Terug naar blogoverzicht

De magie van de Venntrilogie

Uitzicht richting Eupen; niets te zien dan bomen en bossen

Tekst en beeld: Stefan Maas

Ruim 100 km hiken door bossen, weilanden en uitgestrekte veengronden op ‘het dak’ van België. De Venntrilogie in Oost-België heeft alles in zich om een nieuwe wandelklassieker te worden.

De start van de Venntrilogie, of het einde daarvan, is iconisch. We staan op het Drielandenpunt, op de top van de 323 meter hoge Vaalserberg. Een toeristische hotspot, moeilijk bereikbaar met het ov, en nu in de vroege ochtenduren vrijwel verlaten. Hoewel. Twee pubers op een brommertje komen aansjezen en duiken een anoniem paadje in. Vreemd. Even later arriveert een politiewagen met twee agenten die ons vragend aankijken. Hebben we twee gasten op een brommer gezien?

Overduidelijk een achtervolging, maar we zijn hier niet naartoe gereisd voor een aflevering ‘Flikken Vaals’. Even later slaan we een pad in dat het merkteken van de Venntrilogie aangeeft. De eerste meters van een 109 km-lange tocht. En we hebben geluk. Het is een jubelende mei-ochtend, met donkerblauwe luchten en tientallen tinten fris groen om ons heen. De gerevitaliseerde natuur viert feest; alles groeit en bloeit, roept, fluit of wat dan ook.

Via een doorkijkje door het gebladerte kijken we naar het zuiden, richting Eupen. Het is alsof we ergens in een wildernis staan, en niet op de grens van drie dichtbevolkte landen. We zien alleen maar bomen en het massief van de Hoge Venen in de verte, waar we over twee dagen zelf doorheen zullen trekken. Gedurende de hele tocht zullen we drie verschillende geologische regio’s doorkruisen: het noordelijke deel met heuvels, bossen en weilanden, het plateau van de Hoge Venen in het midden en de zuidelijke venen. Vandaar ook de naam ‘Venntrilogie’.

Wandelaar in de bossen ten zuiden van het Drielandenpunt

Oostkantons in België

We lopen ook door een heel merkwaardig gebied: de Oostkantons van België. Nu zijn de Waals-Vlaamse taalgrenzen al verwarrend, maar in het oosten van België komt daar dus nog een derde taalgrens bij: de Duitstalige. Dat laatste is een gevolg van de Eerste Wereldoorlog. België lijfde na afloop daarvan enkele gebieden langs de grens met Duitsland in. Twee kantons van de Oostkantons zijn Duitstalig – Eupen en Sankt Vith – de derde – Malmedy – is overwegend Franstalig. Goed beschouwd weet je niet in welke taal je een tegenligger op de Venntrilogie moet aanspreken: Nederlands, Frans of Duits? Alles komt in de grensstreek bij elkaar en loopt door elkaar heen; het is een soep van verschillende talen en culturen.

En om alles nog merkwaardiger te maken, lopen we ook over het grondgebied van de voormalige quasi-dwergstaat Neutraal Moresnet (1816-1919). Nederland en Pruisen konden het niet eens worden over het eigenaarschap van een waardevolle zinkmijn, waarna op het Congres van Wenen werd besloten dat een gebied van amper 3,5 km² een neutraal territorium werd, bestuurd door twee commissarissen en een burgemeester. En dat nanostaatje deed er alles aan om op een echt land te lijken: het had een eigen vlag, eigen postzegels, een eigen taal – het Esperanto – en een eigen hoofdstad: Kelmis. Uiteindelijk bleek dit experiment niet levensvatbaar. Na de Eerste Wereldoorlog werd Moresnet van de kaart geveegd en bij België gevoegd.

Wandelaar loopt door een weiland

Speels landschap

De Venntrilogie leidt ons om de ex-Moresnet-hoofdstad heen. Het landschap is speels; paadjes die door bossen en weilanden vol gras en paardenbloemen slingeren, en die over heuveltjes lopen met af en toe een fraai uitzicht over de omgeving. Asfalt krijgen we nauwelijks onder onze schoenen, onverharde grond des te meer. En het wordt steeds drukker op de paden. België viert een nationale feestdag en veel Belgen trekken de wandelschoenen aan, om de zon weer op het gezicht te kunnen voelen na de lange winter. Diezelfde zon zorgt ervoor dat onze drinkflessen verdacht snel leegraken, terwijl we hier langs de route geen cafés of supers hoeven te verwachten. Bovendien zijn de supers vandaag veelal dicht vanwege die nationale feestdag. Een gezinnetje dat buiten zit helpt ons uit de brand: we krijgen een 1,5-literfles met koel water, genoeg om het einde van deze etappe te halen.

