedesoriënteerd van dat gekronkel. Ze hebben vaak geen flauw idee meer hoe ze bij hun hotel moeten komen. Mijn gps is mijn houvast, gecombineerd met de bordjes van de routenetwerken, want de hele Grensroute loopt over de befaamde knooppuntnetwerken.

Fietsparadijs Limburg

Ook zonder draad of duidelijke grensmarkeringen is de route heerlijk afwisselend. Wat dromerig dwaal ik door het landschap langs de traag stromende Maas. Met een pontje heen en weer over dat kwispelende blauwe lint: het is een must voor wie er zonder haast langs fietst. Iets verder van de rivier ligt het fietsparadijs Belgisch Limburg; met tal van paadjes die door schemerige bossen kronkelen.

De sterren flonkeren ‘s nachts boven een bivakzone in Belgisch Limburg. Het is een grote open cirkel in een bos, voorzien van houten buiten-wc, een houten plateau én een waterpomp. Als ik de wc-deur open, schiet er juist een muis weg. Dan krijg ik door dat dit blijkbaar het Jaar van de Muis is. Overal in het bos is er geritsel, en dat wordt niet veroorzaakt door vogeltjes of wezels. In de schemer worden de muizenbeesten brutaler, ze rennen over het houten plateau. Desondanks blijf ik niet lang wakker. De slaap overmeestert me; laat die muizen maar dansen.
Deze abdij is een echt baken langs de Grensroute

Achelse Kluis

Véél paadjes door droge naaldbossen dienen zich de volgende dag aan. Ik ben op weg naar een echt baken langs de Grensroute, de Achelse Kluis. Talloze malen was ik langs dit klooster gefietst en tal van keren ben ik niet ver van de Kluis gaan hardlopen. Soms spotte ik monniken in pijen die over de heide wandelden. Het religieuze bouwwerk trekt als een magneet Genuss-radfahrer aan, die zich daar laven aan het plaatselijke trappistenbier.

De Eerste Wereldoorlog liet het klooster niet ongemoeid. Via een gat in de kloostermuur liep de Dodendraad dwars door de kloostertuin. De paters en broeders leefden aan de Nederlandse kant van de grens en moesten een document ondertekenen waarbij ze verklaarden geen voorwerpen over de draad te zullen werpen en niet met mensen aan de andere kant te zullen spreken. De Achelse Kluis voldoet overigens aan mijn verwachtingspatroon: het terras zit behoorlijk vol met fietsers en het trappistenbier smaakt weer goddelijk.

Fietsplezier in Brabant: langs kanalen, vennen en over het Bels Lijntje
Met de klok mee: het kanaal Dessel-Schoten, het Bels Lijntje en beeld vanuit een uitkijktoren langs dat lijntje

Hoogtepuntjes langs de Grensroute

De tocht gaat verder, diverse Grensroute-hoogtepuntjes passeren de revue. Het Bels Lijntje, een voormalige spoorlijn die omgetoverd is tot fietspad. De Belgische enclave Baarle-Hertog. En wat te denken van de Wortel-kolonie, een natuurrijk gebied met bossen, akkers, vennen, heide en graslanden. In de 19e eeuw gingen hier noodlijdende families en landlopers aan de slag. Ze ontgonnen woeste gronden onder toeziend oog van de Maatschappij van Weldadigheid. Het boerenleven moest deze verschoppelingen op het rechte pad brengen. Maar de landlopers bleken geen goede boeren te zijn: het project ging in 1842 failliet.

Later kocht de Belgische Staat de domeinen Wortel en Merksplas en wederom werden er landlopers te werk gesteld om de terreinen te onderhouden. Toen de Belgische overheid in 1993 de wet op de landloperij afschafte, vertrokken de meeste landlopers, maar de witte gevangenisgebouwen waarin ze verbleven staan er nog steeds. Zowel België als Nederland heeft een aanvraag bij de UNESCO ingediend om de voormalige Koloniën van Weldadigheid, waar de Wortel-kolonie toe behoort, op te nemen in zijn werelderfgoedlijst.

Spookstad achter de haven

Krijsende meeuwen, herrie van machines en grote schepen die de Schelde overvaren. Het schouwspel in de Haven van Antwerpen is indrukwekkend. Dit is een wereld van reuzen. Gelukkig zijn er vrijliggende fietspaden aangelegd, zodat je geen last hebt van de stroom langsrazende vrachtwagens.

Het lijkt uren te duren om de haven te doorkruisen. Bij Lillo brengt de Antwerpse waterbus me naar Fort Liefkenshoek aan de overkant van de Schelde. Opnieuw kom ik terecht in een wereld van enorme fabriekshallen en vrachtwagens. Tot Doel zich aandient. Een merkwaardige spookstad in de schaduw van de lokale kerncentrale, die regelmatig het nieuws haalt vanwege mankementen.