Draaipoortjes-wandelaars

Na Kelmis begint het ons op te vallen: de vele metalen draaipoortjes. In Nederland kom je ze niet zo vaak tegen, maar bij de boeren hier zijn ze populair. Ze geven vaak krakend en piepend toegang tot een volgend weiland. En ze bieden ook niet zo heel veel ruimte om te passeren, voor wie een behoorlijke omvang heeft. We beginnen de poortjes te tellen, maar raken ergens na tien de tel kwijt. Via tal van die draaideuren bereiken we het Wortelmuseum, ofwel Mö(h)ren Museum, gevestigd in een transformatorhuisje in Berlotte. Het is zo piepklein dat je de collectie alleen door een raam kunt bekijken. Een curiositeit pur sang, met dank aan de Möhren Zucht Verein, ofwel de lokale wortelvereniging.

Bij het passeren van de grens van het Parc naturel des Hautes-Fagnes-Eifel is het gedaan met de draaipoortjes en de weilanden. Hier beginnen de uitgestrekte bossen van de Hoge Venen, die doorlopen tot ver over de Duitse grens. En Eupen, de belangrijkste stad van de Oostkantons en de Poort tot de Hoge Venen, is niet ver meer. Een paar uur later trekken we die plaats binnen, waar de regering en het parlement van de Duitstalige Gemeenschap in België zijn gevestigd. Inderdaad, na de regeringen van Vlaanderen en Wallonië, bevindt zich hier de derde regering van België…

Eupen

Eupen is ook een stad om even bij te komen. Een Venntrilogiehiker vindt er alles wat hij of zij nodig heeft. Je kunt er een pizza eten op een terrasje, de trein of bus nemen, cash pinnen bij de banken of je uitleven in de supers. En Eupen beschikt over een moderne jeugdherberg, ofwel Gîte d’Étape Eupen, direct langs de Venntrilogie-route. De centrale jeugdherbergkoelkast biedt speciaalbiertjes, terwijl je op het terras een fraai uitzicht over de omgeving hebt. Wat wil een wandelaar nog meer?

Twee wandelaars lopen over vlonders op de Hoge Venen

Een omgedraaide koninginne-etappe

In Eupen besluit ik ook om de derde etappe van de Venntrilogie, van Eupen naar Signal de Botrange, om te draaien. Het is de koninginne-etappe naar het hoogste punt van België (694 m), een route dwars over de Hoge Venen, maar de weerman voorspelt onweer in de loop van de middag. En als de bliksemschichten door de lucht vliegen, kun je beter in de buurt zijn van de bossen bij het lager gelegen Eupen, dan op het plateau van de Hoge Venen, waar je nauwelijks beschutting kunt vinden.

De snelbus vanuit Eupen doet de volgende ochtend haar naam veel te veel eer aan. Ondanks het drukken op de stopknop rijdt de chauffeur door en trapt pas een kleine kilometer na Signal de Botrange op de rem. Dat begint dus al goed. Maar eenmaal weer terug op het hoogste punt van België, gumt het uitzicht die ervaring uit. Met wat zon en blauwe luchten lijken de Hoge Venen wel op een Afrikaanse savanne. Een natte savanne weliswaar, met tal van houten vlonders om te voorkomen dat je wegzakt in het veen. Het routeboekje waarschuwt dan ook: één verkeerde stap, en je loopt de rest van de dag met drijfnatte sokken.

Na enkele kilometers ben ik verlost van de dagjeswandelaars die met de auto zijn gekomen, en zwerf ik vrijwel alleen rond over die houten vlonders. Dit veenlandschap, met deze uitzichten, dat is de reden waarom toeristen naar Oost-België komen afzakken en foto’s maken. Op de Hoge Venen ontmoet ik de Hellerivier, die hier ontspringt en mijn metgezel is bij de tocht naar Eupen. Vele kilometers loop ik naar beneden bij het gefluister van het stroompje. Zoals voorspeld barst het onweer los; een gordijn van regen daalt op me neer. Mijn schoenen zijn waterdicht, maar het water loopt er vanaf boven gewoon in. Ik ben veilig op de vlonders gebleven, maar zal deze tocht toch eindigen met drijfnatte sokken.