Grafittispuiters hebben de verlaten huizen beklad. Afgezien van een handjevol bewoners zijn de meeste dorpelingen vertrokken vanwege de uitbreidingsplannen van de Antwerpse haven. De haven dreigde Doel op te slokken, maar vreemd genoeg is dat tot nu toe niet gebeurd. Het resultaat is een soort Tsjernobyl, maar dan zonder dodelijke straling. Uiteraard hebben ‘ramptoeristen’ deze plek ontdekt. Er zijn allerlei excursies. De twee cafés van Doel zijn ongetwijfeld volledig afhankelijk van het spookstadtoerisme.
De verlaten Hedwigepolder wordt teruggeven aan de zee

Zeeuws dna

Even buiten Doel stuit ik opnieuw op verlaten huizen. Daarna volgt een verlaten polder, met gebarricadeerde wegen en wederom verlaten huizen. Het is de Hedwigepolder in Nederland en de Prosperpolder in Vlaanderen, die teruggegeven worden aan de natuur. De Schelde kan hier straks binnendringen bij hoog water in het kader van natuurcompensatie. Schorren en slikken zullen het landschap gaan bepalen. Natuurlijk zit dit veel Zeeuwen dwars. Vrijwillig land laten overstromen, dat zit niet in hun dna.

Even verderop ligt het Verdronken Land van Saeftinghe, een buitendijks getijdengebied met schorren en slikken, geulen en veel vogels. ‘Dit gebied geeft je een beeld van het Zeeuwse oerland, waar geleefd werd op het ritme van het getij’, meldt de GR-gids. Ik fiets verder over oude binnendijken, de voormalige frontlinies in de strijd tegen het water zijn nog duidelijk zichtbaar. En waar je ook kijkt, overal heb je een weids uitzicht over de Zeeuwse klei.Het eindpunt van de Grensroute nadert, het strand bij Cadzand betekent het einde van mijn avontuur

Cadzand… here I come

Vestingstad Hulst, de stad van Reynaert de Vos, het Nederlandse Clinge en het Belgische De Klinge, Koewacht en Sas van Gent passeren de revue. Een uitstapje naar horecazaak Dallinga in Sluiskil levert een smakelijke lunch op. Je kunt hier heerlijke Zeeuwse mosselen eten met friet. Tot mijn verbazing is dit kleine fabrieksdorp ook de leverancier van de eerste Nederlandse astronaut: Lodewijk van den Berg. Vóór hij in 1985 110 rondjes om de aarde draaide, was hij overigens al genaturaliseerd tot Amerikaan. Een beeld bij de toegangsweg van het dorp herinnert aan deze Onbekende Nederlander.

Daarna gaat het weer verder door het weidse landschap, via vestingstad Sluis naar de Noordzee. Het Zeeuws-Vlaamse volkslied marcheert daarbij vrolijk door mijn hoofd:

‘Van d’Ee tot Hontenisse
Van Hulst tot aan Cadzand
Dat is ons eigen landje,
Maar deel van Nederland.’

En ook dit lied heeft een link met de Eerste Wereldoorlog. Na afloop van de oorlog wilde België graag dit ‘Nederlandse deel van Vlaanderen’ inlijven. Uit protest tegen de Belgische plannen werd dit strijdlied geschreven, dat nog sporadisch uit Zeeuwse kelen klinkt op feesten en partijen.

Zo klein is dat landje van de Zeeuws-Vlamingen trouwens ook weer niet. Ik zit al dik over de 130 kilometer als het einde van deze fietsdag in zicht komt: grenspaal 369. Het is avond, bij Cadzand zit ik nog even op het strand. ‘s Zomers is dit een Duitse toeristenkolonie. Ooit heb ik er ook vakantie gevierd als klein kind, maar daar is me helemaal niets meer van bijgebleven. De fiets kan nu even uitrusten, het waren vijf mooie fietsdagen. En dankzij de Grensroute heb ik de grensstreek herontdekt.

De Gids van de Grensroute, een publicatie van Grote Routepaden

Info:
Groteroutepaden.be, gids De Grensroute (€ 18,00 voor niet-leden, € 16,20 voor leden, 180 pag.)

Terug naar resultaten

Tekst Stefan Maas beeld Raymond Boekhout

De internationale Maasfietsroute biedt zo’n duizend kilometer fietsplezier in drie landen. Natuurlijk kon fietsjournalist Stefan Maas de route niet links laten liggen. Een olielamp ging mee op reis.

Maas ontdekt de Maas. Het klinkt mooi om een fietsreis mee in te leiden. Maar het is zeker niet de eerste keer dat ik langs mijn naamgenoot rijd. Een fietsrit van de Vogezen naar Hilversum, jaren geleden, na een onverwacht afgebroken vakantie. Regelmatig kruiste de lome Maas mijn pad terwijl de zon uitbundig scheen. Soms was ie ver weg, onzichtbaar in een dal, en moest ik raden waar die liep.

Maar nu, eenmaal bij de monding van de rivier bij Hoek van Holland, is het decor anders. Het zand prikt in mijn ogen. Een straffe zuidwestenwind komt aangezeild vanuit de Noordzee en geselt fietsers op het pad langs de Nieuwe Waterweg. Alles is hier buiten proporties. Mega-schepen varen hier op weg naar mega-havens. Hoe anders moet het zijn bij de bron op het Franse platteland, zo’n duizend kilometer verderop?

Op pad door het havengebied van Rotterdam; dit is het eerste of het laatste deel van de Maasfietsroute


Gelukkig ontsnap ik al snel aan het havengebied. Na Rotterdam – als je voor de zuidelijke routevariant kiest – gaat het heerlijk langs de Oude Maas over een zoevend fietspad door het groen. Opeens is de grote stad ver weg. En dan ontdek je ook weer eens hoeveel vaarten, kanalen en rivieren Nederland doorsnijden en opdelen. De komende dagen gaat het heen en weer met diverse pontjes. Ze hebben wel een nadeel, want na zessen heb je kans dat het pontje niet meer vaart en komt er abrupt een einde aan je dagtocht.

Kippen & hangbuikzwijnen

De lange-afstandsfietsroutes LF3 en LF 12 leiden me verder langs de Maas in Nederland. Fietsbordjes staan keurig op de juiste plek, een gps is hier overbodig. Het rivierenlandschap is gezegend met prettige clichés. Uiterwaarden, traag passerende schepen, de weidse uitzichten. Langs de slingerende dijken scharrelen kippen, hangbuikzwijnen en konijnen rond. Iedere dijkbewoner lijkt een hobbyboer te zijn.

Typisch Maasfietsroute: uitzichten over de uiterwaarden van de rivier

In supermarkten maakt het ‘Hollands’ plaats voor Brabants en later de Limburgse tongval. En de Maasfietsroute blijft maar slingeren langs dat glinsterende lint. Op die manier kom je wel aan duizend kilometer. In de bivakzone Solt bij Opitter in Belgisch Limburg spoel ik het zweet van een lange fietsdag weg met opgepompt grondwater. Het is een heerlijke open plek in een bos: de vogels zingen er tot laat in de avond.

Een fietser rijdt het bivak binnen tijdens dat concert: Raymond. Met z’n tweeën gaan we het resterende deel van de route rijden. Boven op zijn bagagedrager heeft hij een oude olielamp. We besluiten die uiteindelijk bij de bron van de Maas achter te laten, als een baken voor de Maasfietsers.

Zone industrielle

Luik betekent een nieuw hoofdstuk in de Maasfietsroute-beleving. Vroeger wrong al het doorgaande noord-zuid-autoverkeer zich door het stadscentrum langs de rivier. Sinds de openstelling van de Tunnel de Cointe in 2000 is dat niet meer het geval. Nu zijn het fietsers die zich langs de Maas wringen via een autovrij pad. Het is een fantastische manier om het centrum te doorkruisen. Bruggen passeren regelmatig de revue, zodat je makkelijk naar het centrum kunt oversteken.

Toen de mijnbouw en staalindustrie in Luik dertig jaar geleden in elkaar stortten, kreeg de stad klappen. Armoede en verval zetten in, het aantal drugsverslaafden groeide. Gelukkig vond Luik de weg weer omhoog. Er zijn minder werklozen en meer hippe barretjes en restaurantjes.

Maar de oude industrie blijft de omgeving domineren. Grote, half vervallen fabrieken, armoedig uitziende arbeidershuizen; het zijn de relikwieën uit de industrietijd. Ook rijden we langs de koeltorens van de kerncentrale van Tihange. Je kunt die industriële merktekens niet zomaar uitgummen; ze behoren tot het dna van dit gebied.

Een ander baken langs de Maasfietsroute: de citadel van Namen

Franse Ardennen

Eenmaal uit de greep van de industriële zone, toont het meer lieflijke deel van Wallonië zich. Uiteraard fietsen we omhoog naar de citadel van Namen en bewonderen de vesting van Dinant. Voor we het weten bereiken we al de Franse Ardennen. Dit is ongetwijfeld het mooiste deel van de Maasfietsroute; de Maas kronkelt hier als een slang langs de heuvels. Van Givet aan de Franse grens tot aan Sedan is over een lengte van 121 km een prachtig fietspad aangelegd met de naam Trans-Ardennes.