De Kathedraal van Malmedy, te zien vanaf een stenen brug

Volgende halte: Malmedy

De volgende dag zijn we alweer terug in Signal de Botrange: de etappe van Botrange naar Malmedy staat op het menu. We trekken verder de bosgebieden in van het natuurpark; brede en smalle bospaden, boomwortelpaadjes langs riviertjes, halfverharde paadjes. De bossen lijken eindeloos door te lopen, cafés of restaurants komen we niet tegen en we spotten maar enkele wandelaars. De bewoonde wereld lijkt hier ver weg. Tot na het passeren van een bike park Malmedy zich aandient, een stad met een overwegend Franstalige gemeenschap.

De meeste plaatsnamen in Oost-België zeggen me weinig, maar bij Malmedy is dat natuurlijk anders. Tijdens de Slag om de Ardennen in 1944-45 vond bij Malmedy een bloedbad plaats; SS’ers schoten hier 84 ongewapende Amerikaanse soldaten dood nadat die zich hadden overgegeven. Daarnaast werd een deel van de stad platgebombardeerd of beschadigd. Malmedy is de oorlog niet vergeten: er zijn allerlei herdenkingsroutes en de stad staat tegenwoordig symbool voor de zware strijd in de Ardennen.

Kasteel Reinhardstein te midden van de bossen

Kasteel Reinhardstein

Via een kruisweg met 14 staties op een steile heuvel verlaten we Malmedy de volgende dag weer. We bereiken de vallei van de rivier de Warche en zien tussen de bomen de contouren opdoemen van het 14e-eeuwse kasteel Reinhardstein, dat over de rivier uitkijkt. Reinhardstein is uniek: het is het oudste en hoogst gelegen kasteel van België. Ooit was het eigendom van de Metternich-familie, daarna ging het over in handen van diverse andere machtige families.

Maar het is een klein wonder dat we Reinhardstein nog in al zijn glorie kunnen zien. In de jaren 60 van de vorige eeuw was het weinig meer dan een ruïne in het bos. De redder van Reinhardstein was een professor uit Brussel die het kasteel tijdens een wandeltocht toevallig ontdekte: Jean Overloop. Hij liet het kasteel restaureren door lokale vakmannen en bracht er ook zijn collectie kunstvoorwerpen onder. Verbazingwekkend waar een wandeltocht allemaal toe kan leiden.

Het eindspel van de trilogie

Al heel snel na het kasteel bereiken we de stuwdam van Robertville, daarna is er alleen nog maar een makkelijke, vlakke etappe langs de Warche naar Bütgenbach. Een bus zal ons later vanaf Bütgenbach weer terugbrengen naar Eupen, en vanaf daar gaat het met de trein verder naar Nederland. We hebben zes dagen lang genoten van deze tocht. De jury van de Wandelroute van het Jaar had gelijk: de Venntrilogie is een geweldige wandelroute die de eretitel ‘beste route van de Benelux’ verdient.


Presentatie Venntrilogie

Info Venntrilogie

De Venntrilogie omvat zes etappes en is in totaal 109 km lang. Ze is in beide richtingen bewegwijzerd. Al heel snel na de opening in 2023 ontving ze het keurmerk ‘Leading Quality Trail – Best of Europe’ en werd ze uitgeroepen tot Wandelroute van het Jaar 2024.

Je doorkruist tijdens de tocht drie geologische regio’s in Oost-België: de heuvels met bossen en weilanden in het noorden, de Hoge Venen in het midden en de zuidelijke venen. Elke deel van de trilogie heeft een ander kleurtje voor de bewegwijzering: groen voor noord, grijs voor midden en blauw voor zuid.

Kijk voor accommodaties, gpx-tracks en tips op Ostbelgien.eu/nl/venntrilogie. Via de site is ook de gids te downloaden. In VVV-kantoren in de regio kun je deze gids ook in papieren vorm kopen en de etappes laten afstempelen. Wie een deel van de trilogie heeft afgelegd, komt in aanmerking voor de Venntrilogie-wandelpin (2 euro). En wie de hele route heeft gelopen, mag de finisher-pin ontvangen.

De wandelpinnen van de Venntrilogie
De wandelpinnen van de Venntrilogie met onderaan de finisher-pin.