“This is heaven,” zegt een Schotse fietser als we die passeren. Samen met zijn vriendin maakt hij hier elke vakantiedag uitstapjes met de fiets. Thuis in Schotland kunnen ze nauwelijks gebruikmaken van fietspaden. En de Schotse automobilisten gedragen zich aweful ten opzichte van fietsers. Is dit inderdaad de fietshemel? Groene heuvels, een fietspad en de Maas die bij mooi weer de gebouwen weerspiegelt. Ik kan er vrede mee hebben. Veel Nederlandse ‘pensionado’s’ hebben dit stukje Frankrijk overigens per boot ontdekt. We zien ze bij de aanlegplaatsen in dorpen; een Nederlands leger van gepensioneerden dobbert elke zomer rond op de Maas.

Verdun

De Maas slinkt naarmate je dichter bij de bron komt...

Na het gezegende Trans-Ardennes-fietspad wijzen bordjes met ‘nord’ en ‘sud’ ons de weg via meer doorgaande wegen. De verkeersdrukte neemt opeens toe bij Verdun, bekend van de grootste veldslag uit de wereldgeschiedenis. Honderdduizenden soldaten zijn hier afgeslacht tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een groot monument in het centrum herdenkt de overwinning van de Fransen. De historie van Verdun trekt natuurlijk ook een aparte categorie fietstoeristen aan. Bij de plaatselijke super ontmoeten we twee Nederlanders. Ze struinen op oude barrels de voormalige slagvelden af op zoek naar bomscherven en achtergelaten uitrusting. En zoiets doe je nu eenmaal makkelijker op de fiets dan met een auto.

De l’alcool aan de Maasfietsroute

We duiken dieper Frankrijk in. Het ene na het andere uitgestorven dorpje passeert de revue. We zijn na 130 km op de teller op zoek naar een barretje om de dorst te lessen. Maar dat is niet zo simpel. “De l’alcool?” vragen we in het zoveelste dorpje waar we wél iemand op straat zien. De man schudt het hoofd. Ja,  zeven kilometer verderop is er iets. Maar eigenlijk willen we geen kilometer verder rijden. Hij draait zich om en loopt snel naar binnen. We krijgen even later elk twee bierflesjes toegestopt om de ergste dorst te lessen. Nee, hij hoeft daarvoor geen geld te hebben. Blijkbaar is onze glimlach voldoende.

Natuurlijk weten we dat het Franse platteland relatief weinig voorzieningen heeft, vergeleken met Nederland. Maar dit verrast ons toch wel. Tijdig de voorraad aanvullen in de wat grotere plaatsen, is dan ook het devies voor het Franse deel van de Maasfietsroute. Daar vind je vaak ook diverse grote supermarkten, met een breed aanbod.

Net als het aanbod aan voorzieningen, slinkt ook het volume van de Maas. Van ‘fietsen langs de Maas’ is geen sprake meer. Regelmatig kruisen we nog de rivier, maar zelden loopt de weg langs het water. Het kan maar één ding betekenen: de bron kan niet zo heel ver weg meer zijn.

Afscheid van de Maasfietsroute bij het monument boven op de bron van de rivier

Bronwater

Bijna rijden we het eindpunt nog voorbij. In een flits herken ik het monument van het plaatje op internet. De bron is een putje met helder Maaswater onder aan het monument ter ere van de rivier. Een plantsoentje omringt deze ‘heilige’ plek. Voor de bezoekers zijn zelfs enkele nano-tuintjes aangelegd, waar je zelf groenten of kruiden kunt plukken.

De Maas begint met één druppel, duizend kilometer verderop heb je een grote rivier. Wij begonnen met één trap op een pedaal en staan nu bij de bron. Als je maar volhoudt, wordt het vanzelf wel iets. Heel lang blijven we er niet hangen. Het is al na achten en frisjes. En afgezien van het monument is er bij de bron ook niet zo veel te beleven.

Pas achteraf beseffen we dat we helemaal vergeten zijn de lamp bij het monument achter te laten. Als alternatief hangen we deze in een boom in een bos, een paar kilometer verderop. Daar zwaait ie waarschijnlijk nog steeds heen en weer. Wie ‘m vindt, krijgt een oorkonde. Echt waar.

Meer info Maasfietsroute:

Nl.eurovelo.com
De internationale Maasfietsroute, van Maastricht naar Langres, Paul Benjaminse, juni 2017

Maasfietsroute

De internationale Maasfietsroute is in 2017 geopend en loopt van de bron op het plateau van Langres in Frankrijk tot de monding bij Hoek van Holland. De Nederlandse provincie Limburg trok de kar van het project, waarbij zo’n dertig partijen zijn betrokken uit Frankrijk, België en Nederland. Enkele belangrijke steden langs de route zijn Verdun, Sedan, Charleville-Mézières, Givet, Dinant, Namen, Luik, Maastricht, Dordrecht en Rotterdam. Het traject bestaat uit bestaande fietsroutes, die aan elkaar zijn gekoppeld. Deze routes zijn bewegwijzerd, maar nog niet alle delen zijn voorzien van het Maasfietsroute-logo.

Terug naar resultaten

Azay, voor ons het eindpunt van l'Indre à Vélo
Tekst en beeld Stefan Maas

Stoere donjons, korenvelden en een kabbelende rivier. De 200 km lange l’Indre à vélo voert je langs een mooi stukje ‘douce France’, ver weg van het massatoerisme.

De route langs de Indre is nog niet zo bekend als haar grote zus: La Loire à vélo. Ongeveer een miljoen fietsers zakken jaarlijks af langs de Loire, bij de Indre is dat beduidend minder. Heel af en toe duikt een fietser op met fietstassen; het onmiskenbare kenmerk van de fietsreiziger. Een nonchalante groet, en we vervolgen onze weg weer.

Maar die relatieve onbekendheid van de L’Indre à vélo heeft zo z’n voordelen. Ongestoord trappen we over binnenwegen met nauwelijks verkeer. Om de zoveel kilometer passeren we slaperige dorpjes, die vaak de toevoeging ‘sur-Indre’ hebben.

De Indre a vélo is volledig bewegwijzerd; maar af en toe hoef je een blik op de kaart of gps te werpen

En de rivier zelf? Die kabbelt rustig verder. Af en toe raakt ze verdeeld in diverse stroompjes vanwege de geringe hoogteverschillen, waarna deze elkaar verderop weer ontmoeten. Maar al fiets je niet altijd direct langs de rivier, de Indre is nooit ver weg.

Nieuw-Frankrijk

Het gebied langs de Indre en de Loire is bezaaid met kastelen, die je terugvoeren naar het verleden. Jean-Roger Morvan van Château de Palluau staat al op ons te wachten in Palluau-sur-Indre. Een voormalige ondernemer die zijn fabrieken verkocht en zich vervolgens wijdde aan de restauratie van dit château, dat een sterke band heeft met… Nieuw-Frankrijk in Canada.

Een forse kasteelhond danst rondom ons als we Morvan begroeten. Oui, we zijn aan de late kant. Het château oogt geweldig. Dat was anders toen hij het kocht. “Het verval was zodanig dat het al bijna niet meer opgeknapt kon worden,” zegt Morvan. “De restauratie heeft veel geld gekost, maar ik was gepassioneerd door de historie van het kasteel en de vroegere kasteelheer Louis de Buade de Frontenac, graaf van Palluau.” Frontenac is dan ook een man met status en een regionale held. Hij werd tweemaal benoemd tot gouverneur van Nieuw-Frankrijk in het huidige Canada en was een van de grondleggers van Quebec.

Tipi’s langs de Indre à vélo

Afgezien van de rivier bepalen grote korenvelden, boerderijen en dorpjes de sfeer van de Indre à vélo,

Kasteelheer Morvan leidt ons trots rond. De kamers zijn helemaal in oude stijl ingericht, compleet met portretten van bekende Fransen uit die tijd aan de muur. In het park bij het kasteel creëerde Morvan zijn eigen stukje Nieuw-Frankrijk. Met tipi-tenten van indianen, een nederzetting van Franstalige pioniers, een mini-fort en andere gebouwtjes die herinneren aan de kolonie in de 17e eeuw. Het is nu een themapark over de band van het gebied langs de Indre met Canada.

Korenvelden & watertorens

Morvan zwaait ons uit, samen met de kasteelhond. De fietsbanden rollen opnieuw langs de rivier. We passeren enorme korenvelden, waar af en toe een watertoren bovenuit piept. Mondjesmaat dienen zich klimmetjes aan, verder is het vrijwel vlak. We zien nauwelijks beweging. Niet op de weg, niet in de dorpjes en maar beperkt in de steden. Wie hier niet kan onthaasten, kan dat nergens anders. De L’Indre à vélo is gewoon puur genieten voor de liefhebber van fietsen en van Frankrijk.

Niet te missen: het kasteel van Loches. Hier kun je als Indre à vélo-nist cultuur en historie opsnuiven

Loches

De stad Loches betekent even een breuk met die rust. Een flinke stad, met meer verkeer. Maar ook met een charmant middeleeuws centrum rond een indrukwekkend kasteelcomplex. Een kerk, een kasteel en een donjon (verdedigingstoren) staan daar naast elkaar op een ommuurd terrein.

Het is niet alleen pracht en praal wat hier overheerst, ook is er robuustheid. Zeker als het om de donjon gaat. Eeuwenlang deed deze ook dienst als gevangenis. Inmiddels zijn de vloeren en het dak van het gebouw verdwenen en groeit er mos tegen de muren. Wie via moderne ijzeren trappen toch de donjon beklimt, moet geen last hebben van hoogtevrees.

Agnès Sorel, in onze tijd zou ze de covers van de roddelbladen sieren. Haar dood is een mysterie

Agnès Sorel

De historie van Loches omvat beroemde namen. De legendarische Jeanne d’Arc ontmoette hier Karel VII, die later tot koning van Frankrijk werd gekroond. Ook de middeleeuwse beautie Agnès Sorel verbleef hier, de eerste erkende maîtresse van Karel VII en uitvindster van het decolleté met ontblote schouders.

Een andere highlight langs de Indre à vélo: het beeld van de Maagd Maria op de kasteelruïne van Montbazon

Vanwege een ruzie met de kroonprins, de latere koning Louis XI, werd ze verbannen van het hof en vestigde ze zich in Loches. Haar stoffelijke resten liggen in een grafmonument in de kerk Saint-Ours in het kasteelcomplex. Sorels dood is nog altijd een mysterie, er zijn vermoedens dat ze is vergiftigd door Louis XI.

Montbazon

Historie blijft de Tour de l’Indre domineren. In Montbazon neemt een beul ons mee naar een grot onder het lokale kasteel. Bij het licht van een fakkel legt hij haarfijn uit hoe hij ongelukkige slachtoffers gaat fileren. Natuurlijk, dit is een ingehuurde nep-beul, al zien de werktuigen er toch levensecht uit. De kasteelruïne is tegenwoordig een soort themapark, waar via workshops de middeleeuwen tot leven komen.

Het complex – waarvan de bouw dateert vanaf 991 – is een van de oudste middeleeuwse forten van Frankrijk. De illustere Fulco III, graaf van Anjou, gaf opdracht tot de bouw van deze fortificatie. Ook de donjon in Loches was een van zijn verdedigingswerken. Fulco III had geen beste reputatie. Hij wisselde vroomheid af met gruweldaden. Zo zette hij zijn eerste vrouw en nicht Elisabeth van Vendôme in haar trouwjurk op de brandstapel. Vermeend overspel met een geitenhoeder werd Fulco’s echtgenote fataal.

Het kasteel van Azay; een 'plaatje' van een kasteel dat vele malen is gefotografeerd

Net als Loches zijn het dak en de vloeren van de donjon in Montbazon verdwenen. Op de restanten van het ruim duizend jaar oude kasteel, staat sinds 1866 een groot beeld van de Maagd Maria. De twee passen duidelijk niet bij elkaar, maar de combinatie geeft wel een opmerkelijk effect. Vanuit de verre omgeving wijst deze Maagd Maria je de weg naar Montbazon.

Romantisch Azay

We volgen het laatste stuk van de route tot Azay-le-Rideau. Even verderop vloeit de Indre in de Loire. In Azay is ook een aansluiting op de Loire à vélo. Wie wil, kan van de ene rivierroute naar de andere hoppen.

Een bezoek aan het plaatselijke kasteel is een must voor iedere passant. Gebouwd op een eiland in de Indre in vroeg-renaissance-stijl. Geen stoere bemoste donjons hier en dikke muren; het is een sierlijk kasteel dat moet imponeren met schoonheid. Het kasteel is ook bekend vanwege de weerspiegeling in het omringende water, een mooi plaatje voor toeristen en professionele fotografen.

Interieurstijlen

In 2014 is het omringende park gerestaureerd, tussen 2015 en 2017 volgden de herstelwerkzaamheden aan het hoofdgebouw. Het complex is dan ook in topconditie. Gemeubileerde kamers geven een indruk van de verschillende interieurstijlen door de jaren heen. Er is – naar het gebruik vroeger – zelfs een kamer ingericht voor ‘de koning’, mocht die een keer onverhoeds voor de poort staan.

In een biertent langs de Indre, vlak bij het kasteel, laten we alle ervaringen bezinken. De kastelen, de landschappen, de binnenwegen en dorpjes. Het was een feest om langs deze rivier te fietsen. We genieten nog even van het zonlicht dat over het water speelt. Een beeld dat we in onze netvliezen willen branden. Morgen overspoelt de drukte van Parijs en de Randstad in Nederland ons alweer.

Meer info over L’Indre à vélo:

Francevelotourisme.com.

Met de Thalys naar Frankrijk

Reis je met de trein? Dan is de Thalys een mooie optie om snel in Parijs te geraken. Vanuit Amsterdam ben je na 1.51 uur in Brussel en sta je na 3.18 uur op Gare du Nord in Parijs. Met de gratis wifi, Thalys-bar in de trein, voldoende beenruimte en individuele stopcontacten voor opladen is het een comfortabele reis zonder stress.

Bij het serviceniveau ‘Standaard’ profiteer je van lage prijzen, ‘Comfort’ biedt snellere wifi en een nog comfortabeler stoel en bij ‘Premium’ kun je ook elk moment van de dag gebruikmaken van een maaltijd.

De fiets kun je in de Thalys meenemen zonder extra betaling.  In elk vernieuwd treinstel is er plaats voor twee niet-gedemonteerde fietsen.

Eenmaal in Parijs, kun je daarna bijvoorbeeld doorreizen naar Tours of Montluçon.

Meer info: Thalys.com.
Zie ook: Treinreiswinkel.nl.

Terug naar resultaten

Een van de weinig restanten van het IJzeren Gordijn langs de route
Tekst en foto's Stefan Maas

Ooit was het IJzeren Gordijn een bijna onneembare barrière, nu is de buitengrens van het voormalige Oostblok het decor voor een fietsroute. De Iron Curtain Trail slingert voor een deel door Zuid-Moravië, hét wijngebied van Tsjechië.


De eenzame wachttoren bij Čížov in Tsjechië is al lang verlaten. Duizenden grenswachten moeten er decennialang 24/7 de grens hebben afgespeurd. Op zoek naar een waaghals die hoge hekken moest overwinnen om het vrije Westen te bereiken. En zich ongetwijfeld afvragend of ze dan ook écht de trekker zouden overhalen.

Maar van die beruchte grens, het IJzeren Gordijn dat 43 jaar lang Europa verdeelde tijdens de Koude Oorlog, is weinig over. Na enkele honderden meters houdt het prikkeldraad al op. De anti-tankobstakels liggen doelloos op een rijtje in het gras. Je kunt hier ongehinderd naar Oostenrijk doorlopen. Niemand schreeuwt “Zastavit!” (Halt), alleen de vogels fluiten naar je.

Iron Curtain Trail

Na de implosie van het Sovjet-imperium in 1991, kwamen er nieuwe plannen voor de strook langs het voormalige IJzeren Gordijn. De European Cyclists’ Federation (ECF) lanceerde de Iron Curtain Trail (EuroVelo 13), een route van 10.500 kilometer langs de westelijke grens van het voormalige Oostblok. Een epische tocht van Kirkenes in Noord-Noorwegen tot Rezovo in Bulgarije aan de Zwarte Zee.

770 kilometer van de route loopt langs de grens met Tsjechië, waarbij je regelmatig en bijna ongemerkt uitstapjes maakt naar Duitsland en Oostenrijk. De volledig bewegwijzerde route maakt daarbij dankbaar gebruik van autoluwe militaire wegen, die parallel aan de grens zijn aangelegd.

Ook voor de wijnliefhebber is de Iron Curtain Trail een aanrader; Zuid-Moravië is het wijngebied van Tsjechië

Ongemoeide natuur langs de Iron Curtain Trail

’s Avonds fietsen we door slaperige dorpen in Zuid-Moravië. Wijn van Moravische bodem komt hier nu op tafel, een streekproduct waar de inwoners trots op zijn. Even verderop ligt het Nationaal Park Podyjí, dat aan de Oostenrijkse kant overgaat in Nationaal Park Thayatal. Juist omdat hier het IJzeren Gordijn liep, kon de natuur zich ongemoeid ontwikkelen. In 1991 kreeg Podyjí de status van Nationaal Park.

Langs de hele IJzeren Gordijn Route vind je een ketting van natuurparken. En tot op de dag vandaag speelt het Gordijn voor sommige dieren een rol. Zo steken edelherten in het Tsjechische Nationaal Park Šumava nog steeds de grens niet over, hoewel de hekken onder elektrische spanning al zo’n kwart eeuw geleden zijn weggehaald.

De hangbrug over de Drye. Geen deel van de Iron Curtain Trail overigens, maar wel leuk om er overheen te fietsen

Drye-rivier

Het is een jubelende juni-avond die maar niet lijkt te eindigen. Diep beneden ligt de Dreye-rivier, die hier een diep dal heeft uitgesleten. Terwijl de zon steeds verder naar de horizon zwalkt, laten we een drone los. Hij vliegt een rondje en komt uit zichzelf keurig terug naar de plek waar hij is opgestegen. Wat een uitvinding! Maar de echte highlight is toch wel de hangbrug over de rivier, die vrolijk begint te dansen als je er overheen rijdt. Een dronkemansfietservaring. Ondanks het late uur, passeren tal van fietsers, wandelaars en steppers ons. Podyjí is dan ook een populair fiets- en wandelgebied met tal van routes en trails.

Mikulov heeft een verrassing in petto in de vorm van een giga-wijnvat

Mikulov

Wijngaarden in het zonnetje, enorme korenvelden en af en toe een kasteel op een heuveltop. Moravië verwent ons op fietsgebied. Er zijn hier voor zo’n 1250 km aan wijnroutes voor fietsers en wandelaars uitgezet, die je langs de wijngaarden en wijnkelders leiden. Mikulov is zo’n wijnstadje dat je zeker niet links mag laten liggen.

In het hart van het plaatsje genieten we van Mikulovs trots; lokale (vaak witte) wijnen die je niet buiten Tsjechië kunt kopen. “Dat ligt aan de beperkte productiecapaciteit,” legt wijnambassadeur Petr Očenášek uit. “Wie de Moravische wijnen wil proeven, zal naar Moravië moeten komen.”

Achter Petrs brede rug lopen we door naar de koele wijnkelder van het kasteel dat het stadje domineert. Daar wacht het grootste wijnvat van Tsjechië op ons: een Holle Bolle Gijs die 101.000 liter kan innemen. Volgens een legende dronk een Zweeds leger het giga-vat in een maand tijd leeg. Petr lacht. “Het zal ze een enorme hoofdpijn hebben opgeleverd. In die zin hadden ze de slag toch verloren.”

Dansen op de Tanzberg, een bijna buitenaards decor. Voor de Iron Curtain Trail-gangers is het beklimmen van deze 'berg' een aanrader

Foto: ©Travelvibe.nl

Tanzberg

Op een plein vingen we al een glimp op van de Heilige Berg. De Tanzberg is de oude Duitse naam voor deze bult, een verwijzing naar rituele dansen die hier hebben plaatsgevonden. Ook dansende heksen zouden de top ooit onveilig hebben gemaakt. Het heilige element kwam pas in de 17e eeuw, toen kardinaal František Dietrichstein er kruiswegstaties en de kapel van Sint-Sebastiaan liet bouwen.

Eenmaal boven op de berg, met de kapel in de rug, krijg je een schitterend uitzicht over de omgeving en voel je het bijzondere karakter van deze plek. Het hoofd wordt net iets lichter, beslommeringen verdwijnen naar de achtergrond. Of is dat een neveneffect van die Moravische wijnen? We ontstijgen er het aardse, heel even dan. Niet door te dansen, maar door te springen.

De Gate of Freedom langs de Iron Curtain Trail herdenkt de vele slachtoffers die het IJzeren Gordijn maakte

Poort naar de Vrijheid

De Freedom Trail voert ons de volgende dag vanuit Mikulov naar een Koude Oorlog-monument: de Gate of Freedom. 53 ijzeren balken reiken in het gras naar de hemel, met de namen van 53 Tsjechen erin gegraveerd. Het zijn slachtoffers die omkwamen bij dit deel van het IJzeren Gordijn. Even verderop brengen informatieborden verhalen tot leven over diverse ontsnappingspogingen. Via tunnels, goederenwagons, een rivier of op andere manieren. Sommigen kwamen om, anderen bereikten ‘het vrije Westen’ en bouwden daar een nieuw leven op.

Gouden speeltuin

Het perspectief wisselt weer snel: ‘De Tuin van Europa’ of kortweg ‘Het Paradijs’ dient zich aan. Het Lednice-Valtice complex was vroeger een speeltuin voor de rijken en is nu een statig park voor toeristen. In een periode van 600 jaar creëerde de machtige familie Lichtenstein hier een Franse tuin en een Engels landschapspark bij twee kastelen.

Het resultaat is ‘over the top’. Je kunt hier makkelijk een dag rondlopen en dan heb je alles van het complex nog niet gezien. We fietsen door het park en passeren gebouwen die daar schijnbaar achteloos zijn neergezet. Een minaret, een monument voor de jacht, drie dames die ergens voor een decoratieve muur in een bos staan (Chrám Tří grácií), een kasteel dat alleen maar voor feestjes is gebouwd. Het is maar een greep uit het aanbod. En dat alles om een vrijblijvende wandeling van de Lichtensteins en hun gasten te verfraaien. Maar ook deze aristocratische grandeur hoort bij de IJzeren Gordijn Route in Tsjechië.

Meer info Iron Curtain Trail:

Czechtourism.com (toerisme algemeen, Iron Curtain Trail Tsjechië, wijnroutes)
Wij maakten gebruik van fietsen en een arrangement van Europe Bike Tours.
Zie ook: Eurovelo13.com.
Voor fietsvriendelijke accommodaties: Cyklisté vítáni